Windmolens komen uit buitenland

Nog ruim twee jaar en dan zal Urk niet langer bekend staan als het pittoreske vissersdorpje aan de voormalige Zuiderzee.

Van onze verslaggever Bard van de Weijer

De cijfers zijn indrukwekkend: elke molen moet een piekvermogen van 5 megawatt krijgen met in het gunstigste geval genoeg elektriciteit voor 270 duizend huishoudens, ruim voldoende voor een stad als Den Haag.

Nederland wordt weer een land van windmolens, dankzij de kabinetsdoelstellingen om binnen enkele jaren een groot deel van de energieproductie groen te maken, lijkt het. Maar langs de kust van Urk is geen sprake van Hollands Glorie: de technologie voor Nederlands grootste windmolenpark komt voornamelijk uit Duitsland en Denemarken, waar veel onderdelen van de windturbines worden gemaakt.

‘Nederland denkt voorop te lopen met wind- en zonne-energie, maar dat is schijn’, zegt Arnoud van der Slot van consultancybureau Roland Berger, die de investeringen in de energiesector onderzocht. ‘We passen relatief veel wind- en zonne-energie toe, maar de techniek wordt veelal geleverd door buitenlandse concerns.’

Nederland heeft genoeg interessante initiatieven, maar internationaal vergeleken zijn we maar in drie sectoren beter dan het buitenland. Wind- en zonne-energie behoren daar niet bij. Sterker: hier staat Nederland juist zwak, blijkt uit de studie van Van der Slot en zijn collega Alexander van Hasselt. Als de overheid de energiesector wil stimuleren, kan ze daarom beter geld steken in andere sectoren dan wind- en zonne-energie.

Bijvoorbeeld in de bouw van een biomassa-hub, in de flexibele opslag en levering van gas en in de offshore olie- en gasindustrie. Op deze terreinen presteert Nederland goed of zijn er gunstige vooruitzichten om een sleutelpositie binnen Europa in te nemen, zegt Van der Slot.

Om uit te vinden waar Nederland op energiegebied goed presteert, hebben Van der Slot en Van Hasselt buiten de grenzen gekeken. De consultants hebben onder meer gesproken met experts van Europese overheden, bedrijven en andere consultants. ‘Als je hen vraagt waar Nederland goed in is, noemen ze nooit zonne-energie, maar wel gasactiviteiten’, zegt Van der Slot.

In de studie is ook gelet op de grootte van Nederlandse ondernemingen in vergelijking met hun buitenlandse concurrenten. Er zijn op elk gebied wel een paar grote spelers. ‘Maar die vind je ook in het buitenland’, zegt Van der Slot. ‘Belangrijker is of er sectoren zijn waar bedrijven de hele productieketen in handen hebben.’

Dat geldt bijvoorbeeld voor de import van biomassa. Met name in de Rotterdamse haven zitten veel bedrijven die biomassa kunnen omzetten naar energie, chemicaliën en biobrandstoffen. Een deel van deze producten wordt vervolgens geëxporteerd. ‘Nederland heeft op deze markt een cluster van bedrijven die een bepaalde grondstof bewerken tot een halffabricaat of een nieuw product. Dat levert een strategisch sterke positie op.’

Dat Nederland op drie gebieden internationaal een voorsprong heeft, is volgens de onderzoekers voor een klein land ‘heel veel’. De overheid moet daarom meer gericht investeren. ‘Nederland heeft beperkte budgetten. Een scherpe focus bij de besteding ervan kan het rendement van de investeringen enorm verbeteren.’

Als in de juiste sectoren wordt geïnvesteerd, kan dat het bedrijfsleven in 2020 jaarlijks 20 tot 25 miljard euro opleveren, zeggen de consultants van Roland Berger. Investeren in de offshore olie- en gasindustrie, de flexibele opslag van gas en in een Europese biomassa-hub resulteert niet alleen tot een betrouwbare, schone en betaalbare energievoorziening, maar staat ook garant voor een economische impuls, stellen ze.

Momenteel wordt relatief veel geld – ruim een kwart van het budget – gestoken in onderzoek naar onder meer wind- en zonne-energie en in nucleaire technologie, dus in zwakke sectoren.

Is dat weggegooid geld? Jelle Nijdam, manager energieonderzoek bij SenterNovem, een agentschap van Economische Zaken dat in 2006 74 miljoen euro aan fondsen voor energieonderzoek beheerde, zegt dat de overheid ook andere zaken in ogenschouw neemt bij het verdelen van gelden. ‘Een van de doelstellingen van het kabinet is de ontwikkeling van een duurzame energiehuishouding. Daarbij kiest de overheid soms voor routes die nu niet interessant lijken, maar dat in de toekomst mogelijk wel zijn.’

Van der Slot beaamt dit. ‘Er kunnen goede redenen zijn om te investeren in deze sectoren, maar uit bedrijfseconomisch oogpunt zijn dit niet de interessantste gebieden’, zegt Van der Slot.

Dat bij velen de indruk bestaat dat Nederland het op het gebied van zon en wind juist goed doet, komt doordat een relatief kleine groep experts het energiedebat domineert. Hun kundigheid mag groot zijn, maar het financiële rendement is op hun vakgebieden is waarschijnlijk niet het hoogste, stellen de consultants. ‘Door er veel geld in te steken, loop je in zekere zin het risico de hobby’s te bekostigen van een aantal hoogleraren.’

Nog ruim twee jaar en dan zal Urk niet langer bekend staan als het pittoreske vissersdorpje aan de voormalige Zuiderzee. (ANP) Beeld
Nog ruim twee jaar en dan zal Urk niet langer bekend staan als het pittoreske vissersdorpje aan de voormalige Zuiderzee. (ANP)
Meer over