POSTUUMTonny Bruins Slot (1947-2020)

Ajaxscout Tonny Bruins Slot was bijna één met Johan Cruijff

Zo één was Tonny Bruins Slot met Johan Cruijff, dat hij ruim een half jaar na diens dood in 2016 zei: ‘Ik herdenk Johan bijna voortdurend, als trainer en mens.’ Bruins Slot (73) is nu overleden.

Spanje, Barcelona, 1986: Johan Cruyff samen met Tonny Bruins Slot tijdens Juan Camper toernooi. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Spanje, Barcelona, 1986: Johan Cruyff samen met Tonny Bruins Slot tijdens Juan Camper toernooi.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Tonny Bruins Slot, de meesterlijke wedstrijdanalyticus van het Nederlandse voetbal, beheerste een heerlijk jargon. Het was een beetje Cruijff, vermengd met taalgebruik van hemzelf. Hij sprak bijvoorbeeld over ‘analysaties’, als hij het over analyses had. Of hij repte over een ‘heel scala aan gebeurens’, wat zo’n beetje zijn hele werk samenvatte.

Bruins Slot, een aimabel mens en interessant verteller, was assistent-trainer, even zelfs hoofdtrainer, scout, maar vooral bekeek hij tegenstanders. Hij was een specialist, nog voordat databanken alle gegevens van wedstrijden uitspuugden. Cruijff en later Ronald Koeman voeren blind op hem, bij Ajax, Barcelona, PSV, Benfica en Valencia.

Met Cruijff was hij een twee-eenheid, bij Ajax, en vooral in de grote jaren van Barcelona, met vier landstitels op rij, de Europa Cup I in 1992 en de Europa Cup II. Vol liefde kon Bruins Slot vertellen over Cruijff: ‘Johan was van 25 april 1947. Ik van 1 april, geboren in hetzelfde jaar. Vanaf mijn verjaardag zei Johan drie weken u tegen mij, tot zijn eigen verjaardag’, zei hij in het jaar dat Cruijff stierf.

Bruins Slot wilde alles weten van de tegenstander. Hoe de looplijnen waren, hoe de opponent corners en vrije trappen nam, wie de uitblinkers waren, hoe de trainer met wissels omging. Urenlang bekeek hij wedstrijden. Hij had een kamer vol videobanden. Gewoon voor de lol een wedstrijd aanschouwen, vond hij moeilijk. Dan had hij toch de neiging weer een pen te pakken en aantekeningen te maken. Het spel liet hem nooit los. Geen reis was hem te ver of te veel. Al ging het om een laatste detail, hij moest en zou het weten, desnoods trok hij richting poolcirkel om die misschien unieke tactische variant te bestuderen.

In de huid van de trainer

Hij kroop in de huid van de trainer van de tegenstander. Als hij de gelegenheid kreeg, stond hij vlak bij de dug-out. ‘Ik verdiep me in zijn gedrag, zijn gewoontes, de opstelling van de laatste vijf, zes weken, zijn wissels en commentaren. Ik probeer op mijn amateur-filosofische wijze de trainer te doorgronden.’

Bruins Slot was al jaren ziek. Hij leed pijn, maar hij was opgewekt als hij zich weer buiten vertoonde, als hij de tribunes van een stadion beklom, in het besef dat hij leefde in geleende tijd. Hij was blij en trots dat hij telkens weer opkrabbelde, dat hij weer wedstrijden kon bekijken, al deed hij dat steeds vaker van tv. Hij bleef tot kort voor zijn dood analyses maken voor Ajax, onlangs nog van Liverpool, dat op de eerste speelronde van de Champions League in Amsterdam voetbalde.

Meer over