ColumnThomas van Luyn

Alles in dit huisje verraadt dat hier Iets Vreselijks is gebeurd, of nog moet gebeuren

Thomas van Luyn Beeld Aisha Zeijpveld
Thomas van LuynBeeld Aisha Zeijpveld

Ik zit in een bos. Op een stoel hoor, maar toch. Er is hier zo veel schaduw dat ik elke twee minuten moet verplaatsen om in het zonnetje te blijven, dus da’s niet praktisch. Bossen zijn niet praktisch. Er vallen de hele tijd dingen in mijn koffie; dennennaalden, zaadjes, beestjes, dat soort dingen.

Het huisje waar het bos omheen ligt is een houten chalet, donker vanbuiten en nog donkerder vanbinnen. Er zitten wel ramen in, maar door al die bomen eromheen komt er geen licht binnen. Ik noem het sarcastische ramen. Ik bof dat het nog geen herfst is, want dan zouden ze vol zitten met spinnenwebben en dode insecten. Tijdens het koken moeten we soms bijlichten met onze iPhones, anders zie je niet of de uitjes al bruin zijn.

De schaarse lampen in het huis, die je dus de hele dag aan moet laten om nog iets te kunnen zien, werpen een bleek schijnsel op de complete collectie horrorfilmclichés: poppen, clowns, opgezette beesten, Bob Ross-schilderijen, een modern-abstracte bronzen buste (het moordwapen, vermoed ik) en als pièce de résistance een door de verhuurder geschilderde reproductie van De Schreeuw van Munch. Niet eens zo slecht gedaan, als ik heel eerlijk ben. Er is ook nog een kelder, maar daar kan ik u niets over vertellen omdat ik daar niet geweest ben. Ik ben niet gek.

Midden in deze uitdragerij des doods staat een joekel van een gietijzeren kachel. Geen overbodige luxe, want het huis is ijskoud en heeft geen verwarming. We zijn in de natuur tenslotte, je moet je niet comfortabel gaan voelen want dan ontspan je, dan ben je niet meer op je hoede, en dat moet je altijd zijn in een bos.

Al deze zaken, plus dat dit huisje en het omringende woud zijn gesitueerd in Donker België, verraden dat hier Iets Vreselijks is gebeurd, of nog moet gebeuren. Misschien is het de bedoeling dat we gek worden, en zelf Iets Vreselijks gaan doen. De kachel is in ieder geval groot genoeg om de lichaamsdelen van het slachtoffer te verbranden.

U begrijpt, ik ben even buiten gaan zitten.

Ik ben hier uitgenodigd door een vriend, die hier komt voor zijn rust. Hij lijkt niet te horen dat er talloze vogels rond het huisje zitten, die om onpeilbare redenen de hele dag aan het schreeuwen zijn, en dat er ’s nachts regelmatig een ijselijke gil klinkt, waarvan ik niet eens kan horen of die afkomstig is van een vogel, een mens, of een ander zoogdier.

Ik ken mezelf, dus ik twijfelde of ik wel zou komen, maar ik werd overgehaald met de hot tub.

Achter deze gruwelijke koekoeksklok van een huis staat namelijk een joekel van een hot tub, een onverwachte concessie aan de beschaving. Dus ’s avonds, als de kou van de vallende avond ons tot op onze botten heeft verkleumd, trekken we onze kleren uit voor de gietijzeren crematie-oven, en snellen door het duister naar deze borrelende stoofpot. Het is dan zaak genoeg bier mee te nemen, want als je er eenmaal in zit, wil je er niet uit. Daar, in de warme baarmoeder, met biertjes in onze handen, kijken we door de boomtoppen naar de sterren, en worden langzaam stomdronken. En dan denk ik: dit is helemaal prachtig, ik wil hier nooit meer weg.

Meer over