Ambassades liggen dwars bij terugkeer tent-asielzoekers

De meeste afgewezen asielzoekers in het tentenkamp van de Raad van Kerken in Drenthe kunnen niet terugkeren naar hun land....

Van onze verslaggever

Jeroen Trommelen

LHEEBROEK

De Immigratiedienst IND van het ministerie van Justitie stelt dat de asielzoekers niet willen meewerken aan hun verwijdering. Uit de dossiers blijkt echter dat er slechts sprake is van één weigering, namelijk bij een Chinese familie. Alle overige geweigerde asielzoekers in het tentenkamp verklaren volgens de documenten wel aan hun terugkeer te willen meewerken - zij het soms met tegenzin.

Zeventien asielzoekers in het tentenkamp, mede opgezet door de kerkelijke hulporganisatie Inlia, stelden hun papieren deze week open voor onderzoek door de Volkskrant. Van hen komen er elf uit China. Drie van hen zijn voor hun terugkeer afhankelijk van de Libanese ambassade.

Over hun dossiers ontstond was een controverse ontstaan tussen de Raad van Kerken en staatssecretaris Schmitz van Justitie. Volgens Schmitz is de opvang van zogeheten 'technisch onverwijderbare' asielzoekers verzekerd zolang betrokkenen zelf meewerken aan hun verwijdering.

De bewoners van het tentenkamp hebben het volgens Schmitz aan zichzelf te wijten dat ze eerder allemaal door Justitie op straat werden gezet. Uit de dossiers blijkt dat juridische details en de opstelling van buitenlandse ambassades doorslaggevend zijn bij de beslissing of de asielzoekers kunnen worden teruggestuurd.

Vier van de zeventien bewoners in het tentenkamp hebben tijdelijk als illegaal geleefd nadat hun asielverzoek was geweigerd. Drie van hen meldden zich later alsnog vrijwillig voor terugkeer en een plaats in de asielopvang. Volgens de IND kan daar geen sprake meer van zijn, omdat 'betrokkenen zich aan het toezicht hebben onttrokken'.

De 32-jarige statenloze Bihari-vluchteling M. Hashim werd om deze reden op straat gezet. Hashim werkte wel mee aan zijn verwijdering, en werd gepresenteerd bij de ambassades van Pakistan en Bangladesh. Beide landen weigeren echter hem op te nemen.

Ook de statenloze Palestijn A. Chabti, wiens asielverzoek in 1992 werd geweigerd en die zich in 1994 na een periode van illegaliteit meldde bij de ambassade van Libanon, werd om die reden op straat gezet. Sinds 1994 werkt Chabti op alle fronten mee aan zijn uitzetting, die door de Libanese ambassade wordt tegengehouden.

In een brief aan Inlia verklaart de ambassade van Libanon op 15 april van dit jaar: 'Als gevolg van de langdurige crisis en toegebrachte schade aan onze economische structuur is Libanon niet in staat om meer vluchtelingen op te nemen. (. . .) Daarom is het voor ons ook onmogelijk enig visum of grenspapier te verstrekken aan statenloze personen.'

Meer over