Zaad voor zesendertig vrouwen

Favoriete halte voor behoeftige innemers, rustpunt voor harde werkers, hoopvolle omgeving voor prille liefdes: het café brengt de wereld op een paar vierkante meter samen....

Weet je wat wenselijk zou zijn? Als iedereen precies wist waar hij vandaan kwam.

Daar moest ik opeens aan denken, toen ik laatst in het café een praatje maakte met een of andere snijboon of snoeshaan die beweerde dat hij liefst zesendertig kinderen had, waarvan hij er geeneen kende.

'Geeneen van de zesendertig?', vroeg ik. Ik was er tamelijk verbaasd over, en daarom vroeg ik het nog een keer, om er zeker van te zijn dat mijn oren mij niet bedrogen. Want ik ben geen ongelovige pias of zo, maar je hoeft nu ook weer niet elk verhaal als zoete koek te slikken.

Die man liet er in woord en gebaar geen twijfel over bestaan dat ik het goed gehoord had, en daar begon hij het opvallendste verhaal te vertellen dat ik in vele jaren gehoord heb.

Het kwam er goedbeschouwd op neer, dat hij mij iets vertelde wat ik eigenijk allang wist, alleen op zo'n manier, dat het wel leek alsof ik het nu voor het eerst hoorde. En daaruit bleek, dat hij niet alleen een schurk was, maar ook een aardige verteller die er niet omheen draait.

Maar voordat ik verder ga, wil ik eerst even een wijsgerige opmerking maken. Niet dat ik nu zo'n perfecte wijsgeer ben, maar het is wel zo, dat ik sinds mijn achttiende ongeveer dertig boeken per jaar heb gelezen, wat neerkomt op 660 stuks in totaal.

En dat lijkt misschien niet zo heel veel als je zuiver en alleen naar het getal kijkt, maar als je naar de titels kijkt, dan ziet het er al heel wat indrukwekkender uit, al moet ik er bij vermelden dat ik niet alles van begin tot eind heb uitgelezen, omdat sommige boeken zo saai en taai waren dat ik er depressief van werd.

Ik denk trouwens dat ik die wijsgerige opmerking maar achterwege laat, anders kom ik niet meer toe aan het ongelooflijke verhaal van de man in het café en zijn zesendertig kinderen. De opmerking houden jullie wel tegoed, want het is een hele goeie.

Hij was zonder meer knap om te zien, die man, en hij hield kennelijk ook erg veel van de vrouwen, want hij vertelde dat hij zich het hiernamaals voorstelde als een plaats waar allemaal blote meisjes van zestien rondhuppelen, die het helemaal niet erg vinden als je aan ze zit.

Ik gaf hem het ene glas spraakwater na het andere, om ervoor te zorgen dat hij niet ophield met praten, en toen vertelde hij dat hij gedurende een bepaalde periode in zijn leven elke maand zijn zaad naar een soort laboratorium had gebracht.

In plaats van het in de gootsteen te spuiten, of in de wc, of op de grond, of in een vrouw 'waar het tenslotte hoort', spoot hij zijn zaad in een handig potje om zaad in te bewaren, waarna hij er een rubberen dop of een kurk op deed en zo snel als hij kon naar het laboratorium fietste, met het zaad in de binnenzak van zijn colbert.

Hij moest er binnen een half uur zijn, dus uiterlijk een half uur nadat het zaad uit hem gekomen was, anders was het zaad dood en dan kon hij weer helemaal opnieuw beginnen. Bij het laboratorium aangekomen gaf hij het zaad onmiddellijk aan een vrouw, die het vliegensvlug in een grote koeldoos stopte.

Voor de bezigheid van het aan zijn geslachtsdeel rukken gebruikte hij trouwens meerdere malen de Catalaanse uitdrukking 'vijf tegen de kale', wat ik erg grappig vond. Ik zag het echt voor me.

Omdat hij vlakbij het laboratorium woonde, hoefde hij dat werkje niet ter plekke op te knappen, maar mocht hij het thuis doen, wat veel gemakkelijker en prettiger is, aangezien er dan niemand op je vingers zit te kijken.

Toen vroeg ik aan hem hoe hij kon weten dat hij zesendertig kinderen had voortgebracht, en hij antwoordde:

'Het is zesendertig keer gelukt.'

'Wat is er gelukt?', vroeg ik.

'Mijn zaad heeft zesendertig keer een vrouw bevrucht.'

Goede God, dacht ik, mijn zaad heeft nog geen enkele vrouw bevrucht!

En daarna dacht ik: het zou wenselijk zijn als iedereen precies wist waar hij vandaan kwam.

Want dat wij niet weten wat de toekomst brengt, daar zijn we aan gewend, maar als ook het verleden onbekend is, dan hebben wij aan beide uiteinden geen houvast en zweven wij door de wereld als een blaadje over afgronden.

Meer over