Zinvol levenLeraar Ismail Aghzanay

‘Als ik op voorhand invul wat iemand van mij denkt, doe ik die ander geen recht. Dat is onrechtvaardig’

Ismail Aghzanay Beeld Jitske Schols
Ismail AghzanayBeeld Jitske Schols

Het was zijn docent, mevrouw Bento, die het leven van de jonge Ismail Aghzanay veranderde. Anders was hij misschien de grappenmaker gebleven die zijn emoties altijd verborg. Nu is hij zelf leraar en wil hij doen wat juf Bento voor hem deed.

‘Dat ik als 5-jarige naar het speciaal onderwijs moest, was echt een klap voor me. Ik herinner me hoe ik onder mijn bed lag en me huilend vasthield aan een poot van het bed. Ik moest er door mijn juf letterlijk onder vandaan worden weggesleurd. ‘Ik ga niet’, schreeuwde ik. Maar de realiteit is: je gaat wel.’

Door zijn gedrag moet Ismail Aghzanay halverwege de jaren negentig van zijn reguliere basisschool in Rotterdam af. Geboren in 1991 als zoon van twee analfabete, Marokkaanse ouders, is hij het zesde kind in een gezin van zeven. Thuis, in de achterstandswijk Feijenoord, is hij ‘de lieveling’ van zijn moeder (‘en zij staat bij mij ook met stip op nummer één, nog altijd’), maar in de klas geldt hij als een driftkikkertje. ‘Ik had het idee dat ik niet werd gezien, gehoord en gewaardeerd’, zo verklaart hij zijn woedeaanvallen: ‘Ik schreeuwde, dook onder tafels en sloeg die omhoog.’

Zijn verwijdering van school noemt hij ‘een litteken dat altijd bij me blijft’. Terugdenkend aan de ­docenten die hem hebben weggestuurd, voelt hij nog altijd verontwaardiging opkomen: ‘Natuurlijk zullen ze het druk hebben gehad, maar als ze ook maar iets meer tijd en energie aan me hadden besteed, was het anders gelopen. Ik heb het hen wel vergeven, maar zal het nooit vergeten.’ De gang naar het speciaal onderwijs is ook een klap voor zijn reputatie – jongens op straat spreken achter zijn rug over ‘het mongooltje’ van de buurt: ‘Toen me dat werd verteld, lachte ik als een boer met kiespijn. Ik had het echt zwaar.’

Zijn plan is het speciaal onderwijs snel te verlaten, maar dat lukt niet – hij moet door tot groep acht, ‘ook al was het zwaar onder mijn niveau’. Dan begint hij aan een lange mars: via vmbo-basis en twee mbo-opleidingen komt hij op zijn 23ste uit bij het hbo, waar hij de lerarenopleiding Engels met succes volgt. In 2018 beleeft hij zijn moment van zoete wraak op docenten die hem niet zagen zitten – hij wordt tot de Rotterdamse ‘leraar van het jaar’ verkozen.

In datzelfde jaar staat hij in de ­finale van cabaretfestival Camaretten en speelt hij als stand-upcomedian zeventig voorstellingen in een half jaar. Ondanks dat succes besluit hij ermee te stoppen. In toenemende mate heeft hij moeite met zijn eigen grappen, zoals die over Marokkaanse ­vaders die niet in staat zijn hun gevoelens te uiten: ‘Mijn vader heeft zijn land van herkomst verlaten voor ons. Jarenlang heeft hij geploeterd om ook aan het eind van de maand eten op tafel te hebben. Hij moest geld verdienen voor al zijn kinderen en ook nog voor zijn familie in Marokko. Zo iemand ervaart zo veel druk, moet ik die dan belachelijk maken?’ Ook zit het hem dwars dat zijn grappen ‘alleen maar stereotypes bevestigen, in plaats van die te ontkrachten of verzwakken’. Bovenal denkt hij van grotere betekenis te zijn als leraar: ‘Ik waardeerde wel alle lof die ik als cabaretier kreeg, maar daar moet je het niet voor doen. Het belangrijkste voor mij is en blijft: waar kan ik de meeste impact hebben? Dan gaat mijn voorkeur toch uit naar waar onze gezamenlijke toekomst begint, het onderwijs.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Voor mij gaat dat over rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid – ik wil eraan bijdragen dat ieder mens dezelfde kansen krijgt, ongeacht zijn afkomst. Rechtvaardigheid betekent voor mij: elk mens geven waar hij recht op heeft. Iemand die is achtergesteld, verdient dezelfde kansen als ieder ander. Ik ben niet bang voor de dood, maar mijn grootste angst is dat ik onrechtvaardig handel en dat niet meer kan herstellen. Ik hoop aan het eind van mijn leven te kunnen zeggen dat ik niet onrechtvaardig ben geweest, dus probeer ik zoveel mogelijk vanuit die waarde te leven’.

Waarom is die waarde voor u zo belangrijk?

‘Als puber kreeg ik vaak krachttermen naar mijn hoofd zoals ‘kutmarokkaan’ of ‘kutmoslim’, wanneer ik met vrienden over straat liep. Later kreeg ik te maken met subtielere pogingen om me te kwetsen. Jarenlang heb ik daardoor gedacht: ‘Zie je wel, ik mag hier niet zijn, ik doe er niet toe.’ Die negatieve opmerkingen ben ik gaan projecteren op mensen die leken op degenen die me beledigden, zeg maar op alle witte Nederlanders. Die schreef ik dezelfde opvattingen toe, waardoor ze allemaal racisten werden. De ommekeer kwam toen politici groepen zoals Marokkanen of moslims gingen beledigen en daarmee iedereen over één kam scheerden. Toen bedacht ik: ‘Maar dat doe ik zelf eigenlijk ook, hoe kan het dat ik zelf doe wat ik verafschuw?’ Ik bedacht dat ik moest ophouden op voorhand in te vullen wat een ander van me denkt. Want dan doe ik die ander geen recht, dat is onrechtvaardig. Dat was het keerpunt.’

Hoe houdt u de juiste koers voor ogen?

‘Ik ben op religieus vlak meer gaan praktiseren. Vijf keer bidden per dag brengt je tot rust, de wereld om je heen staat even stil en je kunt reflecteren op wat je doet. Daarvoor ga ik ook wel bij het water zitten. De islam helpt me ook met mijn lot om te gaan. De eerste keer dat ik dat echt heb ervaren was toen ik 18 was. Ik voetbalde bij Feyenoord, maar wist dat een carrière als profvoetballer er niet meer in zou zitten. Ik had een probleem met een trainer, een oud-prof die me zwaar tekort heeft gedaan. In de voorbereiding op het seizoen deed ik het echt goed – ik was in topvorm. Maar de trainer had al een aantal jongens een basisplaats toegezegd. Toen ging hij zoeken naar een fout bij mij. Die vond hij, toen ik een keer te laat kwam voor een teamfoto. ‘Ismail heeft nu zijn eigen glazen ingegooid’, zei hij. Dat vond ik erg onrechtvaardig. Dat was geen racisme, maar wel vriendjespolitiek.’

BOEKTIP De kracht van kwetsbaarheid, Brene Brown.

‘Dit boek vormde voor mij de bevestiging van wat ik onbewust deed. Veel mensen groeien op met de gedachte dat kwetsbaarheid tonen een zwakte is. Maar het heeft juist veel moois tot gevolg – je ervaart dan dat we ons menselijk lot delen, dat leidt tot meer verbinding en groei. Dit boek is een aanrader voor iedereen die het delen van kwetsbaarheid moeilijk vindt.’

Hoe hielp uw geloof u?

‘De ramadan was toen belangrijk voor me – die had ik wel eerder gedaan, maar toen dit speelde, deed ik hem veel serieuzer. Daardoor kwam ik mentaal in een andere wereld en kon ik bedenken: ‘Dit moest zo zijn, ik moet gewoon tevreden zijn met zoals het nu is.’ Wat me ook hielp, was een gesprek met een oudere buurtjongen, een geweldige voetbalkunstenaar. Die zei: ‘Wellicht had profvoetbal ertoe geleid dat je je alleen maar met geld en materiële zaken zou bezighouden. Dat is helemaal niks voor jou. Geloof dat dit jouw lot moet zijn.’

Hoe bent u daarna van uw leraarschap overtuigd geraakt?

‘Bij de opleiding kreeg ik een gouden docent, mevrouw Bento. Ze was streng, maar rechtvaardig. Op een keer zei ze ten overstaan van de hele klas tegen me: ‘Minder grappen ­maken! Er zit een hele goede leraar in je, maar als je met grappen doorgaat, zien mensen je alleen als een clown.’ Dat hakte erin, haar compliment én de kritiek. Ik had de neiging me te verschuilen achter humor, dan hoefde ik niet te delen waar ik mee zat. Terwijl ik aan mijn leerlingen steeds voorhield dat ze juist dat moesten doen: ‘Je moet je emoties niet opkroppen, anders ga je daar veel last van ondervinden en doe je jezelf zwaar tekort’, vertelde ik ze. Ondertussen hield ik alle emotie binnen. Ik was bang dat er van alles zou veranderen, als ik zou zeggen waar ik mee zat. In een gesprek vroeg mevrouw Bento me een keer: ‘Ismail, waar loop je nou echt tegenaan?’ Ze was benaderbaar, toegankelijk. Ik werd echt emotioneel. Ik begreep toen dat ik mijn eigen kwetsbaarheid moest gaan tonen – mijn leerlingen zouden zichzelf nooit geven als ik dat zelf niet zou doen.’

Hoe doet u dat in de praktijk?

‘Ik heb er geen aanleiding voor nodig. Ik heb geleerd dat ik verbinding met de leerlingen krijg door kwetsbaarheid te tonen. Dus geef ik bijvoorbeeld een les over moederliefde. Dan begin ik met een filmpje van een Amerikaanse worstelkampioen, Marc Mero, die vertelt hoe hij rijk en beroemd werd, maar niet in staat was met zijn moeder te praten. Hoeveel spijt hij daarover heeft nu ze is overleden. Daarna zie je ook de meest stoere gasten in de klas slikken. Dan vertel ik dat ikzelf ook tegen mijn moeder heb geschreeuwd en haar tekortgedaan heb. Ik stel ze ook directe vragen: wie heeft er onlangs nog tegen zijn moeder gezegd dat hij van haar houdt? Dat blijkt dan bijna niemand te zijn. Ik vraag ze ook een brief in het Engels aan hun moeder te schrijven. Over dit soort thema’s praten heeft volgens mij grote urgentie.’

Voelt u liefde voor uw leerlingen?

‘Zeker. Ik zie ze als mijn eigen kinderen. Je kunt het natuurlijk niet vergelijken met de liefde van een moeder voor haar kind, maar ik hou wel zielsveel van die kids. Ik wil ze helpen. Daar zijn ze zo bij gebaat. Want ik ben niet de norm, hè? Dat ik goed terechtgekomen ben, is niet vanzelfsprekend. Ik zie veel gevallen waarin het misgaat – dat raakt me. Dus als ik het verschil kan maken in hun leven… (geëmotioneerd) Je merkt wel, dit komt echt uit mijn hart. Soms heb ik het idee dat het me lukt. Die leerling die net binnen kwam… hij heeft veel problemen door een vrijwel afwezige vader. Laatst zei hij tegen me: ‘Meneer, er is niemand die zo goed naar me luistert als u. Ik zie in u een vader­figuur.’ Dat raakt me diep. Maar soms weet ik niet of het helpt. Als ik buiten een leerling van me iets onverstandigs met vrienden zie doen, dan voer ik dat gesprek: ‘Als je dit pad gaat bewandelen, ga je spijt krijgen.’ Maar ik ben maar een momentopname in zijn leven. Blijft hangen wat ik zeg, of is het gewicht van die vriendenkring groter?’

Hoe ziet u het verder gaan – blijft u altijd leraar?

‘Ik heb dromen, jawel. (stilte) Ik ga het gewoon zeggen. Ik zou het vet vinden, als ik minister van Onderwijs zou worden. Maar alleen als ik echt impact zou hebben, anders is het niet iets voor mij. Als minister zou ik het onderwijs voor kinderen beter ­maken, eerlijker vooral. Ik zou voor de volle honderd procent voor rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid gaan.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over