Afghanistan is lakmoesproef

De NAVO is verdeeld en is niet slagvaardig. Europa reageert op het terrorisme net zo verdeeld als in de jaren dertig op het nazisme....

De strubbelingen met de missie in Zuid-Afghanistan treffenniet alleen het Nederlandse veiligheidsbeleid, ze tonen vooralhet deficiet van de NAVO: zij heeft na de Koude Oorlog weiniggepresteerd. In Kosovo ontsnapte ze aan een afgang en vervolgenskon, door gebrek aan eensgezinde politieke leiding, eenNAVO-macht niet voorkomen dat Albanezen de feitelijke machtgrepen en misbruikten.

In Afghanistan begon in 2003 een NAVO-macht, ISAF, in gebiedendie door de Amerikaanse coalitiemacht onder controle warengebracht, een vredesbewarende en opbouwende rol op zich nemen.De bereidheid troepen te leveren, was echter gering. Medio ditjaar werd besloten de taak van ISAF tot de zuidelijke provinciesuit te breiden. Wederom kost het veel moeite daarvoor troepen tevinden.

In Irak staan cruciale belangen op het spel, maar de NAVOstuurt alleen een handvol militairen voor een symbolischetrainingsmissie voor Iraakse officieren. Beschamend is dat geenland voor dat NAVO Training Centre beveiligende troepen wildeleveren. Dat werd uitbesteed aan een particulierbeveiligingsbedrijf.

De NAVO-rol in Darfur, tenslotte, bestaat voornamelijk uit watluchttransport ten behoeve van de troepen van de Arabische Unie,elk middelgroot commercieel vliegbedrijf had dat eenvoudig kunnenuitvoeren.

De NAVO is geen eensgezind bondgenootschap meer.EenNAVO-garantie is een holle frase, slechts individuele landenkunnen toezeggingen doen, niet de NAVO zelf. Het vroegerepolitieke en militaire gezag is verdwenen. Dat blijkt ook als ertweespalt is, zoals over Irak en over de behandeling vankrijgsgevangenen: men gaat die onderwerpen uit de weg. Waar isde krachtige leiding van een secretaris-generaal?

Bij internationale veiligheidsconflicten is de rol van de NAVOminimaal. De Verenigde Staten en de Europese landen hadden in2004 totaal 320 duizend militairen in crisisgebieden. HetNAVO-deel daarvan bedroeg slechts 7 procent. Die militaireirrelevantie geldt voor bijna heel Europa. De volledige last vande internationale veiligheid rust praktisch op de VS. DeVerenigde Staten hebben op elke tienduizend inwoners ongeveertien militairen in crisisgebieden, voor Europa is dat slechtsanderhalve militair. De Europese militairen zitten dan nog inoverwegend veilige gebieden, wat zichtbaar wordt in deverliescijfers. Per hoofd van de bevolking geven de Amerikanenviermaal zoveel uit aan defensie als een Europeaan. Deachterstand van de Europese strijdkrachten ten opzichte van deAmerikaanse is onoverbrugbaar geworden, mede doordat de VSvijfmaal meer geld besteden aan defensieonderzoek dan Europa.

Als bij internationale crises militaire macht noodzakelijkwordt, zal dat hoofdzakelijk met Amerikaanse inspanning en metAmerikaanse levens gebeuren. De VS hebben dus belang bij hetkiezen van het juiste moment en de juiste vorm.

De VS zullen niettemin om politieke en militaire redenen hunwereldwijde interventies bij voorkeur met coalitiepartnersuitvoeren en met hun gevoelens rekening houden. Als met Europeselanden samenwerking wordt gezocht, zal dat vooral op bilateralewijze gebeuren, niet via de NAVO. Individuele landen winnen aaninvloed.

Dat alles is in Brussel niet doorgedrongen, men blijft doenalsof. In de strijd tegen het terrorisme is de NAVO bijnaonzichtbaar. In Zuid-Afghanistan gaat het bijvoorbeeld om maarongeveer zesduizend militairen - en dat voor een bondgenootschapdat zich als het sterkste ter wereld afficheert. Tegen welkedreigingen komt men dan wel in het geweer?

De NAVO is hoofdzakelijk een soort militair kenniscentrumgeworden, een organisatie waar landen de inter-operabiliteit vanhun strijdkrachten kunnen verhogen. Soms is er een operatieonderNAVO-vlag waartegen niemand politiek bezwaar heeft, maarwaarbij de uitvoering een vrijblijvende aangelegenheid is vanenkele landen. Dat is geen alliantie en zeker geen slagvaardige.

Dit alles heeft grote gevolgen want nu de collectiviteit vande NAVO is weggevallen, is de historische verdeeldheid, na hetintermezzo van de Koude Oorlog, in Europa teruggekeerd. Deconsequenties zijn anders dan in het verleden, maar ze zijn evengevaarlijk. Eind jaren dertig van de vorige eeuw vormdenazi-Duitsland het gevaar, maar er bestond fatalisme enverdeeldheid. De onverzettelijkheid van Groot-Brittannië reddeons van een blijvende capitulatie voor het nazi-regime.

Het primaire gevaar van deze tijd is het terrorisme, waarvande bases moeten worden bestreden. Ook nu ligt het lot van hetWesten bij individuele landen die grensoverschrijdendeverantwoordelijkheid durven nemen. Afghanistan moet nu een kanskrijgen, het is de lakmoesproef voor het Westen. De rest van dewereld let nu op wat het Westen waard is en zal zijn conclusiestrekken. Daarom steken Groot-Brittannië en Canada hun nek uitom Zuid-Afghanistan bescherming en een toekomst te geven. Anderenkijken toe. De sterken scheiden zich weer van de wankelmoedigen.

Nederland heeft een sterke en moderne krijgsmacht waarmee zijheel wat zwaardere operaties aankan dan die in Zuid-Afghanistan.Het gaat echter om de politieke wil en hetverantwoordelijkheidsbesef dat internationaal van Nederland wordtverwacht. De beslissing van Nederland over deelname aan deoperatie mag hier tot een politieke crisissituatie leiden, alshet Westen Afghanistan laat vallen, zal de crisis in de wereldgroter zijn. De keus van Nederland, eerst donderdag in hetkabinet en daarna in de Kamer, is verstrekkend.

Meer over