ColumnArthur van Amerongen

Als ik op reis ga, heb ik één onderbroek bij me: een onverwoestbare Schiesser

Vandaag moet ik van Messines naar ­Silves strompelen. Het is nog steeds bloedheet in de Algarve. Ik haat ­gesleep met drinkwater, maar ik wil ook niet eindigen als de twee ­Nederlandse jongens die met de auto verdwaalden in de Sahara. Hun inheemse gids ging te voet hulp zoeken en keerde nooit weerom. Een van de nood­lottigen hield tot zijn laatste snik een dagboek bij, dat volgens een Nederlandse diplomaat in Algerije te gruwelijk was voor ­woorden. De laatste zin: ‘Als Feyenoord-­supporter ben je altijd de lul.’

In de Pyreneeën raakte ook mijn water eens op, tijdens de zoveelste afkickwandeling. Ik ben geen born survivor, zoals Bear Grylls, maar gek van de dorst dronk ik mijn plas, net als die jongens in de Sahara. 

Van ochtendurine en golden showers schijn je heel knap te worden, al dacht ik daar niet aan toen ik de asem van Magere Hein rook.

Voor mijn boetegang door de Algarve overwoog ik de aanschaf van een drinkgordel, maar met zo’n ding om lijk ik net die bouwvakker van de Village People.

Bovendien ben ik een geboren light ­traveller. Een doosje kapotjes is al te veel ­ballast, nog los van mijn latexallergie. 

Als ik op reis ga, heb ik één onderbroek bij me: een onverwoestbare Schiesser. Meestal krijg ik die wel schoon met een handwasje, behalve die ene keer na een bedorven ­bonenstoofpot. Toen moest mijn anders zo sneeuwwitte vriend een dagje in de bleek ­weken.

Er is één lichtpuntje vandaag: in ­Marisqueira Rui in Silves ga ik een dozijn ­camarões carabineiros oppeuzelen, de reuzengamba die in het Nederlands Aristeus ­antennatus heet. Ik kwijl nu al en vind het ­vreselijk dat ik eerst nog vijf uur moet lopen. Het verhaal van de wortel en de stok.

Er zijn overigens luitjes die denken dat ik lieg over mijn boetegang. Nederlandse ­campinggasten in Fuseta scholden mij ­afgelopen week uit voor ­oplichter, want ­volgens hen tippelde ik de Via ­Algarviana ­gewoon thuis met Google Street View.

Ik schreef al eerder dat ik heel slecht ben in het verzinnen van dingen. Een vriend las mijn novelle Mijn moeder is gek (die in ­november uitkomt) en zei: ‘Wat een hartverscheurend verhaal, al ben ik ­razend benieuwd wat je nou precies verzonnen hebt.’

Ik antwoordde dat mijn getuigenissen over drugs, drank en seks fabeltjes zijn, maar dat mama echt heeft bestaan. En zo is er altijd wel wat. Ik pak gewoon de Uber naar de gamba’s van Rui.

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over