Beeldvormers

Mijn idyllische kijk op een te water geraakte koe was behoorlijk confronterend: waar liep mijn blik nog meer achter?

Op de foto’s die van de reddingsactie werden genomen, zie je meteen dat de koe nooit in haar eentje weer op de kant had kunnen komen. Beeld ANP
Op de foto’s die van de reddingsactie werden genomen, zie je meteen dat de koe nooit in haar eentje weer op de kant had kunnen komen.Beeld ANP

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid bepaalt. Deze week: de koningsdagkoe.

Op de ochtend van Koningsdag viel in Schiedam een koe in het water. Zodra ik het eenregelige berichtje had gelezen, kwamen de beelden er al achter aan, holderdebolder in de boerenwagen door het groene knollenland. Voor het geestesoog zweefden oude kleurenfoto’s en kinderboekenillustraties met blauwe luchten en sappige weilanden, doorsneden met sloten vol lisdodde en zwanenbloem. En dan in een van die sloten een drachtige koe tot aan haar buik in het water, de poten vastgezogen in de modder, peinzend kauwend op een graspol. Op de kant stond een rij mensen slapstickachtig aan het touw om haar hals te trekken: de boer met een blauwe overall, een politieagent, de notaris en het dochtertje van de slager met een rieten hoedje op d’r hoofd.

Waar kwam deze oud-Hollandsche gezelligheid nou weer vandaan? Misschien was het de combinatie met Koningsdag? Die dag is ook voor eeuwig verbonden met kneuterige dingen als zaklopen en koekhappen, en de aloude nationale koopmansgeest die zich op elke straathoek manifesteert. Als op zo’n dag een koe in het water valt, past dat op de een of andere manier in het plaatje. Mijn plaatje, blijkbaar.

Maar toen kreeg ik de échte beelden door en bleek maar weer hoe hopeloos oubollig de beeldvorming is. Op de foto’s was de lucht net zo blauw als ik me had voorgesteld, maar daar was dan ook alles mee gezegd. Geen sappig gras, geen bloemen, maar een industrieel haventerrein op de grens van Rotterdam en Schiedam met gele kranen op de achtergrond – dat was het decor.

Het is de locatie van de Floating Farm, de eerste drijvende boerderij ter wereld en een wonder van hedendaagse duurzame techniek. De boerderij heeft een dak dat regenwater opvangt, een geavanceerd circulair mestsysteem en een eiland van zonnepanelen. Er wonen zo’n veertig koeien. Volgens de bedenkers zijn drijvende boerderijen de toekomst voor een wereld die kampt met ruimtegebrek en een stijgende zeespiegel.

Door een onbekende oorzaak was de koe in kwestie, de koningsdagkoe, in het water van de Merwehaven gevallen. Op de foto’s die vervolgens van de reddingsactie werden genomen, zie je meteen dat het dier nooit in haar eentje weer op de kant had kunnen komen – zo koeien dat überhaupt kunnen – want de buitenste looprand van de Floating Farm, van dik beton en rastermetaal, zweeft zowat een meter boven het wateroppervlak. En het water is diep.

De koe overleefde het en lag nadien op de betonnen kade uit te rusten, haar voorpoten als die van een kat onder het lichaam gevouwen. Beeld ANP
De koe overleefde het en lag nadien op de betonnen kade uit te rusten, haar voorpoten als die van een kat onder het lichaam gevouwen.Beeld ANP

Het duurde ruim een uur voordat de brandweer de koe uit de haven had getakeld. Niks touw, niks trekken, niks rieten hoedje. Er kwamen talloze helpers, duikers en een enorme brandweerwagen met een hydraulische hijskraan aan te pas. De koe overleefde het en lag nadien op de betonnen kade uit te rusten, haar voorpoten als die van een kat onder het lichaam gevouwen. Waarschijnlijk staat ze inmiddels weer op haar plek in de drijvende stal en is ze het hele voorval vergeten.

Ik niet. Ik vond mijn eigen, idyllische jarenvijftigkijk, waarvan ik niet eens zeker weet of-ie is gebaseerd op de werkelijkheid, behoorlijk confronterend. En dan ging dit nog over een koe. Op welke thema’s liep mijn blik nog meer achter?

Op donderdag, tijdens het notulendebat, ging het in de Tweede Kamer over beeldvorming. De mooiste zin kwam van CDA-Kamerlid Anne Kuik: ‘Er ontstaat een beeld dat beeldvorming belangrijker was dan het leed van de ouders (in de toeslagenaffaire, red.).’

Het duurt niet lang meer of we worden met z’n allen aan het zicht onttrokken door al die beelden. De komende tijd ga ik, de koningsdagkoe indachtig, besteden aan het afstoffen van mijn blikken en het herijken van mijn kijk. Beeldvorming is een fascinerende machinerie, maar als het betekent dat je door de bomen het bos niet meer ziet, moet je er iets aan doen.

Meer over