Zone-verkleining

De strippenkaart in prijs verhogen is één ding. Maar de busbedrijven hebben hun oog laten vallen op een aanvullende bron van inkomsten: het verschuiven van zonegrenzen....

DE ZONE-INDELING van Nederland is een potentiële goudmijn voor het openbaar vervoer. Als een kwart van de reizigers een stripje extra moet stempelen omdat de zonegrenzen wat verschoven zijn, levert dat al gauw 10 procent extra inkomsten op. In een tijd waarin bezuinigingen van de rijksoverheid gepaard gaan met meerjarenplannen om van bus- en trambedrijven normaal renderende ondernemingen te maken, is dat een uitkomst.

Mag dat dan zomaar? Nee. Om te beginnen gaan de busbedrijven niet over de zone-indeling. Verantwoordelijk is het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Maar dat ministerie kan ingaan op verzoeken die indeling te wijzigen. Die verzoeken moeten dan zijn ingediend door provincies of stadsgewesten en in de praktijk blijken die regionale overheden alleen in actie komen op verzoek van. . . juist, de busbedrijven.

Kan het dan toch zomaar? Vorig najaar zijn de zones in de drie noordelijke provincies verkleind. Op verzoek van VEONN, dat vond dat de zones in het noorden groter waren dan in de rest van Nederland, en dat een goede exploitatie van de lijnen op basis van de inkomsten uit de bestaande zone-indeling niet langer mogelijk zou zijn. Het ministerie was niet blij met de voorstellen tot wijziging, maar ze werden wel doorgevoerd.

Reizigersvereniging Rover verweerde zich tegen de zoneverkleining, maar zonder succes. 'Het klopt dat de zones in Noord-Nederland groter waren', zegt woordvoerder Kees Rotteveel, 'maar dat was niet zonder reden. In dunbevolkte gebieden moeten mensen veelal ook verder reizen dan in drukbevolkte regio's. Bovendien kunnen vervoersmaatschappijen in rustige gebieden veel efficiënter opereren, vooral omdat er minder congestie is'.

Dat het argument van VEONN is beloond - elders zijn de zones kleiner - doet het ergste vrezen. In Rotterdam bijvoorbeeld staat ook een zoneverkleining op het programma, met name van de zone Rotterdam-Centrum. Woordvoerder Bas Douma van de RET: 'Aan de kostenkant is wat ons betreft de spons uitgeknepen, wij kunnen niet meer bezuinigen. Dus kijken we nu naar de inkomsten, en dan zien we dat de centrumzone in Rotterdam onevenredig groot is, bijvoorbeeld vergeleken met Den Haag.'

Rotterdam vergelijkt zich dus met Den Haag. Maar wat als Den Haag zich met Maastricht gaat vergelijken? De Limburgse hoofdstad is in vier zones verdeeld, de Residentie in zes, terwijl er die laatste stad bijna vier keer zo veel inwoners heeft. Wat let de HTM er flink wat zones bij te eisen?

Ook steden als Eindhoven, Groningen en Tilburg zouden een voor de vervoersmaatschappijen winstgevend beroep kunnen doen op het recht op gelijke behandeling. Ze bestaan vrijwel geheel uit één zone, slechts een enkel nieuwbouwwijkje valt buiten dat uniforme tariefgebied. De tweehonderdduizend, 170 duizend en 165 duizend inwoners van die steden zijn nu tevreden, maar wat als hun busbedrijven straks de vergelijking met Amsterdam gaan maken? Goed, die stad is een keer of vier groter, maar het aantal zones is maar liefst het twaalfvoudige. Dus, zo kan er in de vijfde, zesde en zevende stad van Nederland worden gesteld, zijn twee of drie extra zones voor ons gebied wel op hun plaats. De zone-indeling van Nederland en de Nederlandse steden staat derhalve op losse schroeven en het is de vraag of burgers zich daartegen kunnen verweren. De verkapte tariefsverhogingen liggen overigens ook de vervoersmaatschappijen zelf zwaar op de maag. Douma (RET): 'Zo'n zoneverkleining kan ons net zo goed in de staart bijten. We proberen immers ook steeds meer reizigers te trekken. Het is vergelijkbaar met de discussie rond de minder rendabele lijnen: hou je ze aan, dan verlies je geld, hef je ze op, dan vervreemd je de reiziger van je. Het is kiezen uit twee kwaden.'

Rotteveel van reizigersvereniging Rover is benieuwd naar de effecten van de zoneverkleining in het noorden. 'We moeten straks in mei de nieuwe dienstregeling goed vergelijken met de oude, om te zien of de argumenten van de provincies stand houden. Ze zeggen dat de zoneverkleining nodig was om de dienstregeling op peil te kunnen houden. Als ze dat niet lukt, als er toch weer lijnen en diensten sneuvelen, vrees ik dat de reiziger zich beduveld zal voelen.'

Overigens weet ook vervoersmaatschappij VEONN nog niet wat de (financiële) resultaten zijn van de zoneverkleining. Pas in juni zijn er cijfers bekend over het vierde kwartaal van vorig jaar. 'Ja, zo traag gaat dat', weet Rotteveel, 'maar dat wil niet zeggen dat de reiziger daarvan de dupe moet worden'.

Meer over