ColumnThomas van Luyn

Als de herfst aanbreekt, voel ik de dringende behoefte een heer te wezen

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

In een tweedehands winkeltje, waar het naar waterschade rook, vond Thomas een chic jasje.

Thomas van Luyn

Herfst is de tijd waarin ik een nette man wil worden. De zomerman, die loser op badslippers, dat is eigenijk een kansloze niksnut, besef ik nu. Beetje sloffen, zitten op stoepjes, hangen, chillen en meer van dat soort onzin – wat is die man met zijn leven van plan? Die malloot koopt T-shirtjes en shorts die één vakantie meegaan, en er toen al niet uitzagen. Omdat hij te relaxed was om met zijn uiterlijk bezig te zijn.

De herfst zegt: trek eens een nette broek aan, flapdrol, en ga aan het werk. Dan voel ik de dringende behoefte om een heer te wezen, in gestreken overhemden, met omgeslagen manchetten, leren schoenen die wél een regenbuitje aankunnen, comfortabele colbertjes en winterjassen die eruit zien alsof ik zojuist tegen de de chauffeur heb gezegd: zet me er hier maar uit, Carl, de rest van Fifth Avenue loop ik wel even zelf.

Moet je wel de baan en het geld hebben dat zo’n uiterlijk rechtvaardigt, anders wordt het een hele investering voor je wandeling naar de supermarkt en terug. Zo’n Zuidas-advocaat boft maar, in dit seizoen.

Neemt niet weg dat netjes gekleed zijn een mooi en nobel streven is. Ik ben nogal wisselvallig, ook omdat 90 procent van mijn werk in pyjama zou kunnen worden afgehandeld, maar er zijn mensen, zoals mijn collega Arno Kantelberg, die altijd door een ringetje zijn te halen, zelfs in korte broek – en dat is een prestatie. Zo zou ik ook graag zijn, maar het gaat niet alleen om de wil. Het gaat helaas ook om geld.

Nette kleren zijn namelijk duur. En wanneer ik iets wil wat duurder is dan ik kan betalen, ervaar ik dat als onrecht. Het misverstand in mijn hoofd is dat als ik iets wil hebben, ik het ook zou moeten kunnen krijgen. Spreekt voor zich, toch? Dat is ook de reden dat ik niet kan budgetteren: ik zie niet waarom mijn zucht naar mooie kleertjes zou moeten concurreren met mijn behoefte de hele dag cappuccino’s en broodjes te bestellen.

Dus moet ik zoeken of er, zogezegd, een mouw aan te passen is. Een uitverkoop, bijvoorbeeld. Nou belanden kleren die ik echt wil hebben nooit in de uitverkoop – dat zijn immers de kleren die niemand wil hebben, anders hoefden ze niet in de uitverkoop. Dat moet ik niet vergeten, anders pak ik een raar shirt uit zo’n rek met een bordje ‘- 40 procent’, en dan denk ik: goed, het is niet wat ik wilde hebben en ik zal het nooit dragen, maar het is wél goedkoop. Hebzucht maakt dom.

Op Markplaats kun je ook van alles vinden, maar echt netjes wordt het nooit. Bovendien moet het staan en zitten, en dat kun je pas beoordelen als je het aanhebt.

Dan heb je nog de tweedehandswinkeltjes, waar alles bruin is en naar waterschade ruikt. Hier kun je weleens een pareltje vinden, maar daar moet je dan ongelofelijk veel werk in steken. Ik heb laatst wel een heel chic jasje gevonden, het was alleen net te groot. Toch gekocht, want ik dacht dat ik wel een kleermaker kon vinden die het kon vermaken. Blijkt dat die niet meer bestaan, omdat mensen met weinig geld weggooikleren kopen, en mensen met veel geld zich de juiste maat kunnen veroorloven.

Meer over