'Aantal valse aangiften van zedendelicten neemt toe'

Valse of gedeeltelijk valse aangiften in zedenzaken komen steeds meer voor. Het is een kwalijk neveneffect van de openheid over seksueel misbruik....

Van onze verslaggeefster

Ellen de Visser

BERGEN

In zijn boek Valse zeden (Balans, ISBN 90 5018 386 7), dat begin deze week verscheen, beschrijft Veraart praktijkgevallen waarin valse beschuldigingen een rol spelen.

De advocaat, sinds zeven jaar gespecialiseerd in zedenzaken, levert forse kritiek op politie, justitie, hulpverlening en rechterlijke macht. 'Ze kampen met vooringenomenheid en een dubbele seksuele moraal', zegt hij. 'Het slachtoffer wordt kritiekloos geloofd, onwaarheden worden niet herkend, motieven niet achterhaald.'

Zijn boek is ingeslagen als een bom. Advocaten van slachtoffers zeggen nog nooit een valse aangifte te hebben meegemaakt en verwijten hem iets tegen vrouwen te hebben. Rechters voelen zich persoonlijk aangevallen. Hulpverleners vinden dat hij de zaak van de echte slachtoffers veel kwaad doet.

'Ik snap niet waarom het onderwerp zoveel emoties oproept', zegt Veraart. 'Als vrouwen zijn misbruikt, verdienen zij mededogen. Maar dat wil toch niet zeggen dat valse beschuldigingen niet voorkomen?' Hij zegt dat hij in zijn boek met opzet alleen de 'huis-tuin-en-keuken-zaken' heeft behandeld. 'Ik heb de extremiteiten weggelaten, omdat ik wilde beschrijven wat iedereen kan overkomen. '

Maar hoe weet de advocaat zo zeker dat het valse zedenzaken betreft? Er zijn nooit getuigen - en daders van seksueel misbruik bekennen toch zelden? Veraart zegt bij iedere zedenzaak te reconstrueren wat er voor en na de aangifte is gebeurd. 'Steeds weer kom ik dezelfde mechanismen tegen, dezelfde motieven. Geen seksueel misbruik, maar misbruik van seks.'

Een meisje beschuldigt de nieuwe vriend van haar moeder van misbruik omdat ze hem niet kan uitstaan. Een jonge vrouw, verliefd op haar zakenpartner, beweert door hem te zijn verkracht maar doet pas een half jaar later aangifte, als haar vader bij de zaak wordt ontslagen. Een meisje komt om half vijf 's nachts verfomfaaid thuis van een feest en zegt tegen haar woedende moeder dat er iets is misgegaan.

Dit soort 'overaangiften' worden volgens Veraart veel door de politie opgetekend. Zo'n vrouw verzint het niet, die aangifte komt toch niet uit de lucht vallen? Dat is de houding bij politie en justitie, zegt hij.

De advocaat onderscheidt vier categorieën zedenzaken: de echte zaken, de volledig verzonnen zaken, de mislukte vrijages die pas achteraf door de aangeefster als een verkrachting of aanranding worden bestempeld, en de vrijages met een smet, waarbij de man wel te ver is gegaan maar niet zover dat er sprake is van verkrachting.

Hij pleit voor de instelling van vertrouwenscommissies die, voordat politie en justitie eraan te pas komen, toetsen om wat voor zaak het gaat.

'Zij kunnen de ene keer doorverwijzen naar een Riagg of een dominee en een andere keer naar de politie.' Veraart vindt bovendien dat politieverhoren altijd op de band moeten worden opgenomen en dat rechters hun uitspraken beter moeten motiveren.

'De rechter is net zomin als ik bij de vrijage aanwezig geweest. Hij baseert zijn oordeel alleen op het dossier. Uit het dossier haalt hij de passages die het wettig bewijs rondmaken. Knip- en plakwerk noem ik het. Het verweer van de verdachte of de leugens van het vermeende slachtoffer laat hij bijna altijd buiten beschouwing.'

Steeds vaker ziet hij dat in hoger beroep de rechter de straf aanpast. Dan wordt zonder toelichting voor het zware delict verkrachting slechts zes maanden gegeven. 'Spijtvonnissen', noemt Veraart die uitspraken. 'Ik denk dat rechters dan toch niet zo overtuigd zijn als zij doen voorkomen.'

Sinds het verschijnen van zijn boek melden zich bij Veraart dagelijks dertig nieuwe cliënten die zeggen dat zij vals zijn beschuldigd. Hij loopt de lijst met namen langs: 'Man uit Zierikzee, heeft vijftien maanden gekregen, wil graag bijstand in hoger beroep. Man van 89 jaar, is vorig jaar beschuldigd, kent dat kind niet eens.'

Veraart: 'Er hebben gevangenispredikanten, artsen en politieagenten gebeld die zeiden: je hebt groot gelijk, wij maken het ook mee.'

Meer over