Beeldvormers

Soms zie je meer op een foto met je ogen dicht

De Zwitserse Valérie Baeriswyl maakte deze foto vorige week in Port-au-Prince op Haïti, waar mensen al weken de straat op gaan om te protesteren tegen de regering.	 Beeld AFP
De Zwitserse Valérie Baeriswyl maakte deze foto vorige week in Port-au-Prince op Haïti, waar mensen al weken de straat op gaan om te protesteren tegen de regering.Beeld AFP

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: anders kijken.

Gisteravond in bed dacht ik aan deze foto. Ik probeerde hem te zien met mijn ogen dicht. Wat bleef ervan over, welke details kwamen bovendrijven? Het is een tip van de Franse literatuurtheoreticus en filosoof Roland Barthes, die schreef: ‘Om een foto goed te zien, kun je het best ervan wegkijken of je ogen dichtdoen.’

Na een zoektocht, die hij beschrijft in het eerste deel van zijn essay La chambre claire (1980), was Barthes erachter gekomen dat hij bij het kijken naar foto’s vaak werd afgeleid door wat ik maar even ‘randinformatie’ noem: techniek, de omstandigheden, de vraag of een foto kunst of documentaire is. Weg ermee, zei Barthes. Hij wilde tot het ‘punctum’ van de foto komen, het voor hemzelf meest betekenisvolle detail. Dat waar zijn oog over struikelde, waar het aan bleef haken: ‘Dat wat ik toevoeg aan de foto en wat er niettemin allang is.’ Het is een subjectief detail dat de foto doet leven, een onbenulligheid die desondanks opduikt wanneer je de foto op de binnenkant van je oogleden probeert te projecteren.

Hoe ik bij Barthes uitkwam, ik weet het niet precies. Het is het resultaat van lukraak fotografieboeken uit de kast trekken en lezen, in de hoop dat ik iets zou vinden wat me kon helpen bij het kijken naar deze afbeelding, want zelf kwam ik er niet goed uit. La chambre claire bleek de goede keuze. Barthes’ theorie levert een aangenaam persoonlijke benadering van fotografie op, die ik goed kan gebruiken.

Er is iets geks aan deze foto. En ja, ik zie ook wel dat dat in de eerste plaats komt doordat er een man op staat met een rode clownspruik, een goochelaarsjasje en een zwembroek, die doodgemoedereerd op zijn brommer komt aanrijden terwijl achter hem de straat in de fik staat. Het is niet bepaald een alledaags tafereel dat de Zwitserse fotojournalist Valérie Baeriswyl vorige week zondag schoot in Port-au-Prince op Haïti, waar mensen al weken de straat op gaan om te protesteren tegen de regering van de autoritaire president Jovenel Moïse.

Ze weet niet wie de brommerman was, schrijft de fotograaf vanuit de Haïtiaanse hoofdstad. Dat hij plotseling opdook was een verrassing. Ze zag hem, dacht: ‘Die moet ik hebben’, klik, en weg was hij. De foto wijkt af van de andere foto’s die ze maakte. Dat zijn reportagebeelden, bedoeld om de wereld te informeren over de status quo in de straten van Port-au-Prince. Dit beeld, deze man – ze lijken op zichzelf te staan. Het is alsof de man alleen bestaat binnen het kader van de foto en niet daarbuiten. Hoe komt dat?

Ik keek ernaar met mijn ogen dicht. En ik hoop dat het mag van Roland Barthes, maar wat mij betreft heeft deze foto twee puncta. Wat kwam bovendrijven, waren de verwarrend rechtstreekse blik van de man en de pijp in zijn mond. (Een píjp? Had ik die aanvankelijk überhaupt wel gezien?)

Nu ben ik niet meer te houden. Die details zijn het antwoord op mijn vraag. Met die borende blik plaatst de brommerman zichzelf echt buiten zijn omgeving, als een acteur die zich plotseling tot zijn publiek richt en zo dwars door de beroemde ‘vierde wand’ heen breekt. En de pijp verwijst natuurlijk naar de surrealist René Magritte, die een pijp schilderde en eronder zette dat het toch geen pijp was; de geschilderde versie refereerde slechts aan het origineel. Met andere woorden: dit is niet wat het lijkt. Net zoals de man op de foto van Valérie Baeriswyl geen echte man is, maar de sardonische verbeelding van chaos en anarchie. In een zwembroek.

U vindt het te ver gaan? Jammer zeg. Van Roland Barthes mag ik op een foto lekker zien wat ik wil.

Meer over