columnpeter de waard

Winnen eco-modernisten door de gascrisis de strijd voor kernenergie in Nederland?

null Beeld

Ze lijken op Jehova’s getuigen die de Bijbel afzweren en het religieus atheïsme (geloven in ‘meer’ maar geen God) zijn gaan aanhangen. Klimaatactivisten die met religieus fanatisme strijden tegen de opwarming van de aarde en de inzet van fossiele brandstoffen, maar daarbij vurig voorstander zijn van de inzet van kernenergie.

Ze zijn volgers van de stroming van het zogenoemde eco-modernisme. Ze maken zich ­ongerust over de klimaatveranderingen door menselijk toedoen, maar denken dat die met menselijk vernuft ook kunnen worden aangepakt. Bij demonstraties dragen ze borden mee het opschriften als I love nucleair.

Ze denken dat alleen met wind- en zonneparken de doelstelling van een CO2-vrije wereld in 2050 niet te halen is, laat staan de CO2-uitstoot in 2030 al met 40 procent te hebben teruggedrongen. De verduurzaming is daarvoor te stroperig ­– geen windmolen in mijn achtertuin en geen zonnepark in dat natuurgebied­ – en zal alleen in kleine stapjes gaan.

De afgelopen weken is hoe dan ook duidelijk geworden dat de wereld vooralsnog niet zonder olie en gas kan. Iedereen smeekt inmiddels Poetin op zijn knietjes meer gas te gaan leveren, omdat anders een strenge winter in de armere wijken dezelfde fatale gevolgen zal hebben als de pandemie. En hoewel elektrische auto’s in gebruik al niet duurder zijn dan benzine-auto’s is het land in rep en roer over de benzineprijs.

De kernenergielobby ruikt haar kans. Deze week koos Frankrijk ondanks de twijfels van president Macron voor de bouw van drie nieuwe kleine kerncentrales, zodat het zich ­direct op de borst kan kloppen als land dat op schema zit met de doelstelling van Parijs. Ook Groot-Brittannië en bijna alle landen in Oost- en Noord-Europa (vooral de landen met relatief weinig zon en wind zoals Finland en de Baltische republieken) lijken kernenergie te om­armen. Kernenergie is riskant, maar twee graden opwarming is nog riskanter.

Daartegenover staan de landen die kernenergie afwijzen, zoals Duitsland, en de landen die het niet weten zoals Nederland, en als vluchtweg kiezen voor het doen van steeds weer nieuwe onderzoeken. De komende tijd zal de strijd losbarsten als de EU moet besluiten of kernenergie als groen kan worden geclassificeerd waardoor het aantrekkelijk wordt voor beleggers.

Duidelijk is allang dat de bouw van kerncentrales heel veel tijd kost ­– soms 15 jaar ­–, heel duur is en dat het veel rommel met zich mee brengt (afval en ontmanteling). En hoewel kernenergie relatief veilig is, zijn de gevolgen als het toch mis gaat (Tsjernobyl en Fukushima) enorm.

Het zou veel verstandiger zijn te hopen dat het menselijk vernuft de echt duurzame bronnen (wind en zon) tot 2050 beter kan benutten en ook weersonafhankelijker kan maken. Tot nu kijkt Nederland de kat uit de boom. Het land is niet meer bijbelvast, maar laat zich ook niet bekeren.

Meer over