Zoek het pensioengat

Vanaf 2001 is sparen voor een aanvullend pensioen alleen nog fiscaal gunstig als er sprake is van een 'pensioengat'. Het is dus onvermijdelijk om er achter te komen of u tot de gelukkigen behoort....

1. Een dringend gevoelde behoefte tot weten is noodzakelijk: hoe groot is het pensioen dat ik nu aan het opbouwen ben? Haal ik met mijn huidige regelingen 70 procent van mijn laatstverdiende loon of ga ik daar misschien overheen? Heb ik 'te veel' koopsompolissen aangeschaft? Hoeveel is het als ik vijf jaar eerder stop met werken? Waar kan ik op rekenen met die aandelen en wat is er gebeurd met de pensioenrestjes uit het (arbeids)verleden?

2. Onderneem een tocht door het huis. Verzamel alle papieren die betrekking hebben op sparen: mededelingen en overzichten van pensioenaanspraken en verzekeraars en polissen van spaar- en beleggingsproducten. Doorzoek desgewenst ook de papierhandel van de eventuele partner.

3. Omschrijf het doel van de inventarisatie. Suggestie: inzicht krijgen in de inkomsten vanaf het moment dat u en/of uw eventuele partner geen of minder inkomsten uit werk zal hebben. Een handig middel is zelf een tabel maken. Van boven naar beneden vermeldt u uw toekomstige leeftijden, te beginnen bij de leeftijd waarop de eerste van de genoemde veranderingen plaats zal vinden. Van links naar rechts komen de verschillende soorten inkomsten te staan: werk, AOW, aanvullend pensioen, lijfrente(n) en andere inkomsten.

4. Om de vragen die de tabel stelt (al die lege hokjes) goed te kunnen beantwoorden, is vaak meer informatie nodig dan uit de verzamelde papierhandel te destilleren is. Zo vermeldt een pensioenoverzicht veelal het tot dan toe opgebouwde pensioen (leuk om te weten maar meer niet) en het vanaf 65 jaar te genieten pensioen. Maar wat als ik vijf jaar eerder ophoud met werken?

Bellen dus, naar het nummer op de betreffende opgave. En verwacht niet direct antwoord, want dit soort gegevens hebben de meeste informatiesystemen van pensioenfondsen niet zonder meer paraat. Genoteerd antwoord: 'Dat wordt een puur handmatige berekening, meneer!'

5. Ander probleem: bij een privé gespaarde pensioenaanvulling bij bank of verzekeraar wordt veelal volstaan met het vermelden van het kapitaal waarvan men op 65-jarige verzekerd is. Daarvan schaft men zich te zijner tijd een lijfrente aan, maar hoe hoog is die uitkering? Daarvan kan de bankmedewerkster ('Ik bel u over een kwartiertje terug') alleen een indicatie geven, want gemiddeld een procent meer rente dan de rekenrente van drie procent kan al enkele honderden guldens per maand schelen.

6. Alle flexibiliteit en reparatiewetgeving ten spijt is een pensioenbreuk nog niet altijd te lijmen. De betrokken pensioenfondsen of verzekeraars moeten namelijk voldoen aan de Pensioen- en spaarfondsenwet en niet alle aanbieders van pensioenproducten doen dat. De individuele polis bij een verzekeraar is dus niet in alle gevallen te spekken met de pensioentjes die bij eerdere werkgevers zijn opgebouwd. Bewaren tot 2024 dus, die papieren.

Zijn het hele kleine beetjes, dan vallen ze overigens onder een afkoopregeling. Bedraagt de jaarlijkse uitkering minder dan zo'n 600 gulden, dan zal het pensioen in een uitkering ineens worden omgezet. De vraag hoeveel die uitkering (bij 65 jaar) zal bedragen is wederom goed voor gepieker bij pensioenfondsmedewerkers. 'Ongeveer tien keer het jaarbedrag', klinkt het na veel ruggespraak.

7. Breuken die wel voor lijm in aanmerking komen, moeten worden gemeld bij het 'nieuwe' pensioenfonds. Dat neemt dan contact op met het 'oude' pensioenfonds om de zaken te regelen, al dan niet na het invullen van formulieren door de pensioengerechtigde. De kosten van overdracht lijken hoog, maar het voordeel is dat de oude aanspraken nu meegroeien met het loon. Blijven ze achter, dan zit er niet meer in dan indexering.

8. Staan de regelingen op een rijtje, dan kan de tabel worden ingevuld. Op ruitjespapier, in een spreadsheet op de computer of in een speciaal daarvoor ontworpen computerprogrammaatje dat financiële adviseurs verkopen of uitdelen ('Pensioen Manager', 'Pensioen Disk', 'Pensioen Plan' etc.). Kies voor de AOW voor het gemak de actuele bedragen. Per 1 juli is dat voor alleenstaanden iets meer dan 1700 gulden bruto per maand, voor gehuwden 1175 gulden per persoon.

9. Tel in de laatste kolom van de tabel voor elke leeftijd de inkomsten bij elkaar op. Een voorbeeld van het resultaat: op uw 55ste komt er elke maand 6700 gulden bruto per maand binnen, vanaf uw 58ste jaar 4900 gulden (uw vrouw is opgehouden met werken), vanaf uw 60ste 5500 gulden (koopsompolissen gaan uitkeren), vanaf uw 65ste 3300 gulden (opgehouden met werken, AOW en pensioen gaan in), vanaf uw 68ste 3900 gulden (uw vrouw ontvangt ook AOW).

De echte liefhebber van koffiedik-kijken gaat vervolgens beoordelen of een en ander 'genoeg' is. Maak een schatting van de uitgaven vanaf (in dit geval) uw 55ste jaar en trek ze af van de geïnventariseerde inkomsten. Op basis van de tekorten die daar mogelijk uit blijken, kunnen bij verzekeraars offertes worden aangevraagd voor aanvullende regelingen.

In het cijfervoorbeeld is er 'fiscaal vriendelijk' nog ruimte voor een aanvulling van het maandelijkse inkomen van een kleine 300 gulden. Met een laatstverdiend loon van 5100 gulden 'mag' het inkomen na het pensioen immers 3570 gulden bedragen.

Meer over