columnPeter de Waard

Zou het grote geldcircus in Zandvoort ook niet olympisch moeten worden?

null Beeld

Nadat de rechter in Haarlem dinsdag oordeelde dat de Grand Prix in Zandvoort mocht doorgaan, wreven niet alleen de fans van Max Verstappen zich in de handen. Ook de aandeelhouders van het op de Newyorkse Nasdaq genoteerde Liberty Media Formule One knikten instemmend.

De koers klom naar 45.69 dollar en is daarmee voor het eerst weer hoger dan voor de pandemie. De eigenaar van het race-circus is nu bijna 30 miljard dollar waard. De pandemie is voor de Formule 1 een tijdelijke dip geweest. Sinds de beursgang in 2016 is de koers van het aandeel met 144 procent gestegen. Beleggers maakt het weinig uit dat er nu een kaaskop – uit een land waar de autoindustrie beperkt was tot de fabricage van een truttenschudder met jarretelaandrijving – meedoet voor de wereldtitel.

De Formule 1 is het superlatief van een grootgeldsport. De kans om ooit in een F1-auto te mogen rijden, is voor een simpele ziel kleiner dan de kans om met een Engels volbloedpaard een polowedstrijd te spelen tegen een van de Windsor-telgen. Van de F1 wordt vanouds gezegd dat een klein fortuin valt te verdienen door een groot fortuin te investeren.

Volgens de autosportbladen spenderen topteams zoals Mercedes, Ferrari en Red Bull soms wel meer dan 400 miljoen dollar per seizoen aan research en constructie van de auto, de salarissen van de coureur, de monteurs en de hele logistiek. Met ingang van dit seizoen mogen ze niet meer dan 145 miljoen dollar uitgeven. Enerzijds moet hiermee het verlies aan inkomsten door de pandemie, zoals afgelaste races, worden gecompenseerd. Anderzijds wil de eigenaar niet dat de strijd tussen de rijkste en armste teams te ongelijk wordt. In totaal keert Liberty zo’n 700 miljoen dollar uit aan de tien teams die meedoen, gerelateerd aan de lengte van de deelname en de prestaties in de jaren daarvoor. Deze kosten worden terugverdiend met de inkomsten uit televisierechten – zo’n 600 miljoen dollar – en de rechten die steden moeten betalen om een race te mogen houden – ook 600 miljoen.

Gezien de wereldwijde populariteit zou Formule 1 net als skateboarden en golfsurfen een olympische sport moeten zijn. De vorige week overleden Jacques Rogge zei in 2012 als IOC-voorzitter er echter niet over te peinzen autosport als onderdeel toe te voegen. ‘Het concept van de Spelen is een competitie tussen atleten, niet tussen materialen. Daarom zal de sport niet worden toegevoegd aan het olympisch programma.’

Dat is een drogreden. Inmiddels zijn bij bijna alle sporten – van de bizarre wielerfietsen tot de zolen van atletiekschoenen – de materialen van groot belang. Zelfs de handboog waarmee Nederland zilver won, leek high-tech.

Het grote voordeel van een olympische F1-race was geweest dat Nederland er nog een gouden medaille bij had gehad. En de milieubeweging had de F1-race van Zandvoort graag ingeruild tegen een olympische F1-race. Dan had de rechter zijn tijd nuttiger kunnen besteden.

Meer over