die ene leerlingNiko Mensink over Marian

‘Als haar eigen docent er al niet in geloofde, dan was het vast een slecht idee’

Leerkrachten, docenten en hoogleraren over de leerling die hun kijk op het vak veranderde. Oud-docent Nederlands Niko Mensink (66) van het Fivelcollege en het Eemsdeltacollege over Marian, die hij onbewust op het verkeerde spoor had gezet.

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

‘Een beetje merkwaardig vond ik die brief wel. Ik ontving hem toen Marian al vijf jaar van school was. Ze had ook een kopie bijgevoegd van het diploma dat ze kort daarvoor had behaald aan de lerarenopleiding Nederlands. De brief was niet beschuldigend van toon, maar had wel een hoog lekker-puh-gehalte. Ik wist niet goed wat ik ermee aan moest.

‘Marian refereerde aan de laatste les Nederlands voor het eindexamen. Ik probeerde in die les altijd op een persoonlijke manier afscheid te nemen van de klas. Daarbij gebruikte ik de literatuur als uitgangspunt. Ik had de leerlingen in al die jaren proberen bij te brengen dat personages in romans worstelen met het bestaan, dat ze zich buigen over de grote vragen van het leven en dat het in de literatuur – net als in het leven zelf – niet altijd zo goed afloopt als bij Disney of in Hollywoodfilms.

‘Ik las in die laatste les altijd een passage voor uit Nooit meer slapen van W.F. Hermans. De hoofdpersoon mijmert daarin over de mensen die vroeger hunebedden en kathedralen bouwden. Ze sleepten hun hele leven met stenen en stierven vaak voordat de klus gereed was. Toch waren ze ervan overtuigd dat ze zinvol werk deden.

‘Vervolgens vroeg ik de leerlingen wat hun ‘kathedraal’ was. Ze waren immers bijna volwassen, ze stonden op een belangrijk kruispunt en hadden net een studie gekozen. Hoe wilden ze zin aan hun leven geven? Daar spraken we vervolgens over.

‘Ik vertelde dan ook altijd hoe ik tegen hen aankeek. Daarbij maakte ik gebruik van een schuin oplopende lijn die ik op het bord had getekend, een lijn die de ontwikkeling van brugklaskind tot jongvolwassene symboliseerde. ‘Jij zit volgens mij nog niet op het eindpunt van die lijn’, zei ik dan bijvoorbeeld. ‘Ik denk dat jij nog veel stappen gaat maken.’ Of: ‘Jij komt al zo volwassen over. Als ik jou over twintig jaar tegenkom, ben je vast nog dezelfde persoon.’

‘Zo’n oordeel van de docent was voor de leerlingen best spannend. Daarom probeerde ik alles altijd zo positief mogelijk te formuleren. Blijkbaar ben ik daar bij Marian niet in geslaagd. In haar brief schreef ze me dat ik zo negatief gereageerd had op haar mededeling dat ze naar de lerarenopleiding wilde, dat ze ter plekke besloot het toch maar niet te doen. Als haar eigen docent er al niet in geloofde, dan was het vast een slecht idee.

‘Zoveel jaar later kon ik me niet meer herinneren wat ik gezegd had. Hopelijk niet: ‘Dat is niets voor jou.’ Maar dat ik verbaasd reageerde, sluit ik niet uit. Tijdens de lessen had ik haar nooit kunnen betrappen op een bovengemiddelde interesse. Ze zat vaak met vriendinnen te giechelen en leek mijn vak niet erg serieus te nemen.

‘Marian schreef in haar brief dat ze zich uiteindelijk had ingeschreven voor de sociale academie. Daar had ze snel spijt van gekregen, waarna ze alsnog de lerarenopleiding was gaan doen. Met succes dus.

‘De brief deed me inzien hoeveel impact een opmerking van een docent kan hebben. Wat jij tussen neus en lippen zegt, kan een leerling zich soms jaren later nog herinneren. Marian is door mijn woorden enorm gaan twijfelen. Door mij heeft ze mogelijk een jaar van haar leven verspild. Sinds haar brief ben ik voorzichtiger geworden met persoonlijke opmerkingen.

‘Of ik de brief beantwoord heb? Nee, ik wist niet hoe. Het voelde vreemd mijn excuses aan te bieden voor iets wat ik mijzelf niet kon herinneren. En ik wilde ook geen flauwe wending aan het geheel geven, door bijvoorbeeld te suggereren dat mijn reactie haar misschien extra gemotiveerd had.

‘Wel stak ik de brief bij mijn autopapieren. Ik had de stille hoop dat ik haar ooit zou tegenkomen op een bijeenkomst voor leraren Nederlands. Dan zou ik op haar afstappen, de brief tevoorschijn halen en vertellen dat het nooit de bedoeling was geweest haar te kwetsen. Helaas is het daar nooit van gekomen. Hopelijk begrijpt ze, nu ze zelf leraar is, hoe zoiets kan gebeuren.’

Marian heeft in werkelijkheid anders. Dit is de laatste aflevering van deze serie. Volgende week volgt een terugblik. De verhalen uit de serie zijn gebundeld in het boek ‘Die ene leerling’, dat nu in de winkel ligt.

Meer over