Eenzame Uitvaart

Achter de bomen en de rietpluimen ligt een man in een tent, zonder naam maar niet onbekend

null Beeld Merel Corduwener
Beeld Merel Corduwener

Schrijver Joris van Casteren is coördinator bij het begeleiden van eenzame uitvaarten in Amsterdam. Onregelmatig schrijft hij over zijn wederwaardigheden bij dat werk.

Joris van Casteren

In de Lange Bretten liep op 16 december een vogelaar uit Amsterdam. Wel vaker struint hij rond door dit enigszins vergeten natuurgebied, omgeven door industrie en onduidelijke bedrijfjes, in het verre westen van de hoofdstad.

De vogelaar volgde het fietspad richting Halfweg, parallel aan spoorbaan en Haarlemmertrekvaart, en verdween ergens halverwege in de bosjes. Wel vaker had hij hier koperwieken waargenomen, misschien dat hij vandaag opnieuw zijn slag zou kunnen slaan.

Het was een uur of drie in de middag, hij hield een zompig pad aan. Een paar keer haalde hij tevergeefs zijn kijker tevoorschijn, er leek op vogelgebied niet al te veel te gaan gebeuren. Zijn gedachten waren bij de zeearend die hij een tijd geleden in de buurt van Biddinghuizen had gezien toen hij bij een sloot uitkwam en in de verte achter bomen en rietpluimen een tentje zag staan.

Misschien was het een collega die tijdelijk bivak had gemaakt, nieuwsgierig begaf hij zich in het struikgewas. De tent was opgezet onder een scheefgegroeide boom, verstevigd met afgedankt bouwmateriaal, gedecoreerd met vreemde snuisterijen.

Voor de tent was in de open lucht een keuken annex badkamer ingericht, een gat in de grond als wc. Op ingenieuze wijze werd regenwater van het tentdoek afgevangen en naar emmers geleid. De vogelaar zag pannen staan, borden, bestek, tandenborstels, scheergerei en een grote hoeveelheid toiletartikelen. Alles bedekt met een dun laagje mos.

Een doorgerot tafeltje leek het eetgedeelte te vormen, boomstronken fungeerden als stoelen. Aan een tak hing een olielamp, de vogelaar zag kwasten en ingelijste schilderijtjes. Doorweekte boeken in een kastje, Engelstalig. Een vaas met kunstbloemen om de boel het hele jaar door op te vrolijken.

In wat je de tuin zou kunnen noemen hing een waslijn met natte handdoeken, verderop stond een fiets en in wat met enige fantasie een schuurtje zou kunnen zijn lagen halters en verroest gereedschap.

De vogelaar vroeg zich af wie de bewoner was van dit merkwaardige complex. Hij riep, niemand kwam tevoorschijn. Voor de tentingang hing een doek, voorzichtig schoof hij het opzij. Zijn ogen wenden aan het duister, op een matras lag het lichaam van een man.

De man droeg een spijkerbroek en een trui met capuchon. Hij lag op z’n zij, de knieën opgetrokken. Zijn schoenen waren uit, zijn voeten door de ratten aangevreten. Het rook naar ammoniak, de vogelaar kroop vlug weer naar buiten.

Hij haastte zich terug naar de parkeerplaats aan de Australiëhavenweg, waar zijn fiets stond. Daar kwam hij een andere vogelaar tegen. Hij vertelde haar van de vondst en zei dat hij wel even langs het politiebureau zou gaan.

Zij stond erop dat hij meteen zou bellen, de agenten kwamen snel. Het schemerde toen rechercheurs met forensische apparatuur op zijn aanwijzingen de afgelegen plek eindelijk hadden gevonden.

*

Donderdag 13 januari, telefoon. Team Uitvaarten van Gemeentewege, zoals de met overlijdens belaste dienst van de gemeente Amsterdam tegenwoordig heet. Ik verneem van de onbekende man in de tent.

De recherche heeft onderzoek verricht. Eerst in het kampement, vervolgens op het lichaam in het gerechtelijk laboratorium. Vaststaat dat de tentbewoner niet is vergiftigd of door geweld om het leven is gekomen.

In zijn broekzak is een Brits paspoort aangetroffen. Het staat op naam van een ongehuwde man, in 1958 geboren in Newcastle. De dode heeft minstens een half jaar in de tent gelegen, zijn gezicht kan daarom niet worden vergeleken met het gezicht van de paspoortfoto.

Aan de hand van z’n dna zou hij geïdentificeerd kunnen worden, maar het Brits consulaat heeft vooralsnog geen familieleden in het Verenigd Koninkrijk opgespoord. Het overschot is vrijgegeven door de officier van justitie, de tentman krijgt een eenzame uitvaart. Omdat niet zeker is dat het paspoort van hem is zal hij als nomen nescio worden begraven.

Ik krijg het nummer door van een rechercheur die bij het onderzoek was betrokken, ze neemt niet op. Op internet typ ik de paspoortnaam in. Verrassend: een jongeman is in 2014 met hulp van Adres Onbekend, een radioprogramma, naar de man uit Newcastle op zoek geweest. Het zou z’n vader zijn.

De rechercheur belt terug, ik vraag haar of ze weet van de zoekende zoon. Het zegt haar niets, ze googelt de naam meteen maar even. ‘Eh, je hoort zo weer van me, even overleggen.’ Een half uur later verneem ik dat ze de jongeman zojuist telefonisch op de hoogte heeft gesteld van de vondst. Hoewel technisch bewijs vooralsnog ontbreekt is de kans volgens haar nu toch wel zeer groot dat de man in de tent inderdaad zijn vader is.

De jongeman, bij wie binnenkort celmateriaal zal worden afgenomen, is daar ook van overtuigd. Om die reden wil hij naar de uitvaart komen en van tevoren met mij spreken.

*

Twee dagen later zit ik bij Marcus (30) thuis op de bank, hij woont aan de rand van Utrecht in een sobere flatwoning die hij deelt met een kat. Van beroep is hij ‘freelance graphic designer’.

Marcus heeft een Duitse moeder, hij is in München geboren. Aan het begin van de jaren negentig huurde ze in die stad een kamer in een gemeenschappelijke woning. Op een dag nam een van de huisgenoten een knappe Engelsman mee met wie ze aan de praat raakte.

Zij was 19, de Engelsman 33. Hij had gereisd, door Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Wat volgde wordt door Marcus kernachtig samengevat: ‘Ze hebben een onenightstand gehad waar ik het product van ben.’

Toen zijn moeder twee maanden later ontdekte dat ze zwanger was ging ze op zoek naar de Engelsman. Hij hing rond in de Englischer Garten, rookte en verhandelde er cannabis en schilderde soms wat.

Van een relatie kon geen sprake zijn, dat liet de Engelsman haar duidelijk blijken. Wel was hij zo galant haar naar het ziekenhuis te vergezellen toen de weeën kwamen. Na de bevalling hield hij zijn zoon eventjes vast, er werd een foto van gemaakt.

Omdat er complicaties waren moest ze in het ziekenhuis blijven, toen ze ten slotte met haar zoon thuiskwam was de Engelsman gevlogen. Ze vernam dat hij zich in een volgend liefdesavontuur had gestort.

De Engelsman had zijn zoon erkend en was onderhoudsplichtig. Daar kwam niets van terecht, hij verdween uit beeld en betaalde geen cent. Marcus moeder trouwde met een Nederlander, met hem en haar 5-jarige zoon verhuisde ze naar Utrecht.

*

Met de jaren werd Marcus nieuwsgieriger naar zijn vader. Hij zou hem in ieder geval één keer willen zien. ‘Als de ontmoeting op niets zou uitlopen had ik dat ook prima gevonden.’

Hij is niet boos op de man die stilletjes vertrok. ‘Als een vrouw zwanger van je is hoef je niet per se bij haar te blijven, dat zou ik zelf ook niet doen.’ De hang naar ongebondenheid leeft ook in hem. ‘Ik wil niet meedoen aan de maatschappelijke ratrace, daarom ben ik zzp’er geworden.’

Het verlangen zijn vader te zien werd sterker toen hij zijn studie aan de hogeschool van Utrecht had afgerond, uit huis was gegaan en als freelancer was begonnen. Via het radioprogramma besloot hij de oproep te doen die ook op internet belandde.

Een zekere Daniël uit Duitsland nam contact met hem op. Het bleek een jongere halfbroer te zijn. Daniël was opgegroeid in tehuizen en pleeggezinnen en wilde eigenlijk niets meer weten van zijn vader. Hij vertelde Marcus dat hun vader halverwege de jaren negentig vanwege wiethandel was opgepakt in München. Hij had in de gevangenis gezeten en zou daarna het land zijn uitgezet.

Daniël had nog een oude jas van hun vader, die was bij zijn moeder in huis blijven liggen. Marcus mocht de jas hebben. Daniël, die een verwarde indruk maakte, kwam met de trein naar Utrecht om de jas te brengen. Vervolgens verbrak hij in barse bewoordingen het contact met zijn Nederlandse halfbroer.

*

Marcus bleef zoeken, via Facebook kwam hij in 2018 in contact met een vrouw uit Newcastle die dezelfde achternaam had als zijn vader. Het bleek een nicht van hem te zijn. De nicht nodigde hem uit voor een bruiloft, daar zou ook een zus van zijn vader aanwezig zijn.

Hij nam de boot naar Newcastle, de zus van zijn vader huilde toen ze hem zag. Ze vertelde dat haar broer een opgewekt kind was geweest. ‘Altijd buiten. Hutten bouwen, vuurtjes stoken, spelen op het strand.’ Hun vader, ingenieur in de elektrotechniek, overleed toen haar broer 15 was. Hij kon niet verkroppen dat z’n moeder een jaar later hertrouwde. Zonder iets te zeggen ging hij ervandoor.

Af en toe kwam er bericht uit een ver land, waar hij baantjes aanpakte of introk bij een vrouw. Na een poosje reisde hij weer verder. München beviel hem goed, hij huurde er een appartement. Marcus’ tante was er geweest, het leven van haar broer leek op orde toen. Ze had geen idee dat hij twee zoons had verwekt, wel wist ze van een oudere dochter die in Italië zou verblijven, pogingen met haar in contact te komen mislukten.

Na Duitsland te zijn uitgezet trok hij in bij zijn moeder en stiefvader in Newcastle. Het ging niet goed, om aan cannabis te komen begon hij spullen uit de woning te verkopen. Na een ruzie stapte hij zonder afscheid te nemen op de boot naar IJmuiden.

Jaren later, in 2014, stuurde hij een kaartje aan zijn zus. Alles gaat goed, maak je geen zorgen, ik ben in Amsterdam. Hij schilderde weer, op Ruigoord, de kunstenaarskolonie bij Spaarnwoude, verkocht hij naar eigen zeggen af en toe een doek. Op het kaartje stond een telefoonnummer dat ze talloze malen draaide, onder meer toen hun moeder overleed. Nooit nam hij op, nooit belde hij terug.

Marcus besloot op Ruigoord navraag te doen, niemand herinnerde zich een schilderende Engelsman. Hij stelde zich voor dat zijn vader naar een warm eiland was vertrokken, niet dat hij op nog geen drie kwartier rijden van Utrecht in een hut in de bosjes bivakkeerde.

Hij heeft z’n tante van de vondst op de hoogte gesteld. Hoewel hard bewijs ontbreekt is ook zij ervan overtuigd dat het haar broer betreft, zegt ze aan de telefoon. Net als Marcus begrijpt ze niet hoe de politie het bericht op internet over het hoofd heeft kunnen zien. Dan had er meteen dna-materiaal vergeleken kunnen worden en was ook het laatste beetje twijfel weggenomen.

*

Woensdagochtend 19 januari, begraafplaats Sint Barbara. We draaien de muziek die Marcus in overleg met zijn tante heeft uitgezocht, nummers van Elton John, Stevie Wonder, The Rolling Stones.

Erik Jan Harmens draagt zijn gedicht voor, Marcus leest een emotioneel bericht van zijn tante. Dragers leggen de kist op hun schouders, we lopen naar buiten. ‘Lang gezocht, eindelijk gevonden’, zegt Marcus aan het graf.

Na de plechtigheid ontmoeten we de vogelaar, met hem rijden we in Marcus’ auto naar de parkeerplaats aan de Australiëhavenweg. Na een kwartiertje lopen komen we aan bij het kampement. Het riet is weggemaaid, de tent staat er nog.

Medewerkers van Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte hebben de locatie ook ontdekt, aan de scheefgegroeide boom is een kennisgeving bevestigd. De ‘bewoner/gebruiker van dit zelfgebouwde onderkomen’ dient krachtens de in het natuurgebied geldende APV de boel zo snel mogelijk af te breken en te verwijderen, anders zullen zij het doen.

Marcus begint de spullen te verzamelen. Hij wil zoveel mogelijk meenemen, al is het vies en met mos overdekt. Dit is de huisraad van zijn vader, en al staat het juridisch nog niet vast, hij is alvast de erfgenaam.

Tot later

welk gevoel overheerst
als we een man die niet gevonden wilde worden
vinden
als wie als een kat
in de dichtst mogelijke begroeiing verdwijnt
toch nog een laatste maal
door andermans toedoen
verschijnt, opkomt
voor ons
om na te kijken

welk gevoel overheerst
nu u bent gespot
verplaatst
en weggedragen
tot aan het einde
van de lijn
van baren
naar opbaren

misschien is het feit
dat u niet alléén ter aarde gaat
iets wat vooral óns
gelukkig maakt
zodat we u de rust kunnen gunnen
die we onszelf ontzeggen
zolang we niet waren
maar zijn
als gevangenen
van de tijd

Erik Jan Harmens