Banken waarschuwen voor tegenvallende tegoeden op 'slapende' joodse rekeningen VS verdiepen onderzoek naar Zwitsers en nazi's

De verhouding tussen Zwitserland en de joodse wereld verslechtert. Regerings- en bankfunctionarissen in Bern en Zürich waarschuwen steeds vaker dat nog slechts zeer geringe bedragen zullen worden aangetroffen op 'slapende' Zwitserse bankrekeningen van holocaust-slachtoffers....

HENK STRABBING

Van onze verslaggever

Henk Strabbing

AMSTERDAM

Maar vooral de Amerikaanse regering lijkt nu het onderste uit de kan te willen. Het WJC publiceerde eerder deze week een brief van president Clinton waarin staat dat Washington het onderzoek naar de relaties tussen nazi-Duitsland en Zwitserland wil verdiepen. Clinton belooft ook meer documenten uit de nationale archieven te zullen vrijgeven die betrekking hebben op deze slapende rekeningen en mogelijke nazi-tegoeden in Zwitserland.

In de brief aan WJC-voorzitter Edgar Bronfman schrijft de Amerikaanse president dat een commissie onder leiding van staatssecretaris van Handel Stuart Eizenstat 'binnen enkele maanden' met een diepgravend rapport zal komen over de kwestie. Clintons brief is qua inhoud en datering natuurlijk niet vrij van binnenlands-politiek belang, want paait de joodse kiezer.

Volgens het Joods Wereldcongres kan er nog minstens tien miljard gulden op Zwitserse banken staan, een bedrag dat heeft toebehoord aan joden die in de oorlog zijn omgekomen. Zwitserse banken beweren tot nu toe slechts veertig miljoen te hebben gevonden op rekeningen die de laatste tien jaar niet zijn gebruikt. Een deel ervan zou joods bezit kunnen zijn.

Financiële kringen in Zürich geloven steeds sterker dat de jongste jacht op verdwenen joods bezit is begonnen uit jaloezie over de succesvolle expansie van Zwitserse banken in andere Europese landen en de Verenigde Staten. 'Het gaat er niet om een historische kwestie op te helderen', aldus een Zwitserse bankier. 'Het is een frontale aanval op Zwitserland als financieel centrum. Straks komt er een oproep om ons te boycotten, tenzij we betalen. Ik ben benieuwd naar de prijs.'

Het WJC noemt dit volstrekte onzin. Voorzitter Bronfman heeft de afgelopen weken herhaaldelijk benadrukt dat het niet om geld gaat, maar: 'We willen weten wat er precies gebeurd is.'

In Zwitserse bankkringen wordt erop gewezen dat het voor Europese joden die in de jaren dertig bang waren voor Hitlers groeiende macht, helemaal niet zo vanzelfsprekend was om hun kapitaal in Zwitserland onder te brengen. Ze zouden eerder naar Engeland of Amerika zijn gegaan omdat het kleine Zwitserland immers voortdurend de kans liep door de nazi's onder de voet te worden gelopen. Dit klinkt maar tot op zekere hoogte logisch, want Berlijn had het neutrale Zwitserland wel degelijk nodig om internationaal zaken te kunnen blijven doen.

Bern heeft ook steeds meer moeite met de wijze waarop de Amerikaanse senator Alfonse D'Amato opereert. Deze voorzitter van de Senaatscommissie voor Bankzaken wil, in aansluiting op een groot aantal dramatische hoorzittingen waarin erfgenamen van holocaust-slachtoffers vertelden hoe ze door de Zwitsers van het kastje naar de muur werden gestuurd, dat er een 'waarheidscommissie' wordt ingesteld.

D'Amato verwijst naar het Zuid-Afrikaanse voorbeeld: blanke politie- en regeringsfunctionarissen worden daar niet vervolgd wanneer ze willen getuigen over de onderdrukkingstactieken van het oude bewind in Pretoria.

De senastor wil een dergelijke 'onschendbaarheid' voor mensen die bereid zijn uit de school te klappen over de collaboratie van Zwitserse banken, regeringsinstanties, advocaten, notarissen, verzekeringsmaatschappijen en andere instellingen die in en na de oorlog zaken deden met nazi's.

Hanspeter Häni, ombudsman van het Zwitserse bankwezen, geeft volgende week een persconferentie waarin wordt uitgelegd hoever zijn eigen onderzoek gevorderd is. Häni heeft ongeveer tweeduizend aanvragen en duizend formele claims van erfgenamen van holocaust-slachtoffers op zijn bureau gehad. De ombudsman is ervan overtuigd dat zijn systeem goed werkt.

In mei, juli en september van dit jaar stuurde hij drie lijsten met namen van mogelijke rekeninghouders naar diverse banken. Deze banken kregen van Häni twee maanden de tijd om hun rekeningenbestand door te vlooien. Als er een aanknopingspunt bleek, konden de banken van Häni formulieren krijgen die door de aanvragers waren ingevuld. Indien de ombudsman niets terughoorde van de banken, stuurde hij de aanvragers bericht dat hun poging zonder resultaat was gebleven.

WJC-vice-voorzitter Kamal Sultanik schamperde deze week over het werk van Häni: 'Na tweeduizend verzoeken en duizend formele claims heeft de Zwitserse ombudsman nog geen cent terugbetaald. Een jaar lang heeft hij zelfs elke claim afgewezen. Dit is een wrede farce van de Zwitserse bankindustrie tegenover de holocaust-slachtoffers.'

Er zijn (of komen) inmiddels vijf commissies die zich bezighouden met de kwestie van de slapende rekeningen. Een ervan staat onder leiding van Paul Volcker, ex-president van de Amerikaanse centrale bank. In december wordt de toestemming van het Zwitserse parlement verwacht voor een commissie van economen en historici die in bepaalde gevallen het fameuze Zwitserse bankgeheim kan opheffen. Deze onderzoekers moeten binnen vijf jaar een alomvattend rapport leveren over de rol van Zwitserland als financieel centrum in de Tweede Wereldoorlog.

Meer over