Wie stelt de echt belangrijke vragen over de euro?

Een meerderheid van de Tweede Kamer blijft tegen een referendum over de invoering van de euro. Volgens Arjo Klamer heeft de democratie in deze kwestie in alle opzichten gefaald en zal het ontbreken van een sociaal en democratisch draagvlak de Europese Unie aantasten....

NA HET DEBAT in de Tweede Kamer over de euro zullen de generaties na ons zich afvragen hoe de democratie in Nederland zo heeft kunnen falen. Laten we duidelijk zijn. Wanneer een belangrijk deel van de bevolking niet weet dat de regeringsleiders besloten hebben tot een fundamentele ingreep in hun samenleving, dan klopt er iets niet met het democratische besluitvormingsproces. Blijkt vervolgens dat zodra ze er weet van krijgen, de meeste burgers niet gediend zijn van deze ingreep, dan heeft de democratie gefaald.

Toen in 1992 besloten werd het Verdrag van Maastricht te tekenen, was van een serieuze discussie geen sprake. Inmiddels komen mensen erachter dat door dit verdrag te tekenen de regering zich bereid heeft verklaard de gulden op te laten gaan in een Europese munt, de euro. En ook al vertellen de autoriteiten hen dat de euro goed en gemakkelijk is voor iedereen, overheersen de twijfels.

De laatste NIPO-enquête wees weer uit dat meer Nederlanders tegen de invoering van de euro zijn dan voor. Blijkt dat Nederland een deel van haar soevereiniteit opgeeft dan is de tegenstand overweldigend. De kritiek en de twijfels zullen de politici een zorg zijn. 'We' hebben het verdrag nu eenmaal ondertekend, dus die euro moet er hoe dan ook komen. Over de gevolgen praten ze niet.

Kok gaf in een recente lezing toe dat de euro een beslissende stap is naar verdere integratie, maar gaf niet aan wat die verdere integratie inhoudt. Dat we ons mogelijk overleveren aan een op macht beluste, eurocentrisch, technocratisch en ecocratisch Europa, is blijkbaar van later zorg. Dat we met deze ingreep democratische en sociale verworvenheden in de waagschaal stellen is dat ook. De politici doen er alles aan om geen slapende honden wakker te maken. Kok wil geen discussie. Daar spreekt weinig vertrouwen uit.

Wat is de waarde van dat grote Europa als gewone burgers als u en ik daar niet van overtuigd kunnen worden? Links en rechts betreuren het gebrek aan een publiek debat over Europa en de euro. Ook de voorstanders van de euro kunnen hun verontrusting uitspreken over het gapende gat tussen de burgers en de politieke gangmakers in de zaak Europa.

Een aantal verontruste burgers heeft de Vereniging voor Democratisch Europa in het leven geroepen om kritiek op de Europese integratie en de euro te bundelen. De vereniging wil via publikaties en discussies een klankbord zijn voor al degenen die twijfelen aan het democratische en sociale gehalte van een verenigd Europa dat met de euro verder gestalte krijgt.

Daarmee representeert de vereniging een alternatief voor de economisch getinte kritiek die met name VVD-leider Bolkestein verwoordt. Zijn kritiek richt zich op de vermeende zwakte van de euro en het risico op hogere inflatie en rente in de voorgestelde constructie. Volgens Bolkestein cs zijn de kriteria voor toetreding niet strikt genoeg toegepast; was dat wel gebeurd dan zou het hele verhaal niet kunnen doorgaan.

Deze kritiek krijgt uitgebreid aandacht in de pers. Dat neemt niet weg dat er goede andere redenen zijn voor verontwaardiging over de gang van zaken. Vooral mensen die nog de moed hebben democratische en sociale waarden te koesteren, zouden zich eens mogen opwinden in de Tweede Kamer, en daarbuiten.

Immers, wat stelt dat Europa van de euro sociaal voor? Het enige waar de regeringsleiders (onder wie een flink aantal sociaal-democraten!) over kunnen praten is fiscale discipline, gesloten staatsbegrotingen en een zeer strenge centrale bank met als belangrijkste missie het in toom houden van de inflatie. Hun constructie met een klein bureaucratisch apparaat in Brussel geeft alle ruimte aan de grote bedrijven. Goed betaalde lobbyisten zorgen ervoor dat de Europese ambtenaren het de bedrijven naar de zin maken.

Door financieel-economische criteria op te leggen voor toetreding tot de euro, hebben de eurocraten ervoor gezorgd dat het mooie Europa-project van weleer verworden is tot een financieel-economisch verhaal. Van een sociale missie is nagenoeg niets meer te merken. Stel dat een lage werkloosheid als criterium was toegevoegd? Hoe anders, hoe socialer vooral, zou het Europa van nu er dan niet hebben uitgezien. Nu slaan de regeringsleiders zich op de borst voor de lage tekorten op de overheidstekorten en de lage inflatie alom. Dat een record aantal werklozen het gelag moet betalen, doet er blijkbaar niet toe.

Schrijnend is ook de ondemocratische manier waarop de EU gevormd wordt. Regeringsleiders zijn dankzij Europa regenten geworden die achter gesloten deuren deals sluiten die vervolgens als voldongen feiten aan de volksvertegenwoordigingen worden gepresenteerd. Serieuze alternatieven geven de leiders niet. Steeds weer is het alles of niets.

Zouden onze vertegenwoordigers de euro afwijzen dan volgt een ramp, is de waarschuwing. (De waarschuwing van tal van economische deskundigen dat de euro wel eens op een ramp kan uitlopen, wordt weggewoven als bangmakerij). In dit klimaat is de macht aan de technocraten die zonder democratische controle plannen zover uitwerken dat wanneer een beslissing genomen moet worden, er geen weg terug is.

Het is geen wonder dat deze gang van zaken apathie in de hand werkt. Toen het Verdrag van Maastricht aan de orde was, werd de kritiek op het anti-sociale en ondemocratische karakter van Europa gepareerd met de belofte dat het Verdrag van Amsterdam het sociale en democratisch tekort goed zou maken. Daarvan is weinig terecht gekomen.

De meest directe manier om het democratisch gat te dichten is en blijft het referendum. Pak een willekeurige Deen van de straat en hij of zij zal een mening hebben over Europa en de euro. Een gemiddelde Fransman heeft die ook. De verklaring is dat zij zich hebben mogen uitspreken in een referendum. In Nederland wordt een referendum over Europa systematisch geblokkeerd.

Op dit moment circuleert het voorstel om al die Nederlanders die genoeg hebben van het feit dat Europa op de laatste plaats komt en sterke bezwaren hebben tegen de invoering van de euro, op te roepen hun ongenoegen te laten blijken door op de laatste kandidaat van de lijst van de partij van hun keuze te stemmen.

Het zou een goede actie kunnen zijn om duidelijk te maken dat Europa meer onder de mensen leeft dan de politici momenteel veronderstellen. Voor het zover is, zouden een aantal prangende vragen aan de orde moeten komen. Ik doe enkele voorstellen.

* Gaat het bij de euro om a) economische doelmatigheid, b) de lieve vrede, of c) economische macht? In discussies worden steeds a) en b) aangevoerd maar recente uitlatingen geven aan dat economische macht een belangrijk motief is. De Europese landen willen met elkaar machtig zijn en dus ook een machtige munt hebben. Gaat het nu vooral daarom?

Is het antwoord ja dan ligt de volgende vraag voor de hand. Wat zijn de maatregelen die nodig zullen zijn om die macht waar te maken? Het is denkbaar dat een eensgezind buitenlands beleid noodzakelijk is. Dat zou betekenen dat Nederland met de euro de kans verliest op een onafhankelijk buitenlands beleid.

Het zou verder wel eens nodig kunnen zijn dat de Europese Commissie een veel groter budget tot haar beschikking dient te hebben dan de 1,27 procent van het Bruto Europees Produkt dat het nu heeft. Denk aan 7 tot 20 procent. Alleen met een budget van die orde kan het inspringen op destabiliserende onevenwichtigheden tussen de lidstaten. Vindt u dat een goed vooruitzicht?

* Is de regering bereid zich in te zetten voor een sociaal gezicht van Europa en zo ja, op welke manier? Met een aantal vage plannen kunnen we geen genoegen nemen. Alleen een fors gemeenschappelijk budget geeft de mogelijkheid voor een serieus sociaal beleid dat een antwoord is op de sociale tweedeling die de invoering van de euro dreigt te versterken. De politici zeggen nu dat ze dat niet willen. Zijn ze dan wel bereid de consequenties van de euro onder ogen te zien?

* Wat is de regering van plan te doen aan de toenemende weerstand onder de bevolking tegen de euro en de Europese integratie?

Het antwoord zal waarschijnlijk zijn: meer voorlichting, meer tv-spotjes, meer folders. Dat antwoord mag niet overtuigen. Heeft Felix Rottenberg misschien gelijk met zijn verwijt dat Europa een zielloos project is geworden?

Dit punt is juist zo belangrijk omdat hoe dan ook de vorming van Europa een project is met grote risico's. Tegenslagen zijn onvermijdelijk. Ontbreekt het draagvlak nu, dan zal Brussel later de zondebok worden. Het gevaar voor opleving van nationalistische sentimenten zal eerder groter dan minder worden.

Juist omdat het leven in euroland bar en boos dreigt te worden, moeten de echt belangrijke vragen aan de orde komen. Belangrijke sociale en democratische verworvenheden staan op het spel.

Arjo Klamer is econoom en voorzitter van de Vereniging voor een Democratisch Europa.

Meer over