Eeuwig levenBram Schneiders (1925-2020)

Ambassadeur wiens carrière literatuur werd

Met ironisch-realisme beschreef Bram Schneiders zijn ervaringen als militair, diplomaat en ambassadeur in kranten en literaire tijdschriften.  

Bram Schneiders

‘Ik kwam in dienst op het ogenblik dat de oude ­Engelse uniformen, baretten en petten geleidelijk werden vervangen door nieuw ­Nederlands fabricaat uit een ­fabriekje in Tilburg. Dat vonden wij geen verbetering, je kon meteen zien dat Nederlanders geen militair gevoel hebben, zeker niet in Tilburg. In de Engelse battledress zag je er ‘smart’ uit (...). Daar wou je wel een heldendood in sterven. De nieuwe Brabantse battledress zat soepig en flodderig en was van een deprimerende erwtensoepkleur. Ze ­deed mij ­denken aan zielige krijgsgevangenen achter prikkeldraad en dat voordat er een schot was gelost.’ Zo beschreef Bram Schneiders zijn ervaringen tijdens de politionele acties in Nederlands-Indië in ­Hollands Maandblad.

Hij had toen al Nederlands-­Indisch recht gestudeerd aan de universiteit van Leiden in de overtuiging dat hij daar als bestuursambtenaar zou werken. Maar bij aankomst besefte hij dat de onafhankelijkheid van het land onafwendbaar was.

Na terugkeer in Nederland zou hij lang voor de buitenlandse dienst werken, onder meer als ­ambassadeur in Kameroen, Zimbabwe en Nieuw-Zeeland. ‘Bram was zo anders dan zijn tijdgenoten Chefs de Postes, zoals ambassadeurs in de dieventaal van Buitenlandse Zaken worden genoemd’, zei zijn voormalige collega Harry Molenaar op de uitvaart. Hij hield niet van het stijve protocol, was losjes in de omgang en kon goed delegeren.

Ongebruikelijk voor een diplomaat was dat hij in ‘ironisch-realistische’ columns (onder meer voor Het Parool en als Drievoeter in NRC) en korte verhalen (voor De Gids, ­Tirade en Hollands Maandblad) schreef over wat hij meemaakte. Een groot deel verscheen bij ­Querido in boekvorm: van Langs het schrikdraad (1961) tot Het  ­verbrokkeld paradijs (1991).

Ook daarna bleef hij tot 2009 nog schrijven. Bram Schneiders overleed 2 juli op 94-jarige leeftijd, zes jaar na zijn vrouw met wie hij twee kinderen had.

Hij werd geboren als Abraham Louis Schneiders in Castricum. Het gezin verhuisde al snel naar Rotterdam ,waar Bram een opleiding volgde aan het Libanon ­Lyceum. Na zijn verblijf in Nederlands-­Indië – waar hij onder de titel De Kanonnen zijn eerste stukje schreef – werd hij ­secretaris van de universiteit van ­Leiden en later directeur van het Jongeren Vrijwilligers Programma (JVP) – een voorloper van de ­Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV).

Vervolgens werd hij door het ministerie van Buitenlandse ­Zaken als diplomaat uitgezonden naar Nigeria en Indonesië, waar Soeharto inmiddels aan de macht was gekomen.

In 1977 keerde hij korte tijd terug in Nederland als woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vervolgens volgde zijn benoeming tot ambassadeur. Hij was de eerste ­Nederlandse ­ambassadeur in Zimbabwe nadat de blanke minderheidsregering was opgedoekt.

Molenaar: ‘In zijn schrijfsels over die periode werd op fijnzinnige wijze de spot gedreven met de veelheid aan ceremonieel. (…) Raak waren zijn beschrijvingen van een hoge Sovjet-militair die op de Mozambikaanse nationale dag voor Bram op de vip-tribune zat en onder ‘zijn gigantische pet een nek had van gestold spek’.’

Zijn laatste post was in Nieuw-Zeeland, waar hij Nederland in exotische Zuidzee-eilanden als Fiji, Tonga, West-Samoa, en Tuvalu mocht vertegenwoordigen. ‘Het was een fantastische tijd, omdat hij echt in die functies zo ver van Nederland een verschil kon ­maken’, zegt zijn zoon Mark Schneiders.