Postuum

André Leon Talley (1948-2022) was modejournalist en -icoon tegelijk

André Leon Talley Beeld Getty
André Leon TalleyBeeld Getty

Hij was niet alleen modejournalist, bij Vogue onder meer, maar ook mode-icoon in zijn opvallende kaftans: bij alle shows zat hij front row. Toch hield André Leon Talley, die dinsdag overleed, zelf altijd het gevoel er niet helemaal bij te horen.

Cécile Narinx

Hij was gevoelig, geniaal, genereus en een tikje grootheidswaanzinnig. Groot was hij ook letterlijk: de in alle opzichten kleurrijke moderedacteur André Leon Talley mat 2 meter, een lengte die hij nog benadrukte door opvallend gekleurde en glanzende kaftans te dragen. Die royale, alles verhullende dracht was noodzakelijk omdat Talley sinds de dood van zijn geliefde oma worstelde met zijn gewicht en niet meer in zijn maatkleding paste.

Gelukkig was Talley een meester in het verfraaien van alles wat een oppepper kon gebruiken. Hij maakte van de nood een deugd en verklaarde monter dat je door een cape of kaftan te dragen statiger en zelfs koninklijk gaat bewegen. Bijkomend voordeel: hij was in één oogopslag te traceren als hij midden in de modemeute zat. Jarenlang was dat op de eerste rij bij de modeshows, aan de zijde van de vrouw die lange tijd zijn baas was: de iele Anna Wintour, sinds 1988 hoofdredacteur van de Amerikaanse Vogue.

Met Wintour had Talley een haat-liefdeverhouding. In zijn in 2020 verschenen memoires The Chiffon Trenches (wat verwijst naar zowel trenchcoats als loopgraven) kreeg Wintour er flink van langs. In het boek beweert Talley door haar aan de kant te zijn gezet omdat hij te oud, te on-cool en te dik was. En bij Radio Andy, waar hij kwam praten over zijn autobiografie, zei hij: ‘Dame Anna Wintour is een koloniale vrouw, ze is Brits, ze maakt deel uit van een koloniale omgeving. Ze is bevoorrecht en ik denk niet dat ze ooit ook maar iets haar witte privilege in de weg laat staan.’

De cover van de memoires van André Leon Talley.  Beeld
De cover van de memoires van André Leon Talley.

In tegenstelling tot Wintour moest Talley het zonder wieg in een rijke buurt en zonder invloedrijke familie doen. Hij werd geboren toen de Jim Crow-rassenscheidingswetten nog van kracht waren, in oktober 1948. Na twee maanden verhuisde hij van Washington naar Durham in North Carolina, waar zijn grootmoeder Bennie Frances Davis de opvoeding verder voor haar rekening nam.

Davis, die werkte als schoonmaker op de mannencampus van Duke University, introduceerde haar kleinzoon in de plaatselijke kerk en leerde hem zich ordentelijk en voorbeeldig te gedragen. De kleine Talley droomde ondertussen van een leven zoals de Kennedy’s dat leidden, verdiepte zich in de lokale bibliotheek in Vogue en het modevakblad Women’s Wear Daily en fantaseerde over reizen naar Frankrijk.

Logisch dus dat Talley Frans ging studeren: eerst aan North Carolina Central University, daarna een master aan Brown op Rhode Island, waar hij zijn afstudeerscriptie wijdde aan de invloed van zwarte vrouwen in de werken van Baudelaire en Flaubert en de schilderijen van Delacroix. Toen hij via via aan een vrijwilligersbaantje in het Metropolitan Museum in New York kwam en daar Diana Vreeland ontmoette, ging het snel.

Vreeland, de legendarische oud-moderedacteur van Harper’s Bazaar en ex-hoofdredacteur van Vogue, was er een kei in om fantasiewerelden te creëren en herkende datzelfde talent in Talley. Daarbij kende ze iedereen die ertoe deed in de New Yorkse creatieve kliek. Via haar kreeg Talley een baantje als receptionist bij Andy Warhols blad Interview, waar hij volgens overlevering de eerste was die überhaupt de telefoon opnam.

Toen Talley een baan bij Women’s Wear Daily bemachtigde en in Parijs werd gestationeerd, kwam een droom uit. Hij hulde zich in kakkineuze kleding, schuimde poenige feestjes af met modeontwerpers Karl Lagerfeld en Yves Saint Laurent en strooide lustig met zijn culturele bagage en talenkennis. Niet genoeg om er helemaal bij te horen, zo beschreef hij in zijn memoires. Hij bleef die grote, zwarte outsider, met ronduit racistische bijnamen als Queen Kong. Hij onderging het zonder morren, zo vertelde hij later, door zich doof en blind te houden voor dit soort opmerkingen.

André Leon Talley met Diana Ross in Studio 54 (1979).  Beeld Getty
André Leon Talley met Diana Ross in Studio 54 (1979).Beeld Getty

Eind jaren tachtig keerde Talley terug naar Amerika om te werken voor de Amerikaanse Vogue, waar hij hoofdredacteur Wintour van zowel kleding- als werkadvies diende. Een van de pijnlijkste anekdotes: Wintour wilde van Talley weten of het lezers zou bruuskeren als er modellen van kleur werden afgebeeld. In zijn jaren bij Vogue, eerst als news director, later als creative director (tot 1995) en na een pauze van drie jaar als editor at large (tot 2013), kon Talley zijn stijl, smaak, encyclopedische modekennis en flair ruim baan geven. Daarnaast was hij in de positie het vrouwbeeld in en op het blad inclusiever te maken.

Aan het eind van zijn carrière speelde hij nog glansrollen als vilein jurylid in de talentenjacht America’s Next Top Model en als stijladviseur van Michelle en Barack Obama. Toen de Obama’s in 2020 een verjaardagsfeestje vierden ondanks de corona-epidemie, bleek de liefde bekoeld. Tegen The New York Times zei Talley: ‘Ik denk dat de Obama’s serieus toondove nouveaux riches zijn die in een plakkerige Marie-Antoinette-‘laat ze maar taart eten’-modus zitten. Ze moeten niet vergeten dat ze van nederige komaf zijn.’

Talleys laatste hoogtepunt was zijn benoeming tot ridder in de Franse Orde van Kunst en Letteren in 2021, voor zijn verdiensten op het gebied van kunst en letterkunde. De laatste jaren van zijn leven bracht de met zijn gezondheid kwakkelende Talley grotendeels thuis in White Plains (New York) in zijn Christian Lacroix-bed door. Geheel volgens zijn eigen mantra: ‘Het meest luxueuze item is een mooi bed met fraaie, simpele lakens.’

Meer over