Zaaien in september

NIET ALLEEN de boer moet leven met de seizoenen. Ook de belegger mag de stand van de zon niet verontachtzamen....

Dat is braakliggend terrein voor analisten, dachten de effectenonderzoekers bij Nationale Investeringsbank (NIB). Het is kortom hoog tijd voor feitelijk onderzoek dat de bezweringsformules van de beurshandelaren moet onderbouwen, of juist onderuit moet halen.

De kreten van de beursvloer, die veel weg hebben van spreuken uit de Enkhuizer Almanak, luiden onder andere: 'Sell in May and go away, but remember to come back in September'. Ook zou januari een veilige belegging zijn. Natuurlijk is er de angst voor krachmaand oktober, en wat te denken van de strandhausse?

Om te onderzoeken welk van de spreuken het dichtst bij de werkelijkheid staat, vergeleek NIB jarenlange slotstanden van de CBS-all share index van de Amsterdamse beurs - dus niet de AEX-index van slechts 25 fondsen.

Vanaf 1974 legden ze elke maandelijkse koersverandering vast in een computerprogramma, en ziedaar: de veruit grootste gemiddelde koersstijging vindt plaats in de maand januari, een gemiddeld rendement van 4,3 procent. September is de slechtste maand, een rendement van minus 2 procent. Maart en april zijn ook goede maanden met respectievelijke koersstijgingen van 2,9 en 2,7 procent.

Zo beschouwd is de belegger die in september zaait en in mei oogst ('Sell in May and come back in September'), zo gek nog niet. Immers, de koersen zijn in september relatief laag en in april relatief hoog.

De afgelopen tweeënhalve decennia kenden echter ook uitschieters, zoals de oktoberkrach uit 1987 en de januarihausses van 1975 en 1984. Zou je deze excessen buiten beschouwing laten, dan blijft januari echter verreweg de aantrekkelijkste beursmaand, opnieuw gevolgd door maart en april. September scoort opnieuw het slechtst.

Voor mekaar? Boekje in elkaar steken en presenteren aan beleggers? Niet bij NIB. Nu ze de set gegevens toch in de computer hadden zitten, gingen ze nog even door. Grote beleggers - ofwel de klanten van de zakenbank - kijken immers ook naar het risico dat ze lopen. De gemiddelde koersstijging in januari mag dan groot zijn, maar als het risico op koersdaling eveneens groot is, dan is het toch een onverstandige belegging. Met opties moet je ook voorzichtig zijn, nietwaar.

En inderdaad blijkt dat januari een volatiele maand is. Een flinke stijging in het ene jaar wordt afgewisseld met een daling in het andere. April daarentegen lijkt een veel gelijkmatiger maand. De kans op koersstijging gecombineerd met gering risico blijkt dan ook het grootst in april, voor januari. Niettemin blijft gelden: wegwezen in mei.

En nog waren ze niet uitgerekend bij NIB. Een belegger investeert immers niet per maand, maar per dag. Zelfs de meest doorgewinterde lange termijn-belegger wil de oogst binnen een etmaal binnenhalen als een plotseling koufront opdoemt. 'Als je namens een ander geld beheert, zoals pensioenfondsen doen, dan is er altijd kans dat je snel moet verkopen', aldus Gert Jochems, één van de drie onderzoekers.

Wilde koersbewegingen blijken dan in de maand april veel vaker voor te komen dan in de maand januari. En zo is de eindconclusie dat januari toch de beste beleggingsmaand is, met april als goede tweede en maart als derde. Na een dipje in mei volgen vervolgens nog goede maanden in juni en juli.

NIB zal de uitkomst van zijn onderzoek woensdag uiteenzetten aan een keur van pensioenfondsen die samen vele honderden miljarden guldens op de Amsterdamse beurs hebben uitstaan. Moeten deze hun investeringsbeleid voortaan afstemmen op de statistieken van NIB?

Dat zou beleggen wel erg gemakkelijk maken, merkt Leo Lueb op, directeur van het effectenbedrijf van de bank. Maar sommige beleggers hebben geen keus. Zij moeten aandelen kopen, en zij weten ook al welke. Zij weten alleen niet wanneer ze moeten kopen. 'En dan is dit onderzoek erg handig.' Dus: 'Sell in July and come back in September'. Augustus is strandmaand.

Meer over