EEUWIG LEVENAlbert Veldkamp (1925-2021)

Albert Veldkamp (1925-2021), stuurman op de laatste Nederlandse walvisvaarder en oprichter van het allereerste shantykoor van het land

Albert Veldkamp. Beeld
Albert Veldkamp.

Hij zocht altijd het avontuur. En dat kreeg hij ook als stuurman op de walvisvaarder Willem Barentsz. Ten zuiden van Kaapstad kwam het schip tijdens de expedities steevast in de roaring forties terecht, een gebied met een extreem ruige zee en golven zo hoog als kerken, waar de manschappen massaal zeeziek werden.

En dan kwam de grote leegte boven Antarctica, waar bij 25 graden onder nul de enorme vinvissen werden gevangen. Altijd was het riskant werk in barre omstandigheden. Er gebeurde nogal eens ­ongelukken omdat iemand in een bak met traan viel of een losgeschoten scheepskabel tegen zijn hoofd kreeg. Zeven maanden was hij dan van huis. ‘En daarna was hij vijf maanden thuis’, vertelt zijn dochter Cora Scholte-Veldkamp.

Vanaf 1948 nam Albert Veldkamp deel aan de expedities, eerst op de oude Willem Barentsz, een omgebouwde Zweedse tanker, en op het einde nog op de nieuwe. In 1964 stopte Nederland met de walvisvaart. Veldkamp was toen al acht jaar zeeloods in Vlissingen. Hij wilde dichter bij zijn gezin zijn. De Westerschelde was voor hem echter een badkuip vergeleken met de oceanen. Toen hij in 1980 op zijn 55ste met pensioen ging, besloot hij opnieuw de wereldzeeën te bevaren. Als schipper op de driemastschoener De Eendracht zeilde hij vele malen naar het Caribisch gebied. Met de omgebouwde loodsboot Plancius maakte hij zeven wetenschappelijke expedities naar het Noordpoolgebied. Aan de hand van zijn dagboekaan­tekeningen en de scheepsjournaals schreef hij het boek In het kielzog van de Willem ­Barentsz.

Ook was hij de oprichter van het Scheldeloodsenkoor, het allereerste Nederlandse shantykoor. ‘Tot ver na zijn 90ste jaar bleef zijn stem goed’, zegt de huidige voorzitter, Jaap Pop. ‘Het leek wel of hij na de uitbraak van corona ging sukkelen.’ Zijn dochter Cora: ‘Hij was een heel sociale man. En door corona miste hij de gezelligheid van de repetities.’

Albert Veldkamp woonde nog altijd zelfstandig in een appartement aan de boulevard van Vlissingen. Hier overleed hij op 28 februari, drie jaar na zijn vrouw. Hij wordt overleefd door drie kinderen.

Bloemisterij

Als oudste in een bloemisterijgezin in Tiel was hij eigenlijk voorbestemd de zaak van zijn vader over te nemen. Maar hij wilde de wereld zien, ook omdat Tiel na de oorlog in puin lag. Na een opleiding aan de Zeevaartschool op Terschelling kon hij in 1947 in dienst komen bij de Rotterdamsche Lloyd als leerling-stuurman. Een jaar later ging hij als derde stuurman naar Vinke & Co, reder van de Willem ­Barentsz. Dat er later kritiek kwam op de walvisvaart, begreep hij wel. ‘Maar na de oorlog was de situatie anders. Toen had Nederland spek en walvisvet nodig’, zei hij.

In zijn periode als loods raakte hij al betrokken bij de Stichting Het Zeilend Zeeschip Eendracht, waarop hij schipper werd. Hierbij kwam hij ook in contact met het Duitse loodsenkoor de Knurrhahn uit Kiel. Hij wilde ook zoiets in Vlissingen oprichten en dat lukte hem in 1971. ‘Het koor groeide van vijftien naar zeventig loodsen’, zegt zijn dochter. Er kwamen optredens met symfonieorkesten en ­bekende solisten. Met een eigen musical trok het Scheldeloodsenkoor over de ­wereld. ‘Dankzij zijn zeilreizen over de wereld had hij overal contacten’, zegt Pop. ‘En dat hielp met uitnodigingen voor optredens.’

Cora Scholte-Veldkamp noemt haar vader een flamboyante man. ‘Hij was charismatisch en kon heel goed mensen die met hem meevoeren enthousiasmeren.’

Meer over