AlfabetsoepJeff Korsmit

‘Als homoboer wil ik laten zien dat je gelukkig kunt zijn op het platteland’

Hoe ziet het leven van lhbti’ers er vandaag de dag uit? Haroon Ali interviewt wekelijks iemand over seksualiteit, genderidentiteit, hokjes en alles wat daarbuiten valt.

Haroon Ali
Jeff Korsmit: ‘Progressieve lhbti’ers weten vaak alles van eten, maar denken niet na over hoe het op hun bord belandt.’ Beeld Harmen Meinsma, visagie Ed Thijssen
Jeff Korsmit: ‘Progressieve lhbti’ers weten vaak alles van eten, maar denken niet na over hoe het op hun bord belandt.’Beeld Harmen Meinsma, visagie Ed Thijssen

Jeff Korsmit weet dat het ‘mega onsexy’ is om op zijn 35ste bij zijn ouders te wonen. Maar hij moest kiezen tussen een eigen huis of een eigen boerenbedrijf in zijn Brabantse geboortedorp St. Willebrord. Op een stuk land aan de rand van het dorp fokt de boer mangalitza varkens, ‘een wolharig spekzwijnenras uit Hongarije waar vaak charcuterie van wordt gemaakt’. Er lopen ook schapen, paarden en kippen rond. Daarnaast teelt Korsmit groenten en fruit voor eigen gebruik.

Als kind banjerde hij al met zijn grootouders door de natuur, las hij boeken over planten en speelde hij liever met speelgoedbeestjes dan auto’s. Boeren is zijn passie, maar Korsmit kan er (nog) niet van leven. Daarom werkt hij overdag bij de hortus botanicus in Leiden. Daarna is het ‘rechtstreeks naar de beesten’, die hem tot een uur of 9 ’s avonds bezighouden. In de weekenden doet hij extra klusjes, zoals omheiningen repareren.

Om nog iets van een sociaal leven te hebben, gaat Korsmit elke maandag naar vrienden in Amsterdam. Zijn vader voert dan de dieren. ‘Ik kom graag in Amsterdam, maar ik vind het ook fijn om weer weg te gaan. Ik kan niet in de stad wonen, daar ben ik niet gelukkig.’

Hoe label je jezelf?

‘Als een groene, idealistische homo. We kennen Bertie uit Boer Zoekt Vrouw, en er heeft ook eens een homoboer meegedaan, maar de agrarische sector is nog steeds een bolwerk van heteromannen. Toch zijn er meer homoboeren in Europa, met wie ik contact houd via Instagram. Via dat platform wil ik ook laten zien dat je gelukkig kunt zijn op het platteland. Ik snap dat veel lhbti’ers naar de stad trekken en niet achterom willen kijken naar het dorp waar ze niet zichzelf konden zijn. Maar ik ben niet the only gay in the village, en het maakt de mensen hier niets uit.’

Hoe verliep je coming-out?

‘Op de basisschool werd ik veel gepest, omdat ik niks met voetbal had en alleen met meisjes speelde. Ik werd homo genoemd, of Meta, naar het transgender personage in GTST. Een aantal pestkoppen ging mee naar de agrarische vmbo, maar toen ze me daar weer lastigvielen heeft mijn moeder ingegrepen. Ik heb ook een paar klappen uitgedeeld en toen was het voorbij. Het heeft me sterker gemaakt. Die pesters hebben vroeg gepiekt, nu is het mijn tijd om te stralen.

‘Op het mbo kreeg ik mijn eerste vriendje, wat geen verrassing was voor mijn klasgenoten. Mijn ouders ontdekten op mijn 17de dat ik homo was. Er zaten virussen op de familiecomputer, dus mijn vader onderzocht waar dat vandaan kwam. Hij ging daarna naar bed, maar mijn moeder nam me apart. Ze vroeg of ik bepaalde jongenssites had bekeken – porno – en of ik homo was. Ik antwoordde ja. Dat maakte hun niks uit, zei mijn moeder, zolang ik maar gelukkig was en geen gekke dingen deed. Daarmee bedoelde ze: niet rondneuken en geen soa’s krijgen. Ook de rest van de familie had er geen problemen mee. Mijn oma was juist blij, omdat homo’s ‘altijd zo vriendelijk zijn’. En zelfs mijn opa, die een hekel had aan Geer en Goor, is zielsveel van me blijven houden.’

Wat is de grootste hindernis die je hebt overwonnen?

‘Ik voel me soms minder geaccepteerd in de gayscene dan daarbuiten, vooral als ik uitga. Dan sta je tussen allemaal gespierde, shirtloze kerels. Ik word daar onzeker van, omdat ik er niet zo uitzie en geen buikspieren heb. Ik ga liever naar een naaktstrand waar iedereen gelijk is dan naar een gayclub waar mannen elkaar beoordelen. Ik weet wel dat sommigen fantaseren over een type zoals ik. Ik heb net zo goed als brandweermannen of rugbyspelers een kalenderberoep. Toch bleef dat stemmetje in mijn hoofd zeggen dat ik lelijk was. Het heeft jaren geduurd voordat ik mezelf kon accepteren zoals ik ben.’

Welke vooroordelen storen je het meest?

‘Progressieve lhbti’ers weten vaak alles van eten, maar denken niet na over hoe het op hun bord belandt. Het is een hype om veganist te zijn en de bio-industrie af te kraken, terwijl ik die juist probeer te veranderen. Als mijn varkens klaar zijn voor de slacht, kunnen mensen vleespakketten van 5 of 10 kilo bestellen. Kopers krijgen dan allerlei soorten vlees, dus niet alleen een varkenshaas, maar ook hart en lever. Ze worden pas geslacht als minstens 80 procent van het beest is verkocht. De rest stop ik in mijn eigen vriezer. Ik zeg altijd dat ik gecertificeerd transparant ben. Mijn varkens hebben meer ruimte dan volgens het predicaat biologisch noodzakelijk is en iedereen mag komen kijken.’

Wat hoop je voor de toekomst?

‘St. Willebrord is van oudsher een toevluchtsoord voor zigeuners, dus de drang om weg te gaan zit in mijn bloed. Ik heb een jaar in Nieuw-Zeeland gewerkt en nu mijn zinnen gezet op Roemenië. Vooral Transsylvanië is zo mooi en ongerept, met een ongekende biodiversiteit. Ik zou daar een regeneratieve boerderij willen beginnen die niet alleen duurzaam is, maar ook het land herstelt. Met een gay twist, bijvoorbeeld een B&B waar lhbti’ers uit de regio zich thuis kunnen voelen. Het is immers niet zo vrij als Nederland, al heb ik tijdens twee eerdere trips geen narigheid ervaren.

‘Ik ben momenteel single. Mannen vinden het leuk om beesten te komen aaien, maar als ze met hun poten in de modder moeten staan, zijn ze snel weer weg. Ik heb genoeg seks, maar het is lastig om iemand te vinden met hetzelfde toekomstbeeld als ik. Een vriend uit Amsterdam heeft wel aangeboden om mee te gaan naar Roemenië en daar te helpen. Hij heeft het ook gezien in de stad. Zolang ik mezelf omring met veel groen, veel beesten en ik hard kan werken aan de boerderij ben ik gelukkig.’

Meer over