De GidsVOlkskeuken

De Volkskeuken: Indonesische groenteschotel

De suggestie voor de dagelijkse dis van uw Volkskok. Vandaag: Indonesische groenteschotel met pittige pindasaus. Bijgerecht voor 4 personen

Pecel MadiunBeeld Pay-Uun Hiu

Pepers moet je proeven om te weten hoe ze scherp zijn, leerde ik bij mijn vegetarische kooklessen, want de ene peper is de andere niet. Niet alleen zijn er verschillende soorten, maar binnen elke soort varieert de pittigheid ook nog eens behoorlijk. Snijd de peper open, verwijder zaadjes en zaadlijsten, snijd een flintertje af en leg dat op uw tong. De ervaring vertelt u genoeg over de hoeveelheid die u zelf prettig vindt in het gerecht.

Handig om in je achterhoofd te houden bij De bijbel van de Indonesische keuken van Maureen Tan, die onlangs bij Carrera Culinair is verschenen. Daar staan dit soort tips weliswaar niet in, maar ze geeft wel een fraai overzicht van de keukens op verschillende eilanden, van Sumatra tot Papoea.

Erg lekker is de pecel uit Madiun, een soort gado gado, maar net iets anders. Voor het hele boek geldt dat een bezoek aan de Aziatische toko vrijwel onvermijdelijk is, daarom bij deze een variant met ingrediënten die bij een (grote) supermarkt verkrijgbaar zijn. Wat pepers betreft, ben ik een watje, ik vind 3 lomboks wel genoeg, maar wie heter beter vindt, kan ook de voorgeschreven lomboks (mild pittig tot pittig) en rawits (scherp tot venijnig heet) gebruiken.

Ingrediënten

3 teentjes knoflook, gesnipperd

1 sjalot, gesnipperd

5 lomboks, in fijne ringen

7 rawits, in fijne ringen

4 cm kentjoer of gember, geschild, gesnipperd

flinke snuf zout

250 g ongezouten vliespinda’s

scheut olie

2 à 3 eetl. palmsuiker

1 eetl. tamarinde, vermengd met 2 eetl. heet water

7 kaffirlimoenblaadjes, nerf verwijderd, in dunne reepjes

100 g sperziebonen, gehalveerd

100 g spitskool in reepjes

100 g taugé

200 g (water)spinazie

15 g (citroen)basilicum

Wrijf in een vijzel de knoflook, sjalot, pepers en kentjoer (of gember) met het zout tot een fijne boemboe en zet in een bakje opzij. Maal dan de pinda’s fijn. Dat kan in de vijzel, maar een blender is wel zo makkelijk, al is dat voor puristen vloeken in de kerk. Verhit wat olie in een wok op middelhoog vuur en fruit de boemboe ongeveer 5 minuten. Voeg de gemalen pinda’s toe met de palmsuiker, tamarinde, kaffirlimoenblad (djeroek poeroet) en 400 ml water. Breng de saus aan de kook, zet laag en laat nog ca. 5 min. zachtjes koken.

Breng ondertussen een pan met water aan de kook en blancheer daarin apart van elkaar de sperziebonen (2 min.), de spitskool (1 min.), de taugé (30 sec.) en de spinazie (30 sec.). Schep de groenten met een schuimspaan in een zeef of vergiet, spoel af met koud water en laat uitlekken. Verdeel de groenten op een platte schaal, strooi er de (citroen)basilicum over en serveer met de pindasaus. Lekker met rijst, gemarineerde en gebakken tempé, en pindakroepoek (rempejek).

Meer over