Avondje xtc

Zes geslaagde dertigers verloren zichzelf in een xtc-avond. Plastisch chirurg Chris - de enige met ecstacy-ervaring - vond dat z'n vrienden het een keer móesten proberen: 'Ik gun het jullie zo' Advocaat Jochem zakte door z'n knieën en econoom Peter dacht dat hij in de hel terecht was gekomen....

OP EEN zaterdagavond om half twaalf stonden we met z'n zessen in de regen voor de ingang van de Amsterdamse discotheek Trance Buddha te wachten tot we naar binnen mochten. Niemand die jonger was dan 38, niemand, behalve ikzelf, met een inkomen van minder dan anderhalve ton, en niemand die zich niet bezopen voelde - behalve Chris dan, de organisator van deze avond, deze xtc-avond. Chris was ook de enige die zich voor de gelegenheid had gekleed. De dokter droeg een leren broek en een nauwsluitend geel T-shirt, zijn 'Mr-Hyde-pak', zoals hij het het zelf noemde.

Maandenlang had Chris zijn best gedaan ons over te halen. 'Jongens, jullie moeten het een keer proberen! Probeer het één keer, ik gun het jullie zo...' Dat was typisch Chris. Het was niet uit medisch oogpunt dat Chris, plastisch chirurg, ons de ecstasy-ervaring zo gunde. Wij allen, harde werkers, carrièremakers, genoten niet van het leven, vond hij. Zelf was hij de helft van het jaar met vakantie, of op congres, de andere helft stond hij om het weekend ergens tot vijf uur 's ochtends te housen. Chris verkoos luchtigheid boven ernst, Paul de Leeuw boven Van Kooten en De Bie, en drukte zich bij voorkeur uit in verkleinwoorden.

Bij zijn patiëntjes verrichtte hij operatietjes en onlangs informeerde hij zelfs naar 'het herniaatje' van mijn zus, die na twee weken van ondraaglijke pijnen onder het mes was gegaan. De chirurg had drie kwartier aan haar ruggenmerg zitten schrapen en herniaatje leek mij in dit geval niet het juiste woord, maar Chris, Chris maakte het leven graag klein en lief. Voor het organiseren van een nacht als deze was hij de ideale man.

Peter, econoom, veelbelovende baan bij een grote Nederlandse bank, had de pillen tijdens zijn lunchpauze laten testen, want voor een arts was Chris met xtc akelig nonchalant: hij vertrouwde zijn dealer. Peter vertrouwde niemand en was naar 'een soort van Koos Koets op het Entrepotdok' getogen - een adviesbureau voor drugs.

Koos, door Peter beschreven als 'een oudere jongere met haarslierten', had met een scalpel een hoekje van een pil geschraapt en op het schraapsel een druppel laten vallen. 'MDMA', had hij gemompeld, toen die druppel zwartbruin kleurde. Daarna mat hij de pil op, pakte er een lijst bij, en zei: '60 milligram, met een marge van 15. Niet helemaal de dosis die 't 'm doet.' Peter was niet thuis in het jargon. 'Er zit dus ecstasy in?', had hij gevraagd toen Koos hem de pil teruggaf.

'Dat zeg ik, MDMA.'

'Maar één pil is niet genoeg?'

'Ik zou beginnen met anderhalf, als je niks voelt kun je d'r altijd nog een halve bijnemen.'

'Wat is nou een redelijke prijs voor zo'n pil?', had de econoom in Peter nog willen weten - Chris had er twaalf gulden voor betaald.

''t Is maar wat de gek er voor geeft.'

Van het slikken van de pillen had Chris, bij hem thuis, op loopafstand van de Buddha, een klein ritueel gemaakt. 'Even het praatje dat ik altijd hou.' Hij had ons ervoor gewaarschuwd 'het gevoel niet tegen te houden', want dat was mogelijk, wist hij, maar prettig was dat niet. Nee, wij moesten ons overgeven aan de drug. 'Laat het maar over je heen komen, probeer ervan te genieten.'

Met een royale slok water sloeg hij twee pillen achterover. Wij beginners waren onder de indruk en volgden met anderhalve pil. Alleen de zwoele Marie-Claire, societyvriendin en ex-patiënte van Chris, adjunct-directrice van een uitgeverij, kreeg maar één pil. 'Vrouwen reageren er veel heviger op', zei Chris, terwijl hij de roze pil voor haar mond hield. De licht teleurgestelde Marie-Claire pakte 'm aan met haar lippen, en krulde 'm koket naar binnen.

Tien minuten later stonden we te wachten voor de ingang van de Buddha. Toen we uiteindelijk naar binnen mochten, waren nog eens vijftien minuten verstreken. Ieder hield zijn horloge in de gaten: over vijf minuten kon het beginnen. Want Chris had gezegd: na een half uur, drie kwartier.

Beneden, aan de bar van wat de chill-out room bleek te zijn, dronken we een biertje - dat mocht van Chris. In deze toch sfeervolle ruimte lagen matten en kussens op een stenen vloer en brandden overal kaarsen. Er klonk etherische muziek die kabbelde als een beek. Het was nog niet druk. Peter vertelde mij over de bonus die hij van zijn werkgever had gekregen: 'Eigenlijk alleen maar omdat ik een cursus heb gevolgd, nota bene in de baas z'n tijd, door de bank betaald.' De bonus was een pakket opties ter waarde van 40 duizend gulden. Nu, vier maanden later, waren ze 140 duizend waard.

Peter lachte en ik verbeet me, want ik had in mijn leven nog nooit een ton verdiend in vier maanden, zelfs niet in een jaar.

'Ik voel nu wel wat raars', zei Peter. 'Voel jij al wat?' Het zouden dé vragen van dit avondje xtc worden: Voel je al wat? en, een paar uur later: Voel je nog wat?

Ik voelde me licht in het hoofd - niet onaangenaam. Peter voelde zijn benen tintelen. 'Het kruipt vanaf mijn voeten omhoog, een soort verdoving', zei hij verlegen. Anna stond dan ook naast hem, zijn vrouw, nuchter en gereserveerd als altijd, en nu skeptisch bovendien. Zij had niets willen nemen ('Ik wil zien wat het met Peter doet') en vond deze avond sowieso een belachelijk idee ('Jullie zijn veel te oud voor die onbenulligheid'). Maar ze had erbij willen zijn. Hun twee kinderen logeerden bij oma en opa, want Chris had gezegd dat het laat zou worden.

De pillen betrok Chris van een zekere Sallah, een vriendelijke, dertigjarige Marokkaan die Nederlands sprak met een zwaar accent. Een paar dagen eerder had Chris telefonisch - speciaal voor deze avond - dertig pillen besteld: 'Ja, Sallah, kun je misschien nog even dertig muziekjes komen brengen?' Sallah stond binnen een halfuur voor de deur. Hij was met de taxi gekomen.

'Chris', zei hij direct, 'ik moet jou ziggen, ik hib virkirde prijs gezigd.' Anders dan door de telefoon afgesproken, wilde Sallah niet tien maar twaalf gulden per pil hebben. 'Maar zèn hil goed. Hondird immilligram imdejimma.'

'Vooruit, omdat je altijd goeie pilletjes hebt, en er altijd direct bent', zei Chris goedmoedig. De dealer glimlachte, zei nog tegen mij dat hij 'op daaglikse basis' bereikbaar was, en vertrok weer.

De eigenlijke discotheek was boven. Daar was de ruimte laag, veel donkerder dan beneden, maar toch feestelijk door dansend licht, en door meterslange, worstvormige ballonnen aan de wanden en aan het plafond. Chris en Marie-Claire begonnen direct te dansen. In zijn huiskamer had Chris er, in onze ogen, belachelijk uitgezien, maar hier, moest ik toegeven, was zijn vermomming op zijn plaats, en waren wij het die uit de toon vielen: men droeg hier geen overhemden. De herrie was aanzienlijk. Sinds het slikken van de pillen waren veertig minuten verstreken - en terwijl Peter, Anna, Jochem en ik naar de bar liepen die ook op deze verdieping was, zakte Jochem plotseling door z'n knieën.

Jochem, een boomlange kleerkast, partner bij een prestigieus Amsterdams advocatenbureau - dat juist hij, type bulldozer ('Ik heb nog nooit een zaak verloren'), door de knieën ging, het voorspelde weinig goeds. Peter en ik konden hem juist op tijd vastgrijpen.

'Het is te veel... te veel...' mompelde Jochem. De advocaat hing, met zijn armen over onze schouders, als een zandzak tussen ons in. 'Te veel... te veel...' Hij sprak als een slaapwandelaar. Het lukte ons Jochem op een barkruk te zetten. Hij viel niet om. 'Waar is die gozer nou', riep Peter - hij bedoelde Chris, die we nergens meer zagen. Jochem zat daar maar, met afhangende schouders, kin op de borst, ogen gesloten. Het zag er niet best uit.

'Wat is er met je Jochem, zég eens wat' riep Peter. Hij duwde zijn kin omhoog en Jochem opende zijn ogen. 'Laamme maar even...' Er zat geen fut meer in dat machtige lichaam.

'Dit. Is. Ge. Wel. Dig.'

ANDERHALVE minuut later ging Jochem uit zichzelf rechtop zitten, haalde diep adem, haalde nog eens diep adem, en begon te lachen. 'Dit is geweldig. Dit. Is. Ge. Wel. Dig.' Peter en ik keken elkaar aan. Wat gebeurde hier allemaal? 'Ik ben helemaal warm van binnen', zei Jochem en hij liet zich van de barkruk glijden.

'Wat had je net dan?', vroeg Peter.

'Ik kon niet meer op mijn benen blijven staan. 't Was te veel.'

'Viel je flauw?'

'Dat niet.'

We verwachtten dat hij meer zou zeggen, maar dat deed hij niet. Hij leek zich van onze zorgen niet bewust.

'Als wij je niet hadden opgevangen vriend, was je met je kop tegen de grond geslagen', zei Peter.

Jochem lachte. 'Ja, goed van jullie. Ik ben blij dat jullie mee zijn.' Toen zei hij dat 'die housemuziek' geweldig was, en dat het tijd werd te dansen. Wat onwennig liep hij naar de dansvloer, alsof hij moeite had met zijn evenwicht. Op de dansvloer werden zijn bewegingen snel zekerder. Hij stak een grote duim in de lucht en grijnsde naar ons.

Chris kwam aanwaaien, als een zachte zomerbries. Ik had op het punt gestaan hem te verwijten er niet te zijn, maar de gedaanteverandering die hij had ondergaan, voor de tweede keer deze avond, hield me tegen. Ik schrok van zijn gezicht. Het hing. Zijn wangen hingen en zijn oogleden hingen en hij zag eruit niet als 38 maar als 58. Zijn pupillen waren groot als dubbeltjes.

'Ooooh, kereltjes...', zuchtte Chris, sloeg een arm om mij heen, en liet zijn hoofd tegen mijn schouder rusten. Doorgaans waren wij afstandelijker. 'Oooh kereltjes, wat voel ik me lekker...'

'Jochem ging net door z'n knieën', zei ik.

'Echt waar?' Chris schrok op uit zijn extase. Met lodderige, afwezige ogen, waarin toch een vonkje bezorgdheid, keek hij ons aan. ''t Was zo weer voorbij, maar hij zei dat het 'm even te veel was.' De peinzende blik op het hangende gezicht van Chris viel moeilijk serieus te nemen. 'Waar is Jochem nu? Ik ga even naar hem toe. 't Is goed om te dansen', zei hij nog. 'Als je 't te sterk voelt opkomen, moet je dansen.' Inmiddels zag ik in het gezicht van Peter ook hangende trekken. In zijn blik was ook die vage afwezigheid, die ik eerder bij Jochem en Chris had bespeurd.

''t Begint bij jou ook te werken, geloof ik.' Peter knikte. 'Waarom doe je zo gek met je mond?' vroeg Anna. Hij smakte voortdurend.

'Zie ik er ook zo uit?' vroeg ik aan Anna. Ik merkte dat ik zin had om te lachen.

Anna keek me onderzoekend aan. 'Je ogen zijn wel groot, maar verder zie je d'r gewoon uit, niet zoals Peter.'

'Ik moet even zitten', zei Peter.

'Je zit al', zei ik.

'Nee, lager.'

Anna keek bezorgd. Met z'n drieën liepen we naar de trap van drie treden die naar de dansvloer leidde. Zodra hij zat, liet Peter zijn hoofd tussen zijn knieën hangen. Hij haalde diep adem.

Ik had nog steeds zin om te lachen. De muziek, die ik zojuist nog te hard had gevonden, en herrie bovendien, leek nu van verder te komen - alsof ik oordoppen in had. Ik vond die dreun nu wel aangenaam.

'Gaat het wel goed met je?' vroeg ik Peter.

Met zijn hoofd tussen zijn knieën schudde hij van nee. Toen kwam hij overeind en zei paniekerig: 'Ik heb een bad trip, ik heb een bad trip.' Een bad trip - woorden zo vreemd aan de wereld van Peter - ik moest er eigenlijk om lachen, maar ik moest om alles lachen nu. Omdat Anna me bezorgd aankeek, hield ik me in. Peter was de vader van haar twee kinderen. 'Dat had Jochem net ook', probeerde ik haar gerust te stellen, 'het is waarschijnlijk zo over.' Maar ik hoorde zelf hoe zwak dat waarschijnlijk klonk.

Dansen, dacht ik plotseling, en ik pakte Peter bij zijn linkerelleboog. 'We gaan dansen.' Peter stond langzaam en wankelend op. Anna hield hem aan de andere kant vast. 'Kom op, dansen.' Met lome bewegingen, en onzeker van zijn evenwicht, liet Peter zich wiegen op de muziek. 'Ik voel mijn benen niet', zei hij. Anna en ik bleven hem vasthouden, klaar om hem op te vangen. We wisten niet wat er in hem omging, hoe slecht hij zich voelde, wat een bad trip in godsnaam was. Een minuut later maakte hij zich van ons los, en begon meer te bewegen - net als Jochem had gedaan. Hij lachte naar Anna en riep: 'Dit moet je ook een keer voelen'

'Wat gebeurde er nou?', riep ik in zijn oor.

'Een hel', riep hij lachend terug. 'Ik zat in de hel. Monsters, er waren allerlei monsters, ze wilden me het moeras intrekken.'

'Zijn ze nu weg?'

'Wie is weg?'

'Zijn die monsters nu weg?'

'Ja, ja jongen, ja, ik voel me heerlijk.' Hij trok Anna naar zich toe, begon samen met haar fanatieker te dansen, en riep naar mij: 'Kijk toch eens naar deze vrouw! Kijk nou jongen, kijk nou: dit is toch de mooiste vrouw van de wereld'

'Dat zegt ie thuis nooit', riep Anna lachend.

Iedereen danste: Jochem, Peter en Anna, Chris, Marie-Claire, en ik. We stonden in een groepje, lachten naar elkaar, legden veel vaker dan we ooit hadden gedaan een hand op elkaars schouder, en zeiden tegen elkaar, wat we nog nooit hadden gedaan, dat we trots waren op elkaar en dat we altijd vrienden moesten blijven. Buiten ons groepje bestond niemand. 'Goed dat je dit hebt doorgedrukt', riep Peter naar Chris, en Jochem aaide Chris over zijn hoofd. Chris genoot, glimlachend, met gesloten ogen. Anna nam het alles met een spottend gezicht op.

De anderhalve xtc-pil had z'n uitwerking op mij evenmin gemist. Al dansend had ik gevoeld hoe ik steeds vrolijker geworden was, en hoe een golf warmte vanuit mijn buik door mijn borst was gestroomd. 'Je kan het tegenhouden', had Chris gezegd - maar die golf leek mij op geen enkele manier tegen te houden. De buitenwereld had zich bijna onmerkbaar van mij verwijderd.

Om mij heen was een zachte cocon gekomen, en daarbinnen was alles warm geluk. Ik dacht aan de dingen waarover ik me vandaag nog zorgen had gemaakt, maar het kon me allemaal niets meer schelen. Alles was goed zoals het was, nu, en hier, met die lieve vrienden en die prachtige muziek, die me in een roes gevangen hield. Ook ik voelde de neiging af en toe diep adem te halen, om me enigszins te bevrijden van die gelukzalige beklemming.

Het spectaculairst had zich de werking van de drug bij de rijzige Marie-Claire geopenbaard. Toen Peter, Anna en ik nog op het trapje zaten, had ik haar al, op de dansvloer, horen gillen ('Waaaaaaaoooooow'), en toen ik later aan haar vroeg 'wat zij dan gevoeld had', viel ze me om de hals, keek me vervolgens half verschrikt aan, en zei: 'Ik ben drie keer achter elkaar klaargekomen', alsof ze nog altijd niet van de verbazing was bekomen.

Ik vertelde het aan Anna. Die schudde haar hoofd. 'Wat een wijf.' De muziek werd harder, en Anna, die het niet langer uithield, keerde rond twee uur terug naar de chill-out room. Tot half vijf bleef ze er op een barkruk zitten wachten tot ook wij naar huis wilden. Ze had zich niet eens oud gevoeld, er waren er meer van onze leeftijd, maar ze had zich wel verbaasd over de trage motoriek en de geestelijke afwezigheid van bijna iedere bezoeker ('Dat is niet normaal').

Peter had haar tussen twee en drie gezelschap gehouden en in één lange monoloog zijn hart bij haar uitgestort. 'Zulke lieve dingen zei ie niet eens toen hij nog verliefd was.' Later had Jochem Anna nog gezelschap gehouden, en ook aan één stuk door tegen haar gesproken, over de zware taak die op de schouders van een oudste zoon lag. 'Ik heb altijd alles gedaan om er te zijn, om er te stáán, voor mijn broertjes en zusjes. Daarom heb ik carrière gemaakt. Alleen maar om te kunnen helpen.'

Nooit eerder had Anna een filantroop in Jochem vermoed. Toen ik haar later vroeg wat ze van ons vond, vanavond, zei ze: 'Jullie zijn allemaal zo anders, zo sentimenteel, jullie zijn allemaal nep.' Alleen Chris, die meer had geslikt, was tegen half vijf nog onder invloed. Bij de rest was de ecstasy wel zo'n beetje uitgewerkt. De schil was langzaam van ons afgevallen, en iedereen had moeite met de stap terug, uit de warme cocon, terug in de wereld. 'Een kille wereld', volgens Jochem.

De zondag, of wat ervan restte, was prettig loom, maar de maandag en de dinsdag, werkdagen, waren van een grijze futloosheid. Het was de prijs die we betaalden voor de illusie een paar uur in de beste aller werelden te hebben geleefd, een kleine, lieve wereld, de wereld van Chris.

Kees Beekmans

Meer over