INTERVIEWAdelheid Roosen

Adelheid Roosen: ‘Er is bij iedereen zo veel deskundigheid op grond van ervaringen, waarom zetten we die nooit op een cv?’

null Beeld Adelheid Roosen
Beeld Adelheid Roosen

Volgens theatermaker Adelheid Roosen voedt onze markteconomie ons in het individuele denken, waardoor we het gemeenschappelijke leegroven. ‘Alles is gericht op harde concurrentie en dat maakt in mensen het gevoel los dat ze zich moeten onderscheiden. Mijn studenten vragen zich af hoe ze kunnen opvallen, in plaats van: wie ben ik en wat wil ik maken?’

Door een geopend raam praat Adelheid Roosen tegen een duif. ‘Kom maar, schatje’, roept ze tegen het dier, dat paniekerig rondfladdert in de gesloten ruimte achter het kantoor van haar theatergezelschap Adelheid+Zina. De duif is per ongeluk door een rooster aan de bovenkant gevlogen, niet wetend dat hij zo een gevangenis binnenging. Boven hem zitten tralies – vlieg daar als duif maar weer eens doelbewust doorheen, terug de vrijheid in.

Roosen en een collega hebben een grote ladder door het open raam gestoken, waarmee ze de duif opjagen. Ze hopen hem richting de tralies te sturen, maar het enige wat het oplevert, is dat het beest nog doellozer klapwiekt en de achterkant van de ladder als in een Laurel-en-Hardy-slapstick heen en weer slingert in het kantoor. Ja hoor, daar schampt hij een binnenmuur. Moedeloos halen de vrouwen het gevaarte binnen en sluiten het raam. De duif is in doodsangst op een uitsteeksel geland, maar Roosen laat het er niet bij zitten. ‘Ik probeer het straks nog eens’, zegt ze kordaat.

Dan loopt ze in het oude Amsterdamse pand op tweehoog haar atelierruimte binnen. Het is er aangenaam warm en naast een propvolle boekenkast kijkt een Mariabeeld goedmoedig toe. We gaan zitten met thee tussen ons in, waarna vraag één luidt: hoe zijn we in deze unheimische, gepolariseerde tijd beland en hoe komen we er weer uit? Roosen kijkt verschrikt op. ‘Holy lord!’, roept ze uit. Ze strekt haar armen naar de hemel en roept nog dramatischer: ‘Madre mia! Kom tot mij!’ Ze lacht voluit nu. Pas na een minuut of twee kijkt ze stil voor zich uit. ‘Ja zeg, hoe komen we hieruit?’

Je gaat me niet wijsmaken dat je niet doorhebt in wat voor tijd we leven.

Opnieuw lachend: ‘Je komt helder binnen, ik snap je helemaal.’

Adelheid Roosen (62) geeft samen met Ola Mafalaani artistiek leiding aan Adelheid+Zina en haar werk is ‘verweven met de zoektocht naar de Ander’, staat op de site van het theatergezelschap. ‘Het is geen poging het vreemde te begrijpen. Adelheid kantelt het perspectief en probeert daarmee te tonen dat er feitelijk geen vreemde is.’ Ze werd onder meer bekend met zeven edities van de Wijksafari, waarin acteurs bij volstrekt onbekenden logeerden en bij hen thuis optraden in een voorstelling over hun beider levens.

Vaak werkt ze met groepen die over het hoofd worden gezien of onbegrepen zijn. Ze maakte toneel over de seksuele beleving van moslimvrouwen (Gesluierde monologen, 2003) en over dak- en thuislozen (Thuislozen, 2018). Met schrijver Hugo Borst ijverde ze met twee tv-series voor een persoonlijker zorg voor alzheimerpatiënten (In De Leeuwenhoek, 2018 en Thuis op Zuid, 2020). Vijf jaar geleden kreeg ze de Van Praagprijs, bestemd voor ‘humanistische voorbeeldfiguren’, omdat door haar toedoen ‘medemenselijkheid een nieuwe kans krijgt’, vermeldt het juryrapport.

Dus ja, als iemand kan zeggen hoe we uit de impasse van deze tijd kunnen komen, met een Capitoolbestorming als dieptepunt, zou het deze vrouw moeten zijn, toch?

Roosen peinst even en zegt dan: ‘Er valt in deze tijd zo veel zachts te doen.’ Ze legt het uit aan de hand van haar nieuwste project, Doula’s van de stad, een documentaire van haar en regisseur Maasja Ooms, die omroep Human dit jaar uitzendt. Doula is Oudgrieks voor ‘zij die je gidst’ en Roosen gebruikt het als geuzennaam voor tachtig Amsterdamse vrouwen die anderen onbezoldigd helpen bij bijvoorbeeld opvoed- en relatieproblemen, armoede en eenzaamheid.

Het was de bedoeling dat ze vorig jaar alle tachtig zouden optreden in het theater, maar door corona ging het niet door. Roosen besloot over te gaan op Zoomsessies, twee per week met vijftien vrouwen tegelijk, en de beelden te verwerken in een documentaire. Wat bleek? Praten via een scherm ging verrassend goed. ‘Het was heel intiem, ik vond het een openbaring. Als je maar de kwetsbare vragen aan elkaar stelt.’

Waarover hebben jullie het gehad?

‘We kwamen erop uit dat we allemaal werken vanuit een persoonlijke beschadiging: mishandeld zijn, uitsluiting, geïsoleerd zijn, eenzaamheid, te grote verantwoordelijkheden, enzovoort.’

De beschadigingen die we allemaal hebben dus.

‘Precies, de klap die je als kind krijgt en die je er onbewust toe aanzet om een wereld te bouwen zoals jij wenst dat die is. Bij deze vrouwen valt het oog instinctief op andere beschadigde kinderen, ook al zitten die nu in een volwassen lijf. Maar het is universeel, de directeur van een groot bedrijf is misschien ook wel gaan leidinggeven omdat zijn vader ooit heeft gezegd dat hij er niet geschikt voor was en hij wilde tonen: dat kan ik wel.’

Wat is precies het zachte dat we kunnen doen?

‘We moeten het over die beschadiging hebben. Zoveel mensen voelen zich buitengesloten door wat ze vroeger hebben meegemaakt, door onheuse bejegening op hun werk of in een relatie, door racisme of armoede. Zoveel mensen voelen zich met niemand meer verbonden, waardoor ze het gesprek niet meer aangaan of alleen nog in de vorm van een aanval op sociale media. We moeten die houding bij een ander leren vertalen. Het is pijn die we zelf ook hebben.’

Dat is alvast een oplossing voor de polarisatie. Wat is volgens jou de belangrijkste oorzaak ervan? Wat doen we fout?

‘Onze markteconomie voedt ons in het individuele denken, waardoor we het gemeenschappelijke leegroven. Alles is gericht op harde concurrentie en dat maakt in mensen het gevoel los dat ze zich moeten onderscheiden. Op sociale media en op cv’s ligt het succes in de etalage. Ben je gelukt, daar gaat het om. Ik geef 33 jaar les op de Toneelschool in Amsterdam en zie de gevolgen onder de studenten: steeds meer burn-outs, zelfbeschadiging, heel streng over jezelf oordelen. Ze vragen zich af hoe ze kunnen opvallen, in plaats van: wie ben ik en wat wil ik maken?’

In het VPRO-programma Mondo was je laatst lyrisch over een column van Maxim Februari uit 2016. Daarin sprak hij over zzp’ers in de zorg, de bouw en de winkelmagazijnen die nauwelijks voor hun werk betaald krijgen. Ook zij lijden onder de markteconomie.

Ze kijkt verheugd. ‘Ik vond die column zo genadeloos goed. De kop erboven was: ‘Het bederf zit ’m in de alledaagse krenkingen’, zo is het precies. Een van de doula’s vertelde over een vrouw die in de supermarkt was betrapt op het stelen van een paar luiers voor haar baby, dus niet eens een heel pak. Gelijk politie erbij en van het geld dat ze nauwelijks had, moest ze het hele pak terugbetalen. Waarom betrappen we eerder de minderbedeelden dan de bedrijven met drie accountants en drie advocaten die de overheid voor de gek kunnen houden?’

Adelheid Roosen: ‘Onze markteconomie voedt ons in het individuele denken, waardoor we het gemeenschappelijke leegroven.’ Beeld Adelheid Roosen
Adelheid Roosen: ‘Onze markteconomie voedt ons in het individuele denken, waardoor we het gemeenschappelijke leegroven.’Beeld Adelheid Roosen

Wat is de rol van ophitsende politici?

‘Sommige politici zeggen van alles met een beroep op de vrijheid van meningsuiting. Ik vraag me af of ze geen verantwoordelijkheid voelen. Het is hun vak om de bevolking in dit land te leiden. Polarisatie slaat als een centrifuge de hele dialoog uit elkaar.’

Je hebt het nu over Wilders met zijn ‘Minder Marokkanen’-opmerking en Baudet met zijn angst voor homeopathische verdunning?

‘Het gaat mij vooral om de politieke arena waarbinnen de onaangename bejegening van elkaar steeds erger wordt. Daaraan doen meerdere politici mee en ze zeggen ermee tegen hun achterban: deze verruwing is toegestaan. Ik kan slecht begrijpen dat ze niet snappen dat ze een voorbeeld zijn.’

Hoe zou je de scherpe kanten van de markteconomie kunnen halen?

‘Ik ben voor een vrouwelijker economie, waarin bijvoorbeeld ook empathisch vermogen als talent wordt gezien en op een cv wordt gezet. Vrouwen zien sneller de waarde ervan voor werk waarin je met mensen te maken hebt.’

Dit soort kwalificaties staan toch vaak wel op een cv? Je kunt je persoonlijkheid beschrijven, als je dat wilt.

‘Ik bedoel het specifieker. In Thuislozen speelde Fred mee, een manager die door de beurscrash in 2008 dakloos was geworden en dat op zijn cv had gezet. Een van de doula’s werd als kind mishandeld, een andere had een zoon in de top-600 van criminele jongeren. We hebben het er met zijn allen over gehad tijdens die Zoomgesprekken: er is bij iedereen zo veel deskundigheid op grond van ervaringen, waarom zetten we die nooit op een cv?’

Zou het onderlinge vertrouwen ook worden hersteld als organisaties zoals de Belastingdienst stoppen met protocollen belangrijker maken dan mensen? Denk aan de toeslagenaffaire?

‘Absoluut. Hugo Borst en ik ontdekten het ook in de zorg: één groot georganiseerd wantrouwen.’ Ze springt op en stampt op de vloer. ‘Hoeveel mensen hebben we wel niet ontmoet die de zorg uit zijn gegaan omdat ze zeiden: de zorg is wie ik ben, ik weet hoe het moet, maar ik mag het niet doen, ik moet de hele dag achter mijn computer zitten? Ze moeten zich constant verantwoorden en hebben bijna geen tijd over om iemand te aaien.’

Er komt steeds meer kritiek op dit soort onmenselijke systemen.

‘O, die systemen moeten zó aan gruzelementen.’

Hoe?

Ze gaat weer zitten. ‘Op alle plekken met een overdaad aan protocollen moet je mensen van buiten aanstellen, dus een roedel ervaringsdeskundigen die een bestuur of het kabinet adviseren. En dat zouden elk half jaar nieuwe personen moeten zijn. Ze kunnen als een soort nar van de koning functioneren. De verantwoordelijkheid blijft bij de koning liggen, maar de nar mag doorlopend zeggen wat hij ergens van vindt.’

Goed idee, zou het helpen?

‘Dat kan, maar het moeten wel vrije denkers zijn die de systemen werkelijk bekritiseren. Ik zou het meteen doen als ik werd gevraagd. Ik zou tegen Rutte zeggen: dat vaccineren, laat dat door evenementenbureaus organiseren. Ze kunnen het binnen 24 uur op poten zetten, ze weten alles van logistiek. Overvolle Blijfhuizen door toenemend huiselijk geweld: vang die vrouwen op in alle leegstaande schouwburgen. Er moet in de maatschappij een beweging op gang komen waarin wordt geluisterd naar ervaringsdeskundigheid.’

Het achtergrondgeluid bij dit gesprek was steeds de klapwiekende duif, in een volgende poging om aan zijn benarde situatie te ontsnappen. ‘I swear to God, ik help hem eruit vandaag’, heeft Roosen nog eens gezegd. Plotseling valt op dat het al heel lang stil is. We lopen naar het raam en zien dat hij weg is, op eigen houtje heeft hij de weg door de tralies gevonden. Roosen begint te juichen en in haar handen te klappen. ‘Wat geweldig! Hij is vrij! O, wat goed.’

Adelheid Roosen: ‘Zorgverleners hebben bijna geen tijd over om iemand te aaien.’ Beeld Adelheid Roosen
Adelheid Roosen: ‘Zorgverleners hebben bijna geen tijd over om iemand te aaien.’Beeld Adelheid Roosen

Laten we het hebben over je werk, dat je uitbouwde tot één grote ontmoeting met de Ander. Wat bedoel je met de aanvulling dat er feitelijk geen vreemde bestaat?

‘Het is wat filosoof Levinas zegt: de ander spiegelt jou.’

‘Spiegelen’ is zo’n vage term. Spiegelt die Capitoolbestormer met die hoorntjes op zijn hoofd mij ook?

‘Iedereen heeft altijd meteen een oordeel over de ander, maar als je daaraan voorbijgaat, blijven over: verliefd zijn, razernij, eenzaamheid, verdriet, vreugde en alles wat daarmee samenhangt. Als je op die gevoelens inlogt, ken je deze man. Dan zullen jullie elkaar altijd verstaan.’

Moet je je met iedereen kunnen verstaan? Ik denk dat ook Hitler dit soort gevoelens had, maar is het niet beter zijn gedrag te veroordelen?

‘Jij noemt extreme voorbeelden. Waar het mij om gaat, is de vraag hoe je wilt leven, welke houding je centraal wilt stellen. Ik hoorde eens over een moeder die praatte met de moordenaar van haar dochter en hem vergaf, waardoor die man werd geheeld. Dat is een voorbeeld waaraan we ons allemaal kunnen laven. Heb ik zelf oordelen? Ja. Kan ik die de hele dag achterwege laten? Nee. Maar als ik iemand vergeef, ben ik verder gekomen dan ik dacht toen ik ’s ochtends opstond. Dáár gaat het om.’

In de jaren tachtig begon je op televisie als een tamelijk geëxalteerde theatervrouw in Vara’s nachtshow, het ging alle kanten op. Hoe heb je de ommezwaai gemaakt naar die gerichtheid op de ander?

Lange stilte. ‘Het is een proces geweest. Ik merkte zelf hoe goed het doet om ontvangen te worden in zachtheid als je je verstoten voelt, buitengesloten.’

Ik denk dat je nu over jouw beschadigingen gaat vertellen?

‘Het waren er twee. Het begon met mijn moeder, die er werkelijk een militair regime op nahield. Ik kreeg klappen en had jaren daarna nog de tic dat ik mijn hoofd wegdraaide als iemand in mijn buurt met zijn arm zwaaide.’

Ben je zo vaak geslagen?

‘Het was het meest gebruikelijke wat ze deed. Het gekke is dat de herinnering aan de fysieke klappen is afgevlakt, maar niet aan wat die doen met je mentale gesteldheid. Door al dat slaan voel je geen bestaansrecht. En dat werd erger door uitgestelde straf. Dat was een sadistische methode van mijn moeder, waarbij ze niet op het moment zelf strafte, maar altijd een dag, twee weken of een maand later.’

Zoveel later nog?

‘Ja, waardoor ik op niets meer rekende en me nergens meer op verheugde. Mijn levensenergie hield ik in, omdat ik dacht: alles kan me elk moment uit handen worden geslagen. Het brengt je in een soort hypertoestand.’ Ze ademt snel in en uit om te laten zien hoe ze zich voelde.

Zo kwam je dus over in Vara’s nachtshow.

‘Ik zag het niet van mezelf, het voelde voor mij als een normale bestaansvorm. Het was mijn manier van overleven.’

De tweede beschadiging was een verkrachting, toch? Wil je het daar wel over hebben?

‘Je mag alles vragen. Mijn achterachterneef heeft me verkracht. Ik was al paniekerig en daardoor werd ik nog paniekeriger. Ik heb het over 1965, ik was 7. Familie van mijn vader was bij ons op bezoek en mijn ouders gingen met de volwassenen naar een restaurant. De zoon bleef achter en die nam mij mee naar het bos. Ik wist niks van seksualiteit, maar je voelt instinctief: dit is niet goed. Och man... En hij zei erbij: ‘Als je dit ooit aan iemand vertelt, maak ik je dood.’ Op een nacht heb ik het toch aan mijn zus verteld en die is ermee naar mijn ouders gegaan.’

Hoe reageerden ze?

‘Die zijn zó geschrokken. Ik ben uit bed geroepen, hun vragen voelden voor mij als een rechtbank. Het heeft ertoe geleid dat er nog meer verbod en afstraffing kwam. Zeker mijn moeder dacht: o God, straks gebeurt er weer wat met haar. Ik noem het schuldeloze schuld. Mijn ouders waren natuurlijk bevroren door wat er was gebeurd, daarom reageerden ze zo. Maar het gevolg was dat ik dacht: er is zo veel fout aan mij, mijn hele bestaansrecht klopt niet.’

Ik aarzel of ik deze vraag moet stellen, maar in het kader van alles wat we hebben besproken: zou jij je verkrachter kunnen ontmoeten?

Weer stilte. ‘Dat is een heel uitdagende vraag, die ik mezelf nooit heb gesteld. Als ik dat zou willen, zou zich dat vertalen in werk. Dus misschien moet ik deze vraag maar eens gaan overwegen.’

Dat kan alleen via werk?

‘Ja, want ik wil zoiets dan altijd meteen openbaar maken.’

Bij jou lopen werk en privé totaal door elkaar, is het niet?

Opgewekt: ‘Ja hoor, ik heb een bijna 24-uursverbinding met de vraag waarom ik hier op aarde ben, de scheiding tussen werk en privé ervaar ik als protocol. Mijn werk is één grote autobiografie. Door al die ontmoetingen snap ik mezelf steeds beter, ik ben daar erg dankbaar voor.’

Adelheid Roosen: ‘Als ik iemand vergeef, ben ik verder gekomen dan ik dacht toen ik ’s ochtends opstond. Dáár gaat het om.’ Beeld Adelheid Roosen
Adelheid Roosen: ‘Als ik iemand vergeef, ben ik verder gekomen dan ik dacht toen ik ’s ochtends opstond. Dáár gaat het om.’Beeld Adelheid Roosen

Je moeder had alzheimer, je hebt haar in 2010 geportretteerd in de documentaire Mam. Je lag naast haar in net zo’n luier als die van haar, je bent helemaal in haar wereld meegegaan. Was dat wat jij altijd doet in uitvergrote vorm ?

‘Zo zit het precies. Ik reed eens in een donkere nacht naar huis, toen ik een zwerver in razernij zag staan, hij was aan het vloeken en tieren tegen de hemel. Ik ging naast hem staan en begon in dezelfde richting als hij te schreeuwen, het was net een opera. Op een gegeven moment stopte hij en keek opzij. Hij begon te huilen, zó te huilen. En toen kwam er een levensverhaal waarin je de hartepijn van een beschadiging hoorde. Snapte ik hem? Ja, ik snapte hem. Was ik die man? Ja, ik was die man.’

Heb je deze momenten ook met je moeder meegemaakt?

‘Ik heb duizend keer met haar meebewogen. Ik heb samen met haar onder haar bed gelegen en een van de mooiste gesprekken van mijn leven gevoerd. ‘Hier woont Theo’, zei ze, dat was mijn vader. Ze vertelde dat ze hem zo miste. Ik dacht: moet je mij hier nu zien liggen onder het bed met mijn moeder.’

Was het helend?

‘Absoluut. De eerste keer dat ik merkte dat ze alzheimer had, waren mijn zus en ik bij haar op visite en presenteerde ze bij de koffie rauwe plakken biefstuk besmeerd met boter. Mijn moeder was altijd een heel formele, voorname Chinese vaas van porselein en het was alsof er een kiezel tegenaan stuiterde. Pats, daar lag de vaas in duizend stukken op de grond. Ik dacht: ik moet meedoen, ik moet doen alsof ik die biefstuk opeet. Alle seinen sprongen bij mij meteen op: meegaan, spelen, spelen met het leven, met jou.’

En dat kon eindelijk.

‘Eindelijk.’

Meer over