Zalm heeft een argumententekort

Nu na vijfentwintig jaar de rijksbegroting weer in evenwicht dreigt te geraken, verdringen linksige politici elkaar om als eerste te roepen dat de overheidsuitgaven moeten worden verhoogd....

De vraag is: Wie dient de heren van repliek? En met welke argumenten?

De rolverdeling in Nederland schrijft voor dat de minister van Financiën de boodschapper is van het slechte nieuws dat het uitgeven van extra geld onverstandig, ongegrond en onrechtvaardig is. Gerrit Zalm, de huidige minister van Financiën, heeft deze plicht rond Prinsjesdag ernstig verzaakt.

Dit roept de vraag op: hebben die linke politici soms gelijk? Zijn er dan geen argumenten meer om de hand op de knip te houden?

Jawel hoor, en aardig genoeg concentreren die argumenten zich op rechtvaardigheid en inkomensverdeling - twee thema's die linkse politici aantrekkelijk zouden moeten vinden.

Zalm heeft deze week drie wapens gebruikt om aanslagen op zijn begroting te voorkomen. Het eerste is een publicitair flauwigheidje: ambtenaren van Financiën is dringend verzocht het woord begrotingsoverschot niet in de mond te nemen; een overschot heet op Financiën een 'negatief begrotingtekort'. Dat klinkt namelijk aanmerkelijk minder florissant.

Het tweede wapen is, laten we zeggen, creatief onderhandelen. Stond in het concept van de Macro Economische Verkenningen van het onafhankelijke Centraal Planbureau nog te lezen dat het begrotingstekort volgend jaar daalt naar 0,2 procent, de eindversie meldt een tekort van 0,5 procent. Dat scheelt. Rara hoe kan dat?

Nou, zegt Zalm hierover in een vraaggesprek met Het Financieele Dagblad: 'Toen ik nog directeur van het Planbureau was, had ik het adagium dat zelfs een minister af en toe een verstandige opmerking kan maken. Het CPB heeft een groot risico genomen. Het ergste wat het CPB kan gebeuren is dat politici achteraf gelijk krijgen.' Zalm heeft zijn opvolger bij het CPB, Henk Don, blijkbaar overtuigd van zijn sombere gelijk.

Het derde wapen is het vastklinken van het huidige begrotingsbeleid, dat is vastgelegd in het regeerakkoord tussen PvdA, VVD en D66, aan zijn portefeuille: 'Het zijn mijn arbeidsvoorwaarden', zei hij in een vraaggesprek met de Volkskrant. 'Ik heb mijn handtekening onder dat regeerakkoord gezet.'

Te vrezen valt dat een publicitair handigheidje, een goed onderhandelingsresultaat met het CPB en het wapperen met de portefeuille volstrekt onvoldoende zijn om de linksige drang tot het vergroten van de uitgaven te beteugelen. Nu het financieringstekort is verdwenen, heeft Zalm een argumententekort.

Je hoeft geen Sweder van Wijnbergen te zijn - dat wil zeggen: superslim, eigenwijs, zonder aanzien des ministers - om te zien dat een nieuwe zuinigheids-argumentatie zich moet richten op de staatsschuld.

De staatsschuldquote - de schuld als percentage van het nationaal inkomen - is de afgelopen jaren spectaculair gedaald: van bijna 80 naar dik 60 procent. Het inkomen groeit sneller dan de schuld.

De schuld zelf, viel deze week te lezen, stijgt echter nog steeds en beloopt op dit moment een slordige zeshonderd miljard gulden. De vraag die Zalm hardop moet stellen luidt: moet die schuld worden afgelost? Luidt het antwoord bevestigend, dan is het verstandig een ruim 'negatief tekort' na te streven. Luidt het ontkennend, dan mogen Melkert, De Graaf en Rosenmöller leuke dingen bedenken voor de mensen.

Bedenk bij het formuleren van het antwoord eerst na over het karakter van de staatsschuld. Die schuld is goedbeschouwd belastingachterstand: omdat in het verleden, gegeven de uitgaven, te weinig belasting is betaald, is de schuld onstaan, waardoor in de toekomst, gegeven de uitgaven, extra belasting moet worden afgedragen. Anders gesteld: het is een belastingschuld waarmee de ene generatie de volgende generatie opzadelt. Wat u zegt, niet eerlijk.

De staatsschuld is natuurlijk maar een van de overdrachten tussen generaties. Het is mogelijk - en een aantal Nederlandse economen heeft dat ook gedaan, onder wie trouwens een econoom van Financiën - om uit te rekenen hoe het profijt van de overheid over de generaties is verdeeld.

In dit soort studies worden de lasten (belastingen en premies) voor elke generatie vergeleken met de lusten (uitkeringen, consumptie van bijvoorbeeld zorg). De conclusie van deze studies is: het netto profijt van de overheid is zeer ongelijk verdeeld tussen generaties. Erik Jan van Kempen van Financiën concludeerde bijvoorbeeld in ESB in 1996 dat de generaties die in 1995 tussen de twintig en zestig jaar oud waren per saldo netto betalers zijn; de jongsten en oudsten zijn netto profiteurs.

De staatsschuld is een prachtig instrument om de herverdeling tussen generaties rechter te trekken. Dat concludeerde niet alleen Van Kempen: 'Reductie van de overheidsschuld blijkt de solidariteitsbalans voor de jongere generaties aanzienlijk te verbeteren.' Maar dit concluderen bijvoorbeeld ook Lans Bovenberg en Harry ter Rele in 1997, destijds beide CPB'ers. 'Wel is reductie van de overheidsschuld nodig', schrijven zij.

De rechtvaardigheid van de inkomensverdeling tussen generaties - dat zou dus het nieuwe argument kunnen zijn om sober te blijven met de overheidsfinanciën. Het is - vrolijk toch? - een argument dat vooral linkse politici moet aantrekken.

Het is aan Zalm, de VVD'er, om deze discussie te entameren. Hiermee kan hij dan revanche nemen voor zijn teleurstellende optreden rond Prinsjesdag.

Meer over