Winnaar en verliezerWiebe Draijer en Christine Lagarde

Zondebokken van de kredietcrisis en geloofwaardigheidsprobleem Lagarde

Een portret van Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter van de Rabobank.Beeld Robin van Lonkhuijsen / ANP

Wiebe Draijer - Rabobank

Meer goedheid dan paus van Rome

Twaalf jaar geleden durfden ze op verjaardagsfeestjes en partijtjes bijna hun beroep niet te noemen uit angst meteen de volle laag te krijgen. Bankiers waren de zondebokken van de kredietcrisis. Hun testosteron en hebzucht was de oorzaak. En dat werd ze van alle kanten ingewreven, zoals door de toneelgroep De Verleiders in het toneelstuk Door de bank genomen.

Nu lopen ze met de borst vooruit. ‘In 2008 waren we onderdeel van het probleem. Nu zijn we onderdeel van de oplossing’, riep Wiebe Draijer, de baas van de Rabobank. Banken nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ze strijken over het hart als mensen in deze crisis hun kredieten niet meer kunnen aflossen. Kleine ondernemers krijgen een half jaar respijt. Zelfs de paus van Rome heeft nog niet zoveel goedheid en troost naar de wereld uitgestraald als Wiebe Draijer van de Rabobank en Kees van Dijkhuizen van ABN Amro.

De crisis geeft de bankiers een kans hun imago op te poetsen en dat laten ze zich geen twee keer zeggen. Het zal de winstcijfers waarschijnlijk drukken, maar ze kunnen een stootje hebben. Rabobank verdiende vorig jaar 2,2 miljard euro. En voordat de banken in de verliezen raken, zullen heel veel ondernemingen al bankroet zijn gegaan.

En Draijer heeft altijd een stok achter de hand. Als de bank omvalt wordt die door de staat gered.

Christine Lagarde, voorzitter van de Europese Centrale Bank.Beeld Getty Images

Christine Lagarde - ECB-president

Na vuurdoop al geloofwaardigheidsprobleem

Het werd haar vuurdoop genoemd. Christine Lagarde, die op 1 november vorig jaar Mario Draghi opvolgde als president van de Europese Centrale Bank (ECB), moest in deze crisis het voortouw nemen in navolging van de bazen van de Fed in de VS, Bank of England en Bank of Japan. De Fed gooide er meteen een big bazooka tegenaan: 1,5 procentpunt renteverlaging en een nieuw opkoopprogramma van obligaties voor 700 miljard dollar.

De maatregelen van de ECB staken daar schril bij af. Tijdens de bijeenkomst van het hoogste bestuurscomité, de governing council, op 12 maart kondigde de ECB alleen een opkoopprogramma van 120 miljard euro aan. Renteverlagingen zouden geen zin hebben. De ECB zou niet tot het gaatje gaan. ‘Ik ben geen Draghi’, zo zei Lagarde. En ze oogstte lof, zij het dat dit door de beurs niet in dank werd afgenomen.

Maar deze week verklaarde ze dat de ECB ‘geen limiet’ had bij de toewijding aan de euro. Dat klonk als een echo van Draghi. Tegelijkertijd presenteerde ze het Pandemic Emergency Purchase Programme – een opkoopprogramma van 750 miljard euro, bovenop de 20 miljard die de ECB al maandelijks opkoopt en de 120 miljard extra. Dat betekent dat er opnieuw een biljoen aan obligaties op de balans van de ECB bijkomt. Lagarde heeft nu al een geloofwaardigheidsprobleem.

Meer over