InterviewAlpacahouders

Alpacahouders over de liefde voor hun dier: ‘Ze kijken zo grappig lomp’

Alpaca’s van Silvia, Reinier, Ties en Huub de Haar. Beeld Jan Mulders
Alpaca’s van Silvia, Reinier, Ties en Huub de Haar.Beeld Jan Mulders

Ze zijn zachtaardig, nieuwsgierig en duiken meer en meer op in het Nederlandse landschap: alpaca’s. Drie liefhebbende bezitters over het hoe en waarom van dit neefje van de lama.

Het Nederlandse landschap staat nog altijd vol koeien en schapen, maar wie goed kijkt ziet ook steeds vaker een alpaca, dat dier met het imago van een levensgrote, vleesgeworden knuffel. Ze zijn razend populair. Alpaca’s worden ingezet bij bruiloften, op high tea’s en voor yoga, en lopen dan tussen de theedrinkers en sportievelingen door. Ook kun je ermee wandelen op alpacaboerderijen. En die alpaca die u soms tegenkomt naast de koeien en schapen is veelal een hobbydier.

Twintig jaar geleden werden alpaca’s nog maar zeer mondjesmaat gehouden, nu schat de Alpaca Association Benelux (AAB) hun aantal in op vijftienduizend, verdeeld over België, Nederland en Luxemburg. In zes jaar verdubbelde het aantal geregistreerde alpaca’s bij de AAB. Zesduizend jaar eerder werd het dier al gedomesticeerd in Latijns-Amerika – vijfhonderd jaar eerder dan het paard in Centraal-Azië. Het beest is het verre, wollige neefje van de lama en stamt uit dezelfde familie van kameelachtigen. Beide dieren komen uit het Andesgebergte, maar werden om verschillende redenen gehouden. De grote, zwaardere lama werd als lastdier gebruikt, terwijl de alpaca vooral nuttig was als productiedier voor wol. Gedurende de hoogtijdagen van het Incarijk in Peru, de 15de eeuw, werd alpacawol als betaalmiddel gebruikt. Alleen de adel genoot het privilege die wollen kleding te mogen dragen.

In 1970 werd de alpaca door Peru opgenomen in de lijst van bedreigde diersoorten. De wilde en gedomesticeerde populatie nam af door stropers en doordat alpacaboeren hun land kwijtraakten. Als onderdeel van een breder fokprogramma schafte de Peruaanse overheid in 1991 de exportrestricties voor alpaca’s af. De afgelopen decennia is de prijs van een alpaca flink gedaald. Twee ruinen zijn nu hier en daar al te koop voor 1.000 euro, eerder kostten ze een veelvoud daarvan, omdat toen de dieren nog moesten worden geïmporteerd. Omdat alpaca’s momenteel zo populair zijn en nog nauwelijks te koop bij fokkers of alpacaboerderijen, is die prijs weer aan het stijgen.

Nederlandse liefhebbers van de alpaca prijzen het zachtaardige, nieuwsgierige karakter; alpaca’s zijn relatief makkelijk te houden en trappen grasland niet kapot doordat hun tenen erg zacht zijn.

Maar de alpaca is niet zo knuffelbaar als hij eruit ziet. Kenners benadrukken dat het dier niet van aanrakingen houdt. De AAB en verscheidene fokkers raden daarom ook aan de dieren niet impulsief aan te schaffen. Alpaca’s zijn kuddedieren; een alpaca zonder kudde kan sterven van slaaptekort en eenzaamheid. Ook hebben alpaca’s ruimte nodig. Wie twee exemplaren houdt, moet over minstens 1.000 vierkante meter beschikken.

Sinds april is het op grond van nieuwe Europese regelgeving op het gebied van dierengezondheid verplicht alpaca’s uiterlijk negen maanden na geboorte te registreren (bijvoorbeeld bij de AAB). Op den duur krijgt de overheid zo zicht op de populatie en kan ze ziekten voorkomen.

Mocht u een verdienmodel vermoeden in het beest: alpaca’s mogen in Nederland niet worden gehouden voor hun wol. Dat is omdat ze nog niet vallen onder ‘productiedieren’ zoals schapen, maar onder ‘overige landdieren’. U mag de alpacawol dan weer wél laten verwerken; in Nederland en België zijn momenteel enkele spinnerijen, maar de wachtrijen zijn lang en de verwerking is duur, klagen alpacahouders. Daarom spinnen eigenaren de wol vaak zelf, bij wijze van hobby, en verkopen die via Marktplaats; alpacawol in breiwinkels komt vaak uit het buitenland. Die wol is doorgaans van uitzonderlijke kwaliteit. Alpacawol mag zich meten met die van kasjmier-geiten. Alpacawol is waterafstotend, hypoallergeen, licht en sterker dan schapenwol - en duurder, mede door het het arbeidsintensieve proces van handmatige wolverwerking.

Wat geeft dan toch de doorslag om een alpaca aan te schaffen? De Volkskrant vroeg het aan drie trotse eigenaren.

Lisa (36), Peter (34) en Fenna (2) Dirkson

Alpaca’s van Lisa, Peter en Fenna Dirkson. Beeld Jan Mulders
Alpaca’s van Lisa, Peter en Fenna Dirkson.Beeld Jan Mulders

Het jonge stel uit Limmen heeft sinds een jaar twee alpaca’s en is op zoek naar een derde. Pablo en Carlos lopen los in de tuin tussen de hond, konijnen, katten en kippen. ‘We hebben ongeveer 1.500 vierkante meter grond en zochten naar dieren die het gras een beetje konden bijhouden. Alpaca’s zijn vriendelijk voor andere dieren.’ En gaan goed samen met de 2-jarige dochter Fenna. ‘Ze lopen haar achterna, als een soort waakhond. Onze alpaca’s houden van de nabijheid en komen altijd even snuffelen als we in de tuin zitten.’

Alpaca’s van Lisa en Peter en Fenna Dirkson. Beeld Jan Mulders
Alpaca’s van Lisa en Peter en Fenna Dirkson.Beeld Jan Mulders

Voordat ze tot aanschaf overgingen, heeft Lisa veel onderzoek gedaan: ‘We gingen langs meerdere fokkers en lazen ons in. We wonen landelijk en het hebben van dieren zit in de familie. Mensen denken vaak te makkelijk over het houden van alpaca’s. We moesten bijvoorbeeld op zoek naar een veearts, want niet alle veeartsen behandelen alpaca’s.’

’s Avonds brengt Lisa de alpaca’s uit voorzorg naar hun stal. ‘We wonen vlak bij de duinen, waar wel vossen lopen. Alpaca’s kunnen vossen best een trap geven, maar het is een rustiger idee als ze op stal staan.’ Hun wol sturen Lisa en Peter naar de fokker, die er dekbedden en sjaals van maakt. Sinds het stel alpaca’s heeft, is er opmerkelijk veel aanloop: ‘We horen van mensen dat ze bewust voor deze route kiezen, zodat ze de dieren tegenkomen. Je hebt gauw aanspraak.’

Alpaca’s van Silvia (44), Reinier (48), Ties (16) en, op de foto, Huub (13) de Haar. Beeld Jan Mulders
Alpaca’s van Silvia (44), Reinier (48), Ties (16) en, op de foto, Huub (13) de Haar.Beeld Jan Mulders

Silvia (44), Reinier (48), Ties (16) en Huub (13) de Haar

Het gezin De Haar heeft vier alpaca’s aan huis in Bemmel. Jongste zoon Huub: ‘We waren zeven jaar geleden bij een soort middeleeuws boerendorpje, waar mensen laten zien hoe het vroeger was. Op het marktje daar waren behalve schapen ook wat alpaca’s.’ Huub is voornamelijk degene die de zorg voor de dieren op zich neemt, maar het idee de beesten te kopen kwam van zijn moeder Silvia. Huub: ‘Ik heb veel met dieren, dus ik vond het meteen een goed idee.’ Hij verzorgt de dieren dan ook met liefde: ‘Een maand geleden hadden we een kleintje dat niet werd geaccepteerd door zijn moeder. Hem gaf ik dan om de zoveel uur de fles. Ik voel me fijn bij ze. Je kunt ze alles vertellen, want ze vertellen nooit iets door. En alpaca’s hebben iets wat ze grappig maakt: ze kijken zo lomp.’

Via zijn Instagramaccount organiseert Huub fotosessies met de dieren, waarvan hij de opbrengsten zelf mag houden. Er zijn al wat mensen langs geweest: van de opbrengst heeft Huub onlangs Nike Airforce Ones gekocht.

Alpaca’s van Huub, Ties, Silvia en Reinier de Haar. Beeld Jan Mulders
Alpaca’s van Huub, Ties, Silvia en Reinier de Haar.Beeld Jan Mulders

De vier alpaca's zijn allemaal ruinen, en niet zonder reden. Huub: ‘Die zijn goedkoper en worden minder snel gestolen. We wonen een beetje afgelegen aan de rand van een woonwijk en hebben een halve hectare aan weiland. Je hoort wel verhalen dat alpaca’s zo worden meegenomen, dus we zijn weleens bang dat we ze niet meer terug zien.’

Alpaca’s van Esmee Rienstra en Jeffrey de Pauw. Beeld Jan Mulders
Alpaca’s van Esmee Rienstra en Jeffrey de Pauw.Beeld Jan Mulders

Esmee Rienstra (26) en Jeffrey de Pauw (29)

Achter het huis van Rienstra en De Pauw in Spijk ligt bijna een hectare grond. Om niet telkens zelf het veld te hoeven maaien, kochten ze in 2018 de alpaca’s. Rienstra: ‘Het zijn schone dieren, ze hebben een uitgesproken karakter en herkennen je ook.’ Het stel fokt met hun vier merries en heeft dit jaar al twee jongen, cria’s geheten. ‘De aanschaf was de grootste investering, maar we hebben bewust de keuze gemaakt goed gefokt dieren te kopen. Kopers die meer uitgeven aan een alpaca, verzorgen de dieren vaak ook beter.’ Het alpacafokken is nog geen vetpot: ‘Het kost nu meer dan het oplevert. Scheren, voeding, vaccinatie, dekkingen. Als je goed wilt fokken, kies je voor een dekking een hengst met een betere bloedlijn dan de merrie, zodat het ras verbetert.’

Alpaca’s van Esmee Rienstra en Jeffrey de Pauw. Beeld Jan Mulders
Alpaca’s van Esmee Rienstra en Jeffrey de Pauw.Beeld Jan Mulders

Volgend jaar maart hoopt Rienstra mee te doen aan een alpacashow, waarbij een jury de dieren beoordeelt op hun bouw en op de kwaliteit van hun wol. En ze heeft een spinnewiel gekocht om de wol – 3,5 kilo per alpaca per jaar – te verwerken en verkopen. Ze studeerde dierwetenschappen met als specialisatie diergenetica en is geïntrigeerd door het fokken: ‘Fokkers weten nog steeds niet precies hoe ze bepaalde kleuren, grijstinten en vlekken kunnen krijgen. Het is bij elke geboorte een verrassing. Ze hebben ook hun eigen, rare dingen. Cria’s worden bijvoorbeeld altijd overdag geboren. De moeders likken ze niet, dus moeten ze opdrogen in de zon.’

Een alpaca van Esmee Rienstra en Jeffrey de Pauw. Beeld Jan Mulders
Een alpaca van Esmee Rienstra en Jeffrey de Pauw.Beeld Jan Mulders
Meer over