Zorgt technologische vooruitgang voor einde van gevestigde banken?

Wat de crisis niet voor elkaar kreeg, brengt de technologische vooruitgang mogelijk alsnog teweeg: het einde van de traditionele banken. Hoe gaat de klant dat merken?

null Beeld Valerie Geelen
Beeld Valerie Geelen

Dreunende beats stijgen op uit het auditorium van Rabobank in Utrecht. Groene schijnwerpers schieten heen en weer over het podium, waar de gastheer van vanmiddag - lange haren, baard, geruit pak - het start-up-evangelie predikt. 'Ik zeg altijd: ceo zou moeten staan voor chief entrepreneurial officer!' Het publiek van enkele honderden bankiers knikt instemmend.

Op deze laatste woensdag van mei lijkt alles erop gericht om vooral níét op een bank te lijken. Het is dan ook 'Moonshot Demo Day'; het sluitstuk van een campagne waarbij Rabomedewerkers van hoog tot laag, van Zeeland tot Friesland, zijn uitgenodigd om met innovaties te komen. De uitverkoren teams gaan drie maanden weg uit hun vertrouwde bankkantoor, naar Amsterdam. Op die manier zijn de afgelopen tweeënhalf jaar al vierhonderd creatieve ideeën geopperd. Een tiental is inmiddels klaar voor gebruik, of nadert voltooiing. Zoals Tellow, een boekhoudapp voor zzp'ers. Over FarmBit, dat boeren kostbaar materieel van elkaar laat huren, wordt zelfs met een knipoog gesproken als 'de Uber van de agribusiness'.

Geen slechte tussenstand, vindt Bart Leurs, het kersverse hoofd 'fintech en innovatie' bij de bank. Maar belangrijker nog dan nieuwe producten vindt hij de cultuuromslag die dit teweegbrengt binnen Rabobank. 'Uiteindelijk hoop ik dat deze campagne helemaal niet meer nodig blijkt. Dat elke dag een moonshot is.'

Verdienmodel

Drie letters en één cijfer zijn verantwoordelijk voor deze plotselinge vernieuwingsdrang bij de traditionele grootbanken: PSD2. Deze Europese richtlijn gaat begin 2018 in. Zij verplicht banken om de data van hun rekeninghouders, zodra die daar toestemming voor geven, te delen met andere bedrijven. Dat zet de deur wagenwijd open voor slimme start-ups, 'fintech' genoemd. Met apps en andere handige diensten knabbelen zij aan het aloude verdienmodel van de banken.

Tot de bekendste voorbeelden behoren nu al Bunq (bank), BUX (beleggen) en bijBouwe (hypotheken). Onlangs werd bekend dat Adyen, de belangrijkste fintech-onderneming van Nederland, die achter de schermen onlinebetalingen afhandelt, een bankvergunning heeft gekregen. Ook de Zweedse concurrent Klarna mengt zich in het strijdgewoel. Tegen de Financial Times zei de topman van Klarna het 'Ryanair van de financiële branche' te willen worden. Geen poespas, wel lage kosten.

Daarmee dreigt de technologische disruptie alsnog voor elkaar te krijgen wat de crisis en de daaropvolgende volkswoede niet lukte: het einde van de gevestigde banken. Maar inmiddels kiezen die voor de vlucht naar voren. ABN Amro organiseert hackathons, Rabobank haar moonshots. ING, de grootste bank van Nederland, wordt zelfs tot ver over de grens geprezen als digitale koploper. 'Wij hebben de mentaliteit van de disruptor', stelde ceo Ralph Hamers onlangs strijdlustig. Overheerste aanvankelijk de angst, nu wordt de dreiging van de hippe start-ups steeds vaker gerelativeerd. Zoals Kees van Dijkhuizen, bestuursvoorzitter van ABN Amro, het vorig jaar samenvatte: 'Wij zien juist veel kleine fintech-bedrijven enthousiast op ons afstappen. Zij hebben een leuke app, maar wij hebben miljoenen klanten.'

Silicon Valley

De echt gevaarlijke concurrentie komt volgens Van Dijkhuizen van elders. Uit Silicon Valley, om precies te zijn. Het gonst van de wilde geruchten en voorspellingen over de plannen van Apple, Facebook en Google met het Europese betalingsverkeer. Ook een bedrijf als PayPal zou interesse hebben, net als het Chinese Alipay.

Reden genoeg voor Rabobank om niet stil te zitten. 'Twee jaar geleden dachten wij: holy shit, wij gaan disrupted worden', legt Bart Leurs uit voorafgaande aan de moonshot-middag. Hij moet wat luider praten om uit te komen boven het boren op Utrecht Centraal, hoorbaar tot in het Rabobank-hoofdkwartier. 'Dat blijkt wel mee te vallen. Maar als wij nu gaan zitten afwachten, zullen anderen in het gat springen. Het grootste deel van de bankzaken zal je in de toekomst verrichten via de telefoon in je binnenzak, in plaats van een bankkantoor.'

Nu al gebruikt ruim eenderde van de Nederlanders een mobiel-bankieren-app, blijkt uit een enquête die ING vrijdag presenteerde. Dat wordt nog veel meer. Leurs voorziet een strijd tussen twee verschillende verdienmodellen: 'Silicon Valley heeft niet de ambitie om een volwaardige bank met deposito's op te zetten. Het gaat deze bedrijven om de data die hiermee gemoeid zijn.' Bedrijven als Google halen hun inkomsten uit advertenties. Wat is er dan fijner dan dat zij, via onze betalingsgegevens, kunnen zien of we die schoenen-aanbieding ook daadwerkelijk gekocht hebben?

Minder kosten

De grote vraag is wat de klant hiervan gaat merken. In theorie is geen enkele activiteit van de banken veilig voor de nieuwe, hoogtechnologische concurrentie. Er zijn al digitale platforms waar huishoudens en bedrijven direct, 'peer 2 peer', leningen kunnen afsluiten bij investeerders met geld. Zonder dat daar een bank aan te pas komt. Maar de meeste nieuwkomers zullen zich naar verwachting storten op het betalingsverkeer. Dat kan in veel landen een stuk sneller en goedkoper.

Voor Nederland valt er vooral qua gebruikersgemak nog wel wat te winnen. Rabo-ceo Wiebe Draijer zei onlangs dat hij ervan uitgaat dat elke bank op dit moment werkt aan een app die de klant toegang geeft tot al zijn rekeninggegevens bij meerdere banken. En waarom dan, naast inzicht bieden in iemands uitgaven, niet ook bespaartips geven? 'We zien dat u meer uitgeeft aan energie dan de gemiddelde Nederlander, bij dit bedrijf betaalt u tien euro per maand minder' - dat idee.

Er is één bezwaar: heeft die Nederlander hier wel trek in? Toen ING drie jaar geleden klanten op basis van hun betaalgegevens gericht aanbiedingen wilde doen, bleek dat een brug te ver. Vertrouwen we diezelfde privacygevoelige informatie nu dan wel ineens toe aan andere bedrijven - uit Silicon Valley, China of wie weet waar nog meer?

Daar lijkt het niet op. Slechts 15 procent van de consumenten is bereid om, in ruil voor betere dienstverlening of een lagere prijs, toegang te verschaffen tot zijn betaaldata. Dat blijkt uit recent onderzoek van consultant Cap Gemini. Slechts 1 procent zegt op dit moment al diensten van een fintech-bedrijf te gebruiken.

De banken kunnen dus nog even rustig ademhalen. Want hoe groot tien jaar na de crisis de onvrede over hen ook blijft, meer dan negen op de tien Nederlanders geven aan niet van plan te zijn over te stappen.

4 handige apps

Tikkie: handige betaalapp

Na een gezellig avondje uit komt de onvermijdelijke rekening: wie betaalt? Of moet die arme ober zes aparte bonnetjes gaan uitdraaien? De gratis app Tikkie biedt uitkomst. Degene die voorschiet kan de rest van het gezelschap in een handomdraai een betaallink sturen. Deze dienst van ABN Amro heeft nu al ruim een half miljoen gebruikers in Nederland. Het enige wat je ervoor nodig heb, zijn een bankrekening en Whatsapp op je smartphone.

Peaks: beleggen met duppies

Nederlanders blijven ondanks de extreem lage rente wars van beleggen. Peaks (grootste geldschieter: Rabobank) gaat het binnenkort via ons wisselgeld proberen. Stel, je pint voor 2,60 euro een cappuccino. De app rondt dit automatisch af naar boven en investeert de extra 40 cent in een indexfonds met aandelen en obligaties. Voordeel: met al die kruimeltjes bij elkaar laat zich zonder pijn een kleine beleggingsportefeuille van een euro of 30 per maand opbouwen. Nadeel: dit is een relatief dure vorm van beleggen.

bijBouwe: digitale hypotheek

Voor banken was de aankoop van een huis altijd een van dé momenten in het leven van een klant waar ze bij willen zijn. Dan wordt er niet alleen veel geld geleend, een huizenkoper sluit bijvoorbeeld ook vaak allerlei extra verzekeringen af. Nieuwe digitale aanbieders als bijBouwe fietsen dwars door dat verdienmodel heen. Zij lenen het geld van pensioenfondsen, verzekeraars en andere grote beleggingsfondsen direct uit aan huizenkopers. En alles gaat online.

Yolt: app die op je centen let

Eén app voor al je verschillende bankrekeningen en creditcards: ING test het alvast uit in Groot-Brittannië. Yolt biedt niet alleen een financieel totaaloverzicht, het geeft ook extra informatie: waar je plotseling meer geld aan bent gaan uitgeven, of hoe lang het nog duurt tot het volgende salarisstrookje. Naar verwachting zullen andere banken en fintech-bedrijven, met de komst van PSD2, vanaf volgend jaar soortgelijke diensten aanbieden. En dan ook in Nederland.

Meer over