interviewBas Haan

‘Angst voor de publieke opinie is een rode draad in mijn verhalen’

Bas Haan Beeld Martin Dijkstra
Bas HaanBeeld Martin Dijkstra

De journalistiek staat op een hoger niveau dan ooit, zegt Nieuwsuur-journalist Bas Haan, wiens boek over de Deventer moordzaak dit jaar met succes werd verfilmd. Tegelijkertijd staat de geloofwaardigheid van media onder druk van een deel van de ­publieke opinie.

Sara Berkeljon

Trots laat journalist Bas Haan (48) een filmpje zien op zijn telefoon: de uitreiking van het Gouden Kalf voor beste bijrol, gewonnen door Yorick van Wageningen. De acteur speelde in De veroordeling, de verfilming van het boek waarin Haan de nasleep van de Deventer moordzaak ontrafelt, de ten onrechte van moord beschuldigde ‘klusjesman’ Michaël de Jong.

Omdat Van Wageningen zelf zijn Kalf niet in ontvangst kon nemen, doet iemand anders dat: de echte Michaël de Jong. In het filmpje loopt hij onder luid applaus het podium op en neemt het woord. ‘Goedenavond. Ik word de klusjesman genoemd. Ik heet Michaël C. de Jong.’ Opnieuw geklap en gejoel. De Jong bedankt de producent, Haan, de acteurs, het hele team. ‘Door hen kregen wij ons leven weer terug. Dankjewel.’ Haan: ‘Prachtig toch? Hij pákte zijn leven terug, daar, op dat moment. Het klinkt raar, want het is helemaal niet mijn prijs, maar dit is de mooiste prijs die ik ooit heb gehad.’

Hoe het begon: fiscalist Ernest Louwes (de ‘boekhouder’) werd in 1999 veroordeeld voor de moord op de rijke weduwe Wittenberg uit Deventer. Op basis van ondeugdelijk bewijs, bleek in onder meer Netwerk-uitzendingen van Haan. Een gerechtelijke dwaling, met een onschuldige burger als slachtoffer, dachten velen. Haan zelf dacht dat ook. Groot was dan ook de verbazing toen er in het herziene strafproces nieuw dna-bewijs opdook, op basis van technieken die eerder niet beschikbaar waren, dat naar Louwes wees. Hij werd opnieuw veroordeeld en worstelend de rechtszaal uit gesleept. De beelden werden beroemd, uitgezonden in het journaal en alle actualiteitenprogramma’s. Linda de Mol toonde het fragment in VPRO’s Zomergasten – wie zo reageerde, moest toch wel onschuldig zijn?

Ook opiniepeiler Maurice de Hond, die zich op de zaak stortte, was overtuigd van Louwes’ onschuld. Maar dat niet alleen: hij schoof de in zijn ogen zekere echte dader naar voren: ‘klusjesman’ Michaël de Jong. Het dna-bewijs, dat overtuigend en uitsluitend in de richting van Louwes wees, zou niets voorstellen. De Hond was de aanjager van een krankzinnig mediacircus, schetst Haan in zijn boek De Deventer moordzaak – het complot ontrafeld. De verfilming De veroordeling werd op het Gouden Kalveren-gala ook uitgeroepen tot beste film. Fedja van Huêt, als Bas Haan, won de prijs voor beste hoofdrol.

Haan: ‘Ik schreef dat boek al in 2009, met de bedoeling mensen in te laten zien wat er met De Jong was gebeurd. Hij was op basis van valse beschuldigingen zijn baan, relatie en huis kwijtgeraakt, hij heeft nooit meer kunnen werken. Maar het boek had niet het effect waarop ik hoopte. De verfilming wel. De Jong heeft nu, eindelijk, gewonnen. Het monster van die beeldvorming is verslagen.’

Maar niet door de feiten, want die stonden al vanaf 2009 in jouw boek.

‘Absoluut. Daar was een film, een podcast (De Deventer mediazaak, red.) en een hoop publiciteit voor nodig. Je zou er bijna cynisch van worden. Maar De Jong heeft zijn leven terug, en dat is fantastisch. En Maurice de Hond is ontmaskerd. Zijn aanhang is versmald en bestaat nu nog eigenlijk uitsluitend uit het complotdenkend deel van de natie.’

De veroordeling wordt aangeprezen als een film over de invloed van nepnieuws, een term die in 2009 nog niet werd gebruikt.

‘Nee, er waren toen nog nauwelijks sociale media. Men zag internet als plek waar the wisdom of the crowd tot mooie dingen zou leiden. Maurice de Hond was als opiniepeiler destijds een toonaangevende mediapersoon, en hij gebruikte zijn eigen bekendheid en de positieve lading van die wisdom voor een totaal ontspoorde campagne. De casus van de Deventer moordzaak laat avant la lettre zien hoe de verspreiding van nepnieuws in z’n werk gaat, en wat voor impact het heeft op de werkelijkheid. Daarmee is de impact van de film nu vele malen groter dan hij tien jaar geleden geweest zou zijn.’

Bas Haan Beeld Martin Dijkstra
Bas HaanBeeld Martin Dijkstra

In 2019 zat je voor de tweede keer over deze zaak bij De Wereld Draait Door, je was uitgenodigd omdat je boek verfilmd zou worden. Matthijs van Nieuwkerk zei: ‘Het is jouw versie van het verhaal.’

‘Fascinerend, hè? Er was gewoon niets veranderd, sinds mijn boek tien jaar daarvoor was verschenen. Ik had een boek geschreven waarin ik op basis van de dossiers precies uitleg wat er in die zaak gebeurd is, dat er op basis van de feiten geen sprake van kan zijn dat de klusjesman het heeft gedaan en dat het bewijs tegen de boekhouder wél deugt. En dan zegt Van Nieuwkerk dat het ‘mijn versie’ van het verhaal is. Alsof ik een partij ben in dit dossier, iemand met een mening. Je moet bedenken: ik wás al een keer te gast geweest in 2009, over precies hetzelfde boek, en ook toen moest ik uitleggen wie het gedaan had, de boekhouder of de klusjesman. Toen tien jaar later precies hetzelfde gebeurde, moest ik echt slikken. Daar gáán we weer. Zo sterk is beeldvorming dus, dat er zelfs nu nog een wedstrijd van werd gemaakt. En dat is precies zoals het zo vaak in talkshows gaat, bij allerlei onderwerpen.

‘Je ziet het in het coronadebat, maar ook in elk politiek debat. Om steun voor een standpunt te krijgen, wordt in de eerste plaats ‘de ander’ als fout en kwaadaardig weggezet. Zodat de persoon die iets aankaart, zich kan positioneren als slachtoffer. Wat De Hond deed bij de Deventer moordzaak, en nu weer in het coronadossier, is stellen: ze – de elite, justitie, de regering, het RIVM – houden om wat voor reden dan ook de waarheid achter, en daarvan zijn wij het slachtoffer. En: ík heb het lef om het op te nemen tegen die vermaledijde elite, bovendien weet ik wél de waarheid. In de Deventer moordzaak wist De Hond wie het gedaan had: de klusjesman. Bij corona weet hij dat anderhalve meter afstand houden totale onzin is. Als je in complexe discussies waarin geen eenduidig antwoord bestaat, met een heel eenduidig antwoord komt, en dat ook nog eens weet te koppelen aan een heersend gevoel van slachtofferschap, dan wordt dat antwoord voor zoete koek geslikt. Dat is zó gevaarlijk.’

Bas Haan is onderzoeksjournalist bij Nieuwsuur, hij won drie keer De Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek, één keer De Loep (prijs voor onderzoeksjournalistiek) en werd in 2015 uitgeroepen tot Journalist van het Jaar. Vier VVD-kopstukken (Teeven, Opstelten, Van Miltenburg en Van der Steur) vielen naar aanleiding van zijn publicaties over de Teevendeal – die deal, in 2000 ondertekend door officier van justitie Fred Teeven, leverde topcrimineel Cees H. buiten het zicht van de Belastingdienst miljoenen op. Daar werd tot op het hoogste niveau herhaaldelijk over gelogen, onthulde Haan. Een indrukwekkend trackrecord, en dan is hij nu ook nog de enige levende Nederlandse journalist over wie een speelfilm is gemaakt, die afgelopen zomer in première ging. ‘Die gedachte blokkeer ik nog een beetje. Het moment dat ik met Petra, mijn vrouw, bij de première in Tuschinski zat, dacht ik wel: wat ben ik ongelooflijk blij dat het een goeie film is geworden, anders had ik wel een probleem gehad.’

Hoezeer hij ook wordt geprezen en hoezeer hij ook houdt van zijn vak, toch dreigt hij af en toe cynisch te worden: over de politiek, over het publieke debat. Mede daarom schreef hij een thriller over een coldcase-rechercheur, Lenoir, die deze lente verscheen. ‘Ik krijg een spuitje van m’n vrouw en van mezelf als ik ooit over zou stappen naar een woordvoerderschap – dat nóóit. Maar ik had wel behoefte aan een klein beetje afstand, een mentale vluchtheuvel. Daarom was dat schrijven van die thriller heerlijk. Het was prettig om een keer niet alleen maar die journalist te zijn.’

Bas Haan Beeld Martin Dijkstra
Bas HaanBeeld Martin Dijkstra

Had je het idee dat je samenviel met je werk?

‘Ik denk dat dat af en toe speelde. En: voor mij is de journalistiek hetzelfde gebleven, maar het publieke debat is ongelooflijk veranderd. Ik ben niet cynisch, maar wil het ook niet wórden. Toen ik vier jaar geleden mijn boek schreef over de Teevendeal (De rekening voor Rutte, red.), constateerde ik dat er door politici glashard werd gelogen. Ik weet nog dat er rond die tijd hoofdredacteuren aanschoven bij DWDD over de vraag hoe je het als journalist moest noemen wanneer een politicus liegt. Mocht je het woord ‘liegen’ gebruiken? Dat zou tegenwoordig een potsierlijke uitzending zijn, de leugens van Rutte zijn inmiddels gemeengoed. Ze worden in de kranten volop benoemd. Zó volop, dat het bijna gewoon is geworden. Over de evacuaties uit Kabul spreekt hij niet de waarheid, over de mogelijke burgerdoden tijdens een Nederlandse bomaanval op Hawija in Irak spreekt hij niet de waarheid, in de toeslagenaffaire duikt telkens een nieuw document op dat niet zou hebben bestaan, maar toch bestaat. Dát veroorzaakt cynisme richting Den Haag, ook bij mij. Daarom maak ik nu verhalen over gronddeals of de waterstofeconomie in Groningen. En niet meer: wie liegt er en wie liegt er niet in Den Haag. Daar wilde ik nou eens even lekker wegblijven.’

Dreigde je ook cynisch te worden omdat je dacht: wat heeft nóg een onthulling over de leugens van Rutte voor zin als er geen consequenties aan worden verbonden?

‘Met een onthulling probeer je de mammoettanker van het landsbestuur een half graadje van koers te veranderen – misschien is het een illusie, maar dat is het doel. Wás het doel. Want tegenwoordig bekruipt mij af en toe het gevoel dat we niet op een mammoettanker zitten, maar op de Titanic, met een scheur van rechtsvoor tot rechtsachter. Wat voegt een onthulling over een klein lekje op de linker voorsteven dan nog toe? Ik denk dat er een verstoorde verhouding is tussen kabinet, Tweede Kamer, ambtenaren en maatschappij. De balans is zoek, en de coronapandemie en het gepolariseerde debat maken het er niet bepaald makkelijker op.

‘Er wordt goede journalistiek bedreven, maar de media in bredere zin, de talkshows met name, zijn soms eerder deel van het probleem dan deel van de oplossing. Journalistiek zou moeten draaien om feitelijke analyses en reconstructies, waar je pas in tweede instantie, om een probleem inzichtelijk te maken, emoties bij kunt betrekken. Maar emoties en ophef vermommen als journalistiek, zoals vaak in talkshows gebeurt, is olie op het vuur van het toch al zo gepolariseerde debat. Zeker wanneer die talkshows mensen met tegengestelde meningen als gelijkwaardig tegenover elkaar gaan zetten. Het OMT versus Maurice de Hond over corona! Als ik zoiets zie, word ik kwaad. Dan word ik écht kwaad.’

Was je eigenlijk verbaasd dat De Hond zich in 2020 met corona ging bemoeien, en een afwijkende visie had op het pandemiebeleid?

‘Nee. Ik was wel verbaasd dat hij – weer – een podium kreeg. Ik was verbaasd dat hij zichzelf in interviews op YouTube met droge ogen vergeleek met Galileo Galilei. En ik was stómverbaasd dat hij, daarna, door serieuze media werd uitgenodigd. Hij heeft in 2020 in verschillende eindejaarsinterviews mogen zeggen dat hij werd doodgezwegen en niet werd gehoord. Hij heeft herhaaldelijk bij Op1 gezeten en ondanks alles geklaagd over een omerta. Ik denk dat mensen die mijn boek hebben gelezen, en de film hebben gezien, wel begrijpen waarom ik daar zo stomverbaasd over was.’

Heeft Ernest Louwes in jouw ogen baat gehad bij de bemoeienis van Maurice de Hond?

‘Nee. Het is hem overkomen. Hij zat gewoon in zijn cel, was niet op zoek naar media of wat dan ook. Maar er bleken fouten te zijn gemaakt bij zijn veroordeling, daar werd over geschreven, ik maakte er meerdere uitzendingen over, en hij kwam vrij! Hij was veroordeeld op basis van een mes dat hij nooit had vastgehouden en dat het moordwapen ook helemaal niet was, dus hij wás een slachtoffer van een gerechtelijke dwaling. Maar: er kwam nieuw dna-bewijs boven tafel, hij werd opnieuw veroordeeld, en hij kwam weer vast te zitten. Ook toen zat hij rustig in zijn cel, tot Maurice de Hond zich meldde. Zeg dan maar eens nee, als zo’n invloedrijk figuur in jouw onschuld gelooft en je wil helpen. Maar uiteindelijk heeft hij er niets aan gehad: hij zat zijn straf gewoon uit. Zonder die mediacampagne van De Hond had hij zijn leven in redelijke anonimiteit kunnen voortzetten. Ik denk dat het voor hem en zijn familie niet prettig is dat er een film is gemaakt. Hij zal vast liever rust willen.’

Heb jij zelf fouten gemaakt in je verslaggeving over de zaak?

‘Ik heb aan de vooravond van het nieuwe proces, waarvan iedereen dacht dat Louwes daar zijn vrijspraak op zou komen halen, een exclusief interview met Louwes gemaakt. Dat portret werd uitgezonden op de dag van het proces. Maar op die dag werd er ineens aangekondigd dat er nieuw dna-bewijs was aangetroffen. Geen details, alleen de aankondiging. Dat kon van alles betekenen, dacht ik, dus het portret is uitgezonden, zonder dat we melding maakten van de vondst van dna. De volgende dag kwam er een fax binnen van Peter R. de Vries, waarin hij me de les las over dat ik die cruciale informatie had weggelaten.’

De scène zit ook in de film, we zien Fedja van Huêt woest de fax wegsmijten.

‘Zo ging het. Ik was boos op mezelf, want ik was betrapt! Dat frustreerde me. Ik had het niet gemeld terwijl ik het had moeten melden. Een journalistieke fout. Ik ben koffie gaan drinken met Peter, het begin van een fijn contact. Peter heeft er nooit doekjes om gewonden dat hij overtuigd was van Louwes’ schuld. Hij was ook bij mijn boekpresentatie. We stonden precies hetzelfde in de zaak.’

Het was in jouw uitzending dat Maurice de Hond voor het eerst zei ‘100 procent’ zeker te weten dat de klusjesman de dader was. Wat waren je beweegredenen om hem dat op tv te laten zeggen?

‘De belangrijkste was dat ik me legitiem kon verschuilen achter het feit dat het Openbaar Ministerie in een persbericht had aangekondigd dat ze een oriënterend vooronderzoek zouden starten in een afgesloten moordzaak op basis van informatie die door De Hond was aangedragen. Dat was nog nooit gebeurd. Daarmee was hij, wat je er verder ook van vindt, nieuws. Op zich sta ik nog achter dat interview. Maar ik had het nu anders aangepakt. Ik heb nu meegedaan met het op het schild hijsen van De Hond, terwijl ik veel meer aandacht had moeten besteden aan de vraag hoe ze het bij het OM in hun hoofd haalden om een opiniepeiler als aanleiding te nemen om een moordonderzoek te heropenen. Nu heeft ook mijn uitzending hem vleugels gegeven. Ik ben absoluut medeverantwoordelijk.’

De Hond liet het er niet bij zitten, hij maakte dit jaar zélf ook een podcast, waarin hij zijn eigen versie van de gebeurtenissen uit de doeken doet. Hij zegt daarin: ik wil met Bas Haan in debat, maar hij weigert mij te woord te staan.

‘Ik ga niet met hem in debat over Ernest Louwes, omdat De Hond voor mij geen entiteit is als het om Louwes gaat. Er hebben oneindig veel specialisten naar die zaak gekeken, de mening van een opiniepeiler is irrelevant. Het is bovendien niet mijn doel om iemand ervan te overtuigen dat Louwes schuldig is, ik leg alleen uit waarom het logisch is dat hij is veroordeeld. Mijn doel is aan te tonen hoe misdadig de publieke veroordeling van De Jong is geweest. Als De Hond met mij in debat had gewild over de klusjesman, zou ik dat wél gedaan hebben, maar hij mag niet meer in het openbaar over De Jong spreken omdat hij is veroordeeld wegens smaad. Voor mij is het boek nu dicht, ik geef die man op geen enkele manier meer aandacht.’

Heb je De Hond überhaupt nog gesproken dit jaar?

‘Nadat ik in 2019 bij DWDD zat, kreeg ik een brief van hem van 45 kantjes. Daarin ging hij weer helemaal los over de veronderstelde leugens van Michaël de Jong, dus dat heb ik verder genegeerd. Daarna kreeg ik nog een keer een mailtje, waarin hij me uitnodigt om mee te werken aan zijn podcast. Waarop ik antwoordde: wat denk je zelf? Geef eerst eens publiekelijk antwoord op de vraag of je nog steeds denkt dat Michaël de Jong de moordenaar is, en of je ergens spijt van hebt. Vervolgens schreef hij, zonder ‘beste Bas’, en ik citeer, inclusief schrijffouten: (Haan leest voor vanaf zijn telefoon, red.) ‘Ik denk dat je nog steeds zo laf bent en niet durft met mij om in het openbaar een debat met me aan te gaan. En de antwoorden op de vragen zul je in mijn podcast horen inclusief nog veel meer relevants over deze zaak, die jij in je boek en op andere manieren hebt ontweken of verkracht. Ik heb vooral spijt van het feit dat ik jou hoog had zitten. Maurice.’ Dus ja, dan blijft het daarbij.’

Je zegt dat je hem geen podium meer wil geven, maar je tweette wel over zijn podcast: ‘Een oud-collega van mij in gesprek met een veroordeelde crimineel.’ Waarbij de oud-collega voormalig Nieuwsuur-journalist Pim van Galen is, de interviewer in de podcast, en De Hond de wegens smaad veroordeelde crimineel. Zo’n tweet klinkt toch alsof je je er over opwindt.

‘Rationeel zeg ik tegen mezelf: joh Bas, doe dat nou niet. En dan denk ik: weet je, ik doe het lekker wel.’

Bas Heijne schreef over De Hond bij het verschijnen van jouw boek: ‘Hoe kan het dat een individu dat geen enkele officiële functie heeft, dat persoonlijk niets met de zaak te maken heeft, zo’n grote invloed op de publieke opinie en zelfs de rechtsgang krijgt?’ Wat denk jij dat het antwoord is?

‘Angst voor de publieke opinie, zoals Heijne dat precies goed noemde. Uit angst voor de publieke opinie werd het onderzoek heropend met verwijzing naar een opiniepeiler en, uiteindelijk, zelfs het graf van de weduwe opengemaakt omdat daar volgens De Hond een mes zou liggen. Het was de periode na de moord op Pim Fortuyn, een periode waarin alle media bij zichzelf te rade gingen hoe het kon dat ze dat geluid van de gewone man hadden gemist. En ze zijn toen ongelooflijk gaan overcompenseren. Dat is een factor geweest in de nasleep van de moordzaak, het leidde ertoe dat De Hond dat podium kreeg. De angst om het verwijt te krijgen dat je te politiek correct of te links bent, leidt er nog steeds toe dat complotdenkers te vaak een podium krijgen.

‘Om maar even onbescheiden uit eigen werk te citeren: ik denk dat de angst voor de publieke opinie een rode draad is in mijn verhalen. De Teevendeal draaide in de eerste plaats om het institutionaliseren van leugens, om de leugen als politiek instrument. Maar dat komt ook ergens vandaan. Er wordt steeds harder op politici ingebeukt, door het publiek, door journalisten. De druk neemt op allerlei manieren enorm toe. De angst om een fout te maken, de angst om afgerekend te worden in de Kamer of op Twitter, waar dan ook, versterkt de neiging om de waarheid achter te houden. Tot op een zeker niveau kan ik me daar nog in verplaatsen ook.

‘Veel kritiek, van complotdenkers bijvoorbeeld, is volstrekt onterecht. En daar worden onze politici de hele dag mee overstelpt. Dan is het logisch dat je, als je weet dat je intenties goed zijn, niet ieder foutje gaat toegeven. Want dan gaat het alleen nog maar daarover. Maar het resultaat is dodelijk. Het geïnstitutionaliseerde liegen in combinatie met die angst voor de publieke opinie is een giftige cocktail. Als de beerput van de toeslagenaffaire iedere maand nog dieper blijkt te zijn, kun je het mensen niet kwalijk nemen dat ze de politiek steeds meer wantrouwen. Het is een spiraal naar beneden.’

Door complotdenkers wordt de hele tijd gezegd: blijf zelf nadenken, doe je eigen onderzoek. Hoe gevaarlijk is dat?

‘Heel gevaarlijk, want goed onderzoek doen is niet eenvoudig. Voorheen was de krant – welke krant dan ook – voor de meeste mensen een ijkpunt. Dan kun je het af en toe niet met de invalshoeken eens zijn, maar wat je zeker weet, is dat er op een redactie een systeem van checks-and-balances geldt, men controleert elkaars werk. Het probleem is dat op Instagram en Facebook iedereen zijn eigen verslaggever, eindredacteur en hoofdredacteur tegelijk is. Dat, in combinatie met de algoritmes, leidt ertoe dat elke rel ontploft en dat onzinberichten een groot publiek van gelijkgestemden bereiken. De sociale media zijn vergeven van de rattenvangers, die angst, wantrouwen en vermeend slachtofferschap weten te koppelen aan een aansprekend verhaal, uit overtuiging of vanwege een plat verdienmodel. Waar van oudsher de journalistiek de neiging heeft om uit te vergroten om te laten zien dat er iets mis is, is het inmiddels bijna omgedraaid. Iedere veronderstelde fout wordt op sociale media zo enorm uitvergroot, dat het bijna onze taak is geworden om rust te brengen.’

Bas Haan Beeld Martin Dijkstra
Bas HaanBeeld Martin Dijkstra

Het lastige is dat de onzinverspreiders precies dezelfde dingen zeggen als jij, maar dan juist over de journalistiek: ‘Feiten lijken er niet meer toe te doen’, zegt FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren bijvoorbeeld. Op demonstraties tegen de coronamaatregelen lopen mensen met borden waarop staat dat de NOS fake news verspreidt. En volgens De Hond verspreid jij ook nepnieuws.

‘Dat is heel lastig, want daardoor krijgt men de neiging om de een tegenover de ander te zetten. Dan is het ‘mijn versie’ van het verhaal tegen die van Maurice de Hond. Terwijl het niet ‘mijn versie’ is, het is het verhaal van het meest uitgebreide proces ooit in dit land.’

Ken je zelf antivaxers?

‘Niet in mijn directe omgeving. Ik heb nu wel een appgesprek met een aardige vent met wie ik vroeger in de kroeg heb gewerkt. Voor mij is niet iedere antivaxer een complotgek. Er zijn situaties waarin je je er wel wat bij voor kunt stellen. Een stewardess die gezond is, trombose heeft, en bang is vanwege het kleine risico op bijwerkingen, snap ik best. Het wordt problematisch als de ‘Great Reset’ om de hoek komt, of als er wordt beweerd – ik krijg het bijna niet uit m’n strot – dat we door reptielachtigen geleid zouden worden. Wat moet je dáár nog van zeggen? In de VS gelooft 30 procent van de bevolking dat Trump de eigenlijke winnaar is van de verkiezingen. Dat is heel eng. De dingen die er nu in de Tweede Kamer gezegd worden, het coronabeleid dat door Kamerleden vergeleken wordt met de behandeling van joden in de oorlog, dat was een paar jaar geleden onvoorstelbaar.

‘Dat Ongehoord Nederland nu de kans krijgt toe te treden tot het bestel om drek te gaan verspreiden, ook dat kan ik alleen verklaren uit angst voor de publieke opinie. Het is een pessimistisch verhaal, maar daar staat tegenover dat de journalistiek van een hoger niveau is dan ooit, niet alleen kranten en televisie, maar ook boeken, podcasts en documentaires. En: de Nederlandse bevolking bestaat voor 80 procent uit redelijke mensen die je niet hoort, die niet deelnemen aan het gepolariseerde debat op Twitter, en ook die gaan naar de stembus. Daar put ik enig vertrouwen uit. Ik ben niet bang dat onze volgende premier Thierry Baudet heet.’

Hoe keek jij naar het Kamerdebat op 1 april over ‘Omtzigt: functie elders’?

‘Ademloos. Ik vond dat een omslagpunt. Klinkt misschien raar, maar ik ben niet anti-Rutte, ik zie hem niet als het grote kwaad. Ik denk dat bijna alle ministers het beste voor hebben met dit land, Rutte ook. Ik vind het knap dat hij in de afgelopen elf jaar, in een politiek versnipperd land, de boel bij elkaar heeft weten te houden. Alleen denk ik dat de prijs die daarvoor is betaald, onacceptabel hoog is. En dan doel ik op de teloorgang van het fenomeen waarheid. Rutte heeft Trump niet aan de macht gebracht en het fenomeen nepnieuws ook niet uitgevonden, maar hij heeft de effecten daarvan in Nederland wél erg versterkt door zijn eigen omgang met de waarheid. Plus: er is een tamelijk fundamentele crisis in Nederland, en dat is dat de uitvoeringsorganisaties – de Belastingdienst, de politie, het UWV, defensie, de jeugdzorg – kapot zijn bezuinigd en gereorganiseerd. Dat fundamentele probleem wordt versterkt omdat er niet de waarheid over wordt gesproken, omdat er een deken van ‘gaaf landje’ overheen wordt gelegd. Vóór 1 april had ik altijd het idee dat Rutte het landsbelang voorop had staan. Maar nu dacht ik te kunnen zien dat hij, voor het eerst, echt voor zichzelf koos. En da’s lelijk.’

Koos Rutte eerder niet ook voor zichzelf? Hij verschool zich, zoals je zelf in je boek over de Teevendeal beschrijft, toch heel vaak achter andere bewindspersonen?

‘Absoluut waar. Maar wat ik bedoel is: dat deed hij vanuit de intrinsieke motivatie om de boel bij elkaar te houden en niet zozeer om zijn eigen positie te redden. Op 1 april werd hem, in de vorm van een motie van afkeuring van CDA en D66, op een presenteerblaadje de mogelijkheid aangeboden om op termijn ruimte te maken voor iemand anders. Maar hij zei: geen motie van wantrouwen, dus ik blijf. Daarmee is de formatie totaal verlamd. Rutte heeft letterlijk gezegd dat hij ‘naar eer en geweten’ had gelogen over het spreken over Omtzigt. Dat is een prachtige samenvatting van zijn omgang met de waarheid.’

In 2017 zei je, toen ik je interviewde over de Teevendeal: ‘Er zijn meerdere mensen die, op elk door hen gewenst moment, de stoel onder de kont van de premier vandaan kunnen trekken.’ Je doelde op collega-bewindslieden die zouden kunnen onthullen dat Rutte had gelogen over de deal. Zou zo’n onthulling iemand nu nog iets kunnen schelen?

‘Nee. Hahaha. De inflatie van de leugen is hard gegaan in de afgelopen vier jaar. Inmiddels is er veel vaker gelogen en over veel ernstiger zaken dan een afschrift van een deal met een crimineel. We hebben het nu over leugens over burgerdoden door Nederlandse bombardementen, leugens over tolken die niet geëvacueerd zijn uit Kabul, leugens over mensen die jarenlang door de mangel zijn gehaald door de Belastingdienst.’

Kan het anders? Als Rutte minder had gelogen, was hij geen premier meer geweest.

‘Dat klopt. Maar vertrouwen kun je terugwinnen. Als een minister nu een leugentje bekent, duikt iedereen er als haaien op. Dat moet óók stoppen. Maar het begint met eerlijker zijn, vertel welke fouten je hebt gemaakt, open en bloot, vertel hoe je van inzicht bent veranderd. Want uiteindelijk zullen het publiek en de media dan denken: die persoon komt er voor uit dat hij een fout heeft gemaakt, die is te vertrouwen. Je kunt en hoeft niet alle vertrouwelijke notulen openbaar maken, maar je kunt wel naleven wat er in de wet is vastgelegd, je kunt een memo dat besproken is naar de Kamer sturen. Je kunt uitleggen dat de Bulgarenfraude zo’n hel was, dat je vervolgens bent doorgeslagen, met het toeslagenschandaal tot gevolg. Zo draai je de spiraal terug omhoog. Daarna kun je beginnen met het herstel.’

CV Bas Haan

19 september 1973 Geboren in Nijmegen.

1993 Propedeuse Kunst- en cultuurwetenschappen, Rotterdam.

1995-2000 Rechtbankverslaggever persbureau Cerberus.

2000 Afgestudeerd als maatschappijhistoricus, Rotterdam.

2000 Actualiteitenrubriek Netwerk.

2002 Begin reeks uitzendingen over de Deventer moordzaak.

2005 Onthulling over de Schiedammer Parkmoord.

2006 Actualiteitenprogramma Nova.

2009 Boek De Deventer moordzaak – Het complot ontrafeld.

2013 Wint met Mariëlle Tweebeeke De Tegel.

2015 De Tegel voor Nieuwsuur-item over de Teevendeal.

2015 Journalist van het Jaar.

2016 TV Beeld voor onthulling over Teevendeal.

2017 Boek De rekening voor Rutte, bekroond met De Loep.

2017 De Tegel voor Nieuwsuur-item over de WODC-affaire.

2018 Brusseprijs voor De rekening voor Rutte.

2020 Geactualiseerde uitgave van De Deventer moordzaak.

2021 Speelfilm De veroordeling, verfilming van Haans boek over de Deventer moordzaak.

2021 Thriller Lenoir.

2021 De Bronzen Vleermuis voor het beste thrillerdebuut.

Bas Haan woont in Rotterdam, is getrouwd en heeft een dochter van 9 en een zoon van 12.

Meer over