columnpeter de waard

Zijn er geen mannen die zichzelf ‘een zesje’ vinden?

Peter de Waard artikel Beeld vk
Peter de Waard artikelBeeld vk
Peter de Waard

Als dochter van een melkboer moet iemand zich al gauw een zesje voelen in een milieu waar mannen met vele vinkjes nooit aan zichzelf twijfelen. In 2012 kreeg Lilianne Ploumen in het tweede kabinet-Rutte de ondankbare ministerspost Ontwikkelingshandel in de maag gesplitst. In haar rol van minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zoals de post officieel heette, moest ze de ene week prins Bernhard en de andere Jan Pronk spelen.

Als minister voor Buitenlandse Handel reisde ze in een paars mantelpak met een handelsdelegatie vol bigshots van Heineken, Boskalis en Shell naar een oliestaat of een Aziatische tijger. Ze hoorde geduldig aan hoe de in een vijfsterrenhotel verblijvende handelsdelegatie klaagde over de linkse actievoerders van de ontwikkelingssamenwerking die hun klanten wegjoegen.

In de rol van bewindsvrouw van Ontwikkelingssamenwerking toerde ze in een aftandse jeep langs hutten in Afrika in een gevolg van grenzeloze artsen en ontwikkelingswerkers in Che Guevara-shirts. Hier werd juist geklaagd over de multinationals van de buitenlandse handel die de grondstoffen voor een appel en een ei weghaalden.

Het was een schier onmogelijke taak. De ministerspost was een soort neoliberaal ideetje om van ontwikkelingshulp een eigen belang te maken. Onder het motto Trade not Aid – of Hulp is Passé, de Handel is de Toekomst – werd de publieke taak geprivatiseerd. En passant kon Rutte II hiermee de wind uit de zeilen nemen van mensen als Wilders, die ontwikkelingshulp sowieso geldverspilling vinden.

Ploumen deed het met grote bevlogenheid. Maar haar partij kwam niet terug in het kabinet. Misschien bleef ze verweesd achter, een gespleten politicus die een PvdA-hart combineerde met een VVD-verstand.

En dat is haar achilleshiel geworden. Ze geeft zichzelf in haar rol als PvdA-leider slechts ‘een zesje’, terwijl de partij in haar ogen een acht of een negen nodig heeft. ‘Ik vind dat ik wat ik moet doen niet goed genoeg kan’, zei ze dinsdag toen ze bekendmaakte op te stappen. Dat was de dapperste politieke uitspraak van het jaar. Zoiets zullen mannen zelden van zichzelf zeggen. En dat is niet omdat ze er geen reden toe hebben. Integendeel. Wopke Hoekstra is als minister niet eens ‘een drietje’, maar hij moddert nu voort op Buitenlandse Zaken nadat hij eerst Sinterklaas heeft gespeeld op Financiën. Hugo de Jonge is ook met geen stok weg te krijgen. En Mark Rutte zal mogelijk in 2035 het kabinet-Rutte XII mogen formeren.

Mannelijke ceo’s geven zelden de pijp aan Maarten, ook als ze opzichtig in de fout gaan met vette bonussen in slechte tijden of met grote schadeclaims vanwege foute slaapapneu-apparatuur. En op het Media Park, waar iedere man zichzelf minimaal een acht vindt, is het al helemaal uitgesloten er ooit zelf onder het motto ‘niet goed genoeg’ een punt achter te zetten. Daar schakelt elke presentator zichzelf probleemloos om van een prins Bernhard in een Jan Pronk om maar op de buis te blijven.

In haar vertrek is Lilianne Ploumen een tien.

Meer over