Algerijns moeras

DE resultaten van de lokale verkiezingen in Algerije zijn niet verrassend. Grote overwinnaar is de partij van president Zéroual. Van de kiezers nam, volgens de officiële gegevens, ruim 66 procent de moeite naar de stembus te gaan....

De jongste gang naar het stemlokaal vormde het sluitstuk van een electoraal vierluik. Eerst moesten de Algerijnen zich uitspreken over een nieuwe grondwet, en kozen zij een president (Liamine Zéroual). Vervolgens kozen zij een parlement, en nu dus de gemeenteraden. Hiermee beschikt Algerije over nieuwe, formeel democratische instellingen.

Als de verkiezingen inderdaad vrij en democratisch waren geweest, zou de uitkomst de legitimiteit van de huidige Algerijnse autoriteiten hebben versterkt. Maar op het democratische gehalte van de stembusgang valt veel af te dingen. Zo mocht het Islamitisch Heilsfront FIS - dat in 1991 na een eclatante verkiezingszege buiten de wet werd gesteld - opnieuw niet meedoen, en riep het op tot een boycot.

Voorzover onafhankelijke waarnemers van buiten een glimp van de stemming onder het kiezersvolk konden opvangen, leek die verre van geanimeerd. Eerder, bij de presidentsverkiezingen en het referendum over de grondwet, kreeg Zéroual het voordeel van de twijfel. De kiezers wilden hem, ook zonder FIS, een mandaat geven als daarmee uitzicht kon worden geboden op het einde van de burgeroorlog die sinds 1992 woedt.

Zéroual heeft die belofte echter niet kunnen inlossen. Integendeel. Algerije wordt geteisterd door gruwelijke bloedbaden. Het is duidelijk dat het extreem-fundamentalistische GIA daar de hand in heeft. Minder duidelijk is de rol van (groepen uit) het leger. Het regent geruchten over militairen die hebben nagelaten burgers te beschermen tegen terreuracties, of die zelfs - al dan niet in vermomming - lustig zouden hebben meegemoord. Die geruchten zijn nooit hard gemaakt, maar evenmin ontkracht.

Voorstellen om een onafhankelijk onderzoek onder internationaal toezicht in te stellen, worden door het bewind in Algiers verontwaardigd afgewezen. Het verweer - 'wij zijn een soevereine staat die zelf voor recht en orde kan zorgen' - doet krampachtig en weinig overtuigend aan. Want als het bewind van Zéroual geen vuile handen heeft, zou het er juist bij gebaat zijn dit te laten vaststellen.

De buitenwereld (lees: de VN, de VS, Frankrijk) beschikt niet over de middelen om een onderzoek af te dwingen, en is evenmin bij machte om zelf te interveniëren. Ze kan aandringen op een politiek vergelijk tussen Algiers en het FIS (achter de schermen zijn zulke contacten er ook al), maar heeft geen belang bij ondermijning van het Algerijnse bewind. Want een constructief alternatief dient zich niet aan. Aanhoudende diplomatieke pressie om te streven naar een compromis, en om terreur uitsluitend met de middelen van de rechtsstaat te bestrijden, is derhalve de enige weg die open staat.

Meer over