Zwerver met fitnesskaart

Ze hebben wel werk, maar geen dak boven hun hoofd - het overkomt een groeiend aantal mensen in Parijs en omstreken....

Met zijn bijna gemillimeterde haar, zijn energieke blik en zijn groteAdidas-sporttas ziet de 39-jarige Marc Joulain er bepaald niet uit als eenclochard. Eerder oogt hij als de gemiddelde bezoeker van een sportschool.In werkelijkheid blijkt hij allebei te zijn - hij is een zwerver met eenClubMedGym-kaart.

Joulain behoort tot een nieuwe, groeiende groep in Parijs: detravailleurs pauvres, arme werkenden - wel een baan, maar geen dak bovenhet hoofd. Hun inkomen is te laag om een woning te kunnen huren. In Parijsen omstreken is een huur van 600 euro per maand gebruikelijk - huisbazeneisen een maandinkomen dat drie tot vier keer hoger ligt, plus allerleigaranties. Ongeveer één op de drie daklozen behoort tot deze categorie - het cliché dat zwervers per definitie werkloos zijn, is aan correctietoe. Precieze cijfers over de omvang van de groep ontbreken, maar volgenshulporganisaties neemt het aantal werkenden onder daklozen toe.

In een brasserie nabij het Gare de Lyon vertelt Joulain bij een kopjethee hoe hij in de afgelopen jaren down and out is geraakt. Vier jaargeleden zag het daar nog geheel niet naar uit, de zoon van een Franse vaderen een Italiaanse moeder leidde toen nog een braaf, burgerlijk bestaan. Metzijn vriendin en hun zoontje bewoonde hij een appartement in eenvolksbuurt. Hij had een baan in de grafische sector, goed voor zo'n 1600euro per maand. Daarvan kon hij zich een auto, een motor en een jaarlijksevakantie bij zijn moeder in Italië permitteren. Vrienden had hijnauwelijks. 'Ik kende wat jongens van de sportschool, maar concentreerdeme verder volledig op mijn gezinsleven.' Het appartement had zijn vriendinvia haar werk verkregen. En stond dus op haar naam.

Mis ging het in 2002. Op een zomerse, regenachtige dag kreeg Joulaineen ongeluk met zijn motor. Zijn arm hing er als verlamd bij, hij zag zichtot thuiszitten veroordeeld. 'En dat terwijl ik hyperactief ben.' Zijnvriendin die manisch-depressief van aard was, kon er niet tegen. 'Ze noemdemij een blok aan haar been'. Eind december kwam daar het nieuws overheendat zijn grafische bedrijf de overgang naar het digitale tijdperk niet hadweten te maken en failliet was. 'Vanaf dat moment is de alcohol in mijnleven gekomen.'

Joulain dronk, dronk en dronk - en nam er op een dag in februari 2003ook nog pillen bij. 'Een zelfmoordpoging', zegt hij nu, zonder een spoorvan emotie. Zijn vriendin belde de politie, die hem op kwam halen en hem48 uur op het bureau hield ter ontnuchtering. Vervolgens bevond hij zichop straat; zijn vriendin wilde hem niet meer terug. 'Ze had de sloten vanhet appartement veranderd, ik was tot de straat veroordeeld.'

Twee jaar lang sliep Joulain in zijn auto, in kelders of inopvangcentra voor daklozen. Zijn werkloosheidsuitkering hield hem in leven,maar stelde hem ook in staat elke dag, van 's ochtends vroeg tot 's avondslaat, zwaar te drinken. 'Het was de zwartste periode in mijn bestaan.' Naanderhalf jaar had hij er genoeg van en vond hij de kracht zich bij eenafkickkliniek aan te melden. De kuur slaagde. Sinds februari drinkt hijgeen druppel meer en is hij weer aan het fitnessen. Hij trekt zijn groeneClubMedGym-kaart te voorschijn. 'Die heeft mijn leven gered', zegt hij metgrote stelligheid. Hij trekt zijn zwarte leren jack uit om zijnspierbundels te laten zien, het bewijs van vele trainingsuren.

Joulain heeft inmiddels een baantje gevonden. Daarmee verdient hij nunog geen duizend euro, maar zijn baas heeft hem een salaris van 1500 euroin het vooruitzicht gesteld. Nog niet genoeg om een woning te kunnen huren.Via Le Coeur des Haltes, een organisatie voor daklozen, heeft hij nutijdelijk een kamertje in een afbraakhotel voor 130 euro per maandgevonden. 'Het is niet zo slecht als de opvangcentra, waar je met vier ofzes man op een kamer ligt en waar je slaapt in lakens waarvan je niet weetwie er de vorige dag in heeft geslapen. Maar vies is het er wel. Mijnzoontje durf ik er niet te ontvangen.'

Volgens psychologe Marie-Laurence Butte is het verhaal van Joulain'typerend voor het lot van een travailleur pauvre'. Butte, een jonge,goedlachse vrouw, werkt voor Le Coeur des Haltes. Die organisatie helptzwervers niet alleen aan een bed, een douche en een maaltijd, maar wil henook het perspectief van een opleiding of een baan bieden. Het kantoor iseen sombere, neonverlichte ruimte op de begane grond van een loodgrijzeflat nabij het Gare de Lyon. Bij Butte melden zich dagelijks daklozen meten zonder werk, die aan de slag willen of van werk willen veranderen. Methen is altijd meer aan de hand dan alleen maar sociaal-economisch leed, zostelt Butte. 'Je ziet bij deze groep mensen altijd een combinatie vanpersoonlijke problemen. Ze hebben vaak psychische ziektebeelden of ze zijngevoelig voor verslavingen. Meestal hebben ze ook nauwelijks vrienden offamilie. Wanneer hun relatie misloopt, kunnen ze op niemand terugvallen.Staan ze eenmaal op straat, dan worden hun psychische problemen groter.Want het is zwaar om je daar staande te houden.'

In acht jaar hulpverlening heeft zij vooral het aantal jongeren onderde daklozen zien toenemen. 'Je hebt het dan over mensen tot 25 jaar die uitbescheiden milieus afkomstig zijn, vaak uit immigrantengezinnen, en geensteun van hun familie meer krijgen. Die passen helemaal niet in hetromantische cliché van de clochard dat veel mensen erop nahouden: iemanddie zich bewust buiten de maatschappij heeft geplaatst. Tegenwoordig zijnhet eerder mensen als u en ik, maar dan met veel persoonlijke problemen.'

Bij Stéphane Briard, de jonge directeur van Le Coeur des Haltes, wektde belangstelling die de media momenteel voor de 'arme werkenden' aan dedag leggen, milde irritatie op. 'Na de geslagen vrouwen is dit onderwerpnu kennelijk in de mode. De maatschappij geneert zich er opeens voor.' Hijvreest dat de belangstelling van zeer tijdelijke aard is. Rond dekerstdagen storten politici en media zich jaarlijks op de 'SDF's' (desans-domicile-fixe, mensen zonder vaste verblijfplaats). Dit jaar kozen demedia voor het thema van de werkende daklozen, in het voetspoor van premierDominique de Villepin. Die bezocht eind november een opvanghuis enverordonneerde dat alle werkenden in december een dak boven hun hoofdmoesten hebben. Daklozen zonder baan riskeren daardoor eerder op straat temoeten slapen, want de vraag overtreft in de wintermaanden altijd hetaanbod van circa 23 duizend bedden in Parijs en omstreken. Slapen op straatis niet zonder gevaar - een tiental zwervers is deze maand in Frankrijk aldoor onderkoeling op straat overleden.

'Die maatregel ten gunste van de arme werkenden is pure symboolpolitiekvan Villepin', meent Briard. 'Hij bekommert zich helemaal niet om de vraag,hoe die slaapplekken gevonden moeten worden, ten koste van wie dat gaat enwat er na de maand december met die mensen gebeurt. Het geloof in depolitiek wordt er door dit soort acties niet groter op.'

De combinatie van werk hebben en dakloos zijn, komt volgens hem ookdoor een positieve trend: bedrijven zijn er steeds minder afkerig van'SDF'ers' een kans te geven. 'Wij spreken bedrijven op hun maatschappelijkeverantwoordelijkheid aan en dat heeft regelmatig succes', zegt Briard. Vande circa 450 daklozen die zijn organisatie in 2004 heeft begeleid, kreegbijna de helft een baan of een opleiding.

In een zijstraatje van de chique Rue de Rivoli met zijn feestelijkeetalages drommen tientallen haveloze mannen en enkele vrouwen samen vooreen maaltijd, warmte en elkaars gezelschap in de Agora, het gebouw van decharitatieve vereniging Emmaüs.

In een snikheet kantoortje geeft Aziz Diop, een 41-jarigebestuurskundige van Afrikaanse afkomst, adviezen aan daklozen. Hij wil netover zijn werk vertellen, wanneer een breedgeschouderde Malinees bij hemhet kantoor binnenvalt. De man begint een lang verhaal over het'prinsessengedrag' van zijn vrouw. Die blijkt hem uit huis te hebbengewerkt en eist nu 3000 euro van haar man. Alleen dan wil zij erkennen dathij de vader is van hun net geboren zoon.

De man oogt wanhopig. Hij kan en wil geen 3000 euro betalen en weet nietwaar hij kan slapen, ook al verdient hij als uitsmijter bij een discotheek1800 euro per maand. 'En soms nog veel meer. Maar dit is het bedrag op mijnloonstrookje en daar kijken huisbazen naar.'

Kalm en geduldig op hem inpratend stelt Diop de man gerust. Wanneer hijis verdwenen, vraagt de hulpverlener zich hardop af of de uitsmijter weleen travailleur pauvre is. 'Hij zal soms meer verdienen dan ik', zegt Diop,die zelf in een voorstad woont. Niettemin voldoet de man aan de definitie,want hij heeft wel een baan, maar geen huis. 'Voor mij geeft het vooral aandat je het fenomeen van de arme werkende daklozen moet relativeren en inperspectief moet plaatsen. Kranten als Libération beschrijven het graaguitsluitend als een uitvloeisel van sociaal-economische neergang. Maar eris altijd meer aan de hand; het zijn mensen met familieproblemen, schulden,verslavingen. Je moet ervoor oppassen algemene conclusies over demaatschappij eraan te verbinden.'

Marc Jourdain hoopt dat hij in het nieuwe jaar wel weer een eigen dakboven zijn hoofd zal hebben. Een vriend van de sportschool stelde afgelopennajaar zijn zus aan hem voor. Sindsdien bloeit er iets moois. Omdat zij ookwerkt, zouden ze misschien iets kunnen vinden, dagdroomt Jourdain. Hijdurft er nauwelijks hardop over te spreken.

Liever heeft hij het over zijn nieuwe werk bij een restaurateur vantapijten. Die heeft hem als leerling in dienst genomen, ondanks zijnverleden als zwerver en alcoholist; de restaurateur, zelf een stevigeinnemer, vond dat geen bezwaar. Dus begeeft Jourdain zich nu dagelijks naarde mooiste appartementen om tapijten te herstellen. Dat hij zelf nog altijdvan daklozenopvang gebruik moet maken, deert hem niet. 'Ik werk iedere dagin paleizen', zegt hij met een tevreden glimlach.

Meer over