in beeld

Al samen sinds hun eerste dans, hoe hebben deze drie stellen dat volgehouden?

De meeste plekken waar mensen verliefd op elkaar worden, bestaan uiteindelijk langer dan de liefdes zelf. Maar soms is het omgekeerd: dan houden relaties langer stand dan de plek waar ze zijn ontstaan. Wat is het geheim van deze drie Brabantse stellen?

Margot C. Pol

In de Brabantse stijldansschool van de ouders en grootouders van Marieke de Bra (42) leerden tientallen stellen elkaar kennen. Het was in de jaren vijftig en zestig een van de weinige plekken waar jongens en meisjes elkaar konden ontmoeten. Nette tieners gingen nu eenmaal op dansles, en om hun ouders tevreden te houden en de reputatie keurig, hield de moeder van Marieke de Bra een spuitje met water bij de hand: werd er tegen de regels in tóch gezoend, dan spoot ze het koppel vanachter de bar nat.

Het weerhield de pubers uit Roosendaal en omstreken er niet van verliefd te worden – en vaak ook te blijven. Toen dansschool De Bra na 83 jaar sloot, besloot De Bra uit te zoeken hoeveel stellen nog bij elkaar waren en ze op de oude dansvloer te fotograferen. Ze maakte uiteindelijk vijftig portretten, maar was de dansschool niet al drie weken later dichtgegaan, dan hadden het er makkelijk meer kunnen zijn.

De Bra: ‘Als je toen verliefd werd, wist je al bijna zeker: dit wordt de vader of moeder van mijn kinderen. Relaties waren voor het leven. Aan de ene kant lijkt die voorbedachte rol me ook benauwend: als vrouw stopte je met werken en ging je voor je kinderen zorgen. Aan de andere kant heeft die liefde van toen ook iets moois en overzichtelijks. Je bleef gewoon bij elkaar, punt. Ik denk dat die instelling ervoor heeft gezorgd dat de stellen van toen nog steeds van elkaar houden.’

Omdat ze meer wilde vertellen over die lange liefdes en de wereld waarin ze ontstonden, vroeg De Bra drie stellen voor een documentaire. In een zaal van Museum Tongerlohuys in Roosendaal bouwde ze de verdwenen dansschool na, in de film geeft haar vader daar opnieuw les. Titel: ‘De laatste dans’. Want niet alleen de dansschool waar alles begon bestaat niet meer, ook de dansers zelf zijn ouder geworden, kregen kinderen en kleinkinderen, gingen met pensioen en bewegen zich, zij het heel langzaam, richting het einde. Op de plek waar ze elkaar een halve eeuw geleden voor het eerst aanraakten, staan nu nieuwbouwappartementen, het leven begint er van voren af aan. Maar als de stellen in haar film opnieuw de foxtrot dansen, lijkt er geen tijd verstreken. ‘Het zit nog altijd in de benen, hè’, zegt haar vader.

De laatste dans is t/m 28 augustus te zien bij Museum Tongerlohuys in Roosendaal als onderdeel van de tentoonstelling 'Mag ik deze dans’.

Andrien (68, gepensioneerd instrumentmaker bij Shell) en Ria (69) Schijvenaars, Oud Gastel. Eerste dans: 1969

Andrien: ‘Die ziet er wel leuk en aardig uit, dacht ik. Je valt in eerste instantie toch op het uiterlijk, hè. We dansten voor het eerst samen op een soiree. Later die avond vroeg ze mij terug, dan merk je dat er iets begint te ontstaan. In 1970 kocht ik mijn Zündapp-brommer, we gingen er altijd samen mee op pad. Van hier naar het strand bij Haamstede was 70 kilometer, en dan ’s avonds weer vroeg terug, want je moest wel op tijd thuis zijn. Bij mooi weer rijden we er nog steeds op.’

Ria: ‘Andere mensen stellen te veel eisen, denk ik. Je moet de ander zijn hobby’s gunnen, anders doet er eentje leuke dingen en zit de ander thuis te kniezen.’

Andrien: ‘Ik zit bij de heemkundekring, Ria wandelt graag. Maar het leukste is toch om zoveel mogelijk samen te doen. We zitten met z’n tweeën in een carnavalsband, we zijn samen in de tuin bezig. Toen ik 60 werd, hebben we een Pensioen-in-zicht-cursus gehad. Veel vrouwen misten hun eigen tijd met vriendinnen, die vonden het pensioen van hun man een inbreuk op hun eigen privacy. Wij waren de enigen die er geen problemen mee hadden.’

Ria: ‘Ruzie hebben we nooit.’

Andrien: ‘Als iets niet goed voelt, pluizen we het uit. Dan moet je gelijk heel open zijn. Want problemen beginnen klein, dus die moet je meteen oplossen. We vertellen elkaar alles, ook de niet leuke dingen. Zo zijn we één persoon door de helft.’

Ria: ‘Door ziekte merk je nog meer hoezeer je elkaar niet kunt missen. Ik heb borstkanker gehad, ze zijn alle twee verwijderd. Telkens als ik uit narcose kwam, was mijn eerste gedachte: ah gelukkig, daar is-ie.’

Andrien: ‘Dat sommige mannen dan weggaan, want er mist wat, dat is toch onbegrijpelijk? Het begint wel met uiterlijk, maar op een gegeven moment gaat het om wie de ander ís.’

Ria: ‘Je leest weleens over echtparen die een dag na elkaar overlijden. Dat zouden wij ook het liefst doen.’

Andrien: ‘Met z’n tweeën in een kist, dat mag niet. Nou, dan moeten ze ons maar cremeren en door elkaar schudden in een pot.’

Ben (80, gepensioneerd rector van een middelbare school) en Mies (78) Maas, Roosendaal. Eerste dans: 1959

Ben: ‘Mies was het enige meisje thuis, en de jongste. Daar werd extra goed op gelet. Pas toen ze 18 werd, mocht ik voor het eerst bij haar thuis komen en werd onze verkering officieel. Heel de familie zat er. Iedereen rookte in die tijd, en ik weet nog goed wat een fout ik beging: de asbak op tafel waar ik mijn as in tikte, bleek een bonbonnière. Ik kreeg een kop als een biet.’

Mies: ‘Maar hij mocht blijven.’

Ben: ‘Het is heerlijk om zo lang samen te zijn. We zijn zo aan elkaar gewend, ik zou niet anders meer willen. Er zijn goede en slechte tijden, maar je hebt elkaar iets beloofd en dat kom je na. In 1972 stierven de ouders van mijn vrouw aan koolmonoxidevergiftiging. Ze woonden net in een nieuw huis en ze hadden voor een ouderwetse kolenkachel gekozen. Het was een mistige dag, de schoorsteen trok niet maar sloeg terug.’

Mies: ‘Maar je moet verder.’

Ben: ‘Sommige mensen groeien misschien uit elkaar, maar wij zijn er hechter door geworden. Je moet er samen doorheen. Ik zeg altijd: houden van is jezelf een beetje vergeten, omwille van die ander. Mijn vrouw vergat zichzelf een beetje voor mij, toen de kinderen klein waren en ik naast mijn fulltime werk ook nog studeerde. Ja, natuurlijk was het leuker geweest om vaker met het hele gezin eropuit te gaan, maar het ging nou eenmaal zo. En toen ze na het overlijden van haar ouders heimwee kreeg en we naar haar geboortestad verhuisden, waardoor ik lang moest reizen voor mijn werk, vergat ik mezelf weer een beetje voor háár. Je moet jezelf niet wegcijferen, maar liefde is meer geven dan nemen.’

Mies: ‘Iedereen komt weleens iemand tegen die hij ook leuk vindt, wij ook. Dat bespraken we gewoon eerlijk, waarom niet? Je merkt het toch aan de ander.’

Ben: ‘Maar daar komt het ouderwetse spreekwoord weer: belofte maakt schuld.’

Mies: ‘‘Denk je er weleens over na hoe het is als je alleen overblijft?’, vroeg Marieke me in de film. Daar kon ik geen antwoord op geven, ik sloeg helemaal dicht. Ik moet er niet aan denken.’

Coby (67, gepensioneerd therapeut) en Cees (69, gepensioneerd verpleegkundige) van Ginneken, Roosendaal. Eerste dans: 1971

Coby: ‘Het begon met de dans, pas daarna kwam de verliefdheid. Alsof we al jaren samen dansten, zo voelde het: vloeiend, vertrouwd en zorgzaam. Aan de manier waarop hij me aanraakte, kon ik al voelen hoe hij later met me zou omgaan.’

Cees: ‘Eenmaal aan de praat bleek dat we ook wat interesses betreft op één lijn zaten. En toen wisten we het eigenlijk al.’

Coby: ‘Toen onze jongste naar school ging, ben ik psychosynthese gaan studeren. Cees deed daarvoor al veel in huis en met de kinderen, maar vanaf toen helemaal. Dat vonden veel mensen vreemd.’

Cees: “Zo hoort het niet.’ Als ik op zondag met de kinderen bij mijn moeder langsging, moest ik dat wel een keer of twintig aanhoren.’

Coby: ‘Die opleiding in Amsterdam veranderde mijn denken. Mijn wereld werd ineens een stuk groter, maar Cees maakte daarvan geen deel uit. Het was lastig uit te leggen dat de intensieve contacten met medestudenten geen bedreiging voor hem vormden.’

Cees: ‘Ik had het gevoel dat we ieder op een eilandje zaten.’

Coby: ‘Toen hebben we veel gewandeld, ook om de kinderoren te sparen. Anders waren we echt uit elkaar gegroeid. Mijn studieboeken lagen vaak pontificaal op tafel. Léés ze nou, zei ik altijd tegen Cees, zo interessant! Maar pas later begreep ik dat die boeken voor hem onze verschillen vertegenwoordigden.’

Cees: ‘Ik kon niet mee in de ontwikkeling die Coby doormaakte. Maar het is háár opleiding, kon ik pas na een paar jaar bedenken, en als ik haar genoeg ruimte kan geven, dan redden we het wel.’

Coby: ‘Het geheim is toch om de ander de ander te laten zijn, en die niet te willen veranderen. Maar daarom zijn we al zo lang bij elkaar, hè: we oefenen elke dag.’

Meer over