Wie kan koers-Merkel verleggen?

Vertrek minister van Economische Zaken roept vragen op over regie bondskanselier...

BERLIJN Als tijdens de ernstigste economische crisis in het 60-jarig bestaan van de Bondsrepubliek 35 procent van de Duitsers niet weet wie de minister van Economische Zaken is, zoals uit een enquête blijkt, heeft de betrokken bewindspersoon kennelijk een beetje te discreet geopereerd.

De 64-jarige Michael Glos – zo heet de minister in kwestie – heeft zijn functie dan ook nooit begeerd. De CSU-politicus was liever minister van Defensie geworden, of minister in de deelstaatregering van zijn geliefde Beieren. Maar het ‘superministerie’ van Economische Zaken, dat eigenlijk was afgestemd op het postuur van Edmund Stoiber (die in 2005 te elfder ure voor deze positie bedankte), is hem altijd vreemd gebleven.

Aan de onverhoedse ontslagaanvraag van Glos, het afgelopen weekeinde, wordt in Duitsland dan ook vooral politieke betekenis toegekend. Zijn vertrek werpt vragen op over de verhouding tussen de CDU en de Beierse zusterpartij CSU, en over het regisserend vermogen van bondskanselier Angela Merkel. Maar niemand gaat ervan uit dat Glos’ opvolger, de 37-jarige Karl-Theodor zu Guttenberg, een scherpe sociaal-economische koerscorrectie zal afdwingen.

Dat hangt in de eerste plaats samen met het bereik van zijn invloedssfeer. Ooit was Economische Zaken het ressort van krachtpatsers als Ludwig Erhard (CDU), Karl Schiller (SPD) en Otto Graf Lambsdorff (FDP). De laatste decennia is het overwicht van de minister van Financiën echter gegroeid. Zu Guttenberg zal niet veel kunnen veranderen aan de door Angela Merkel (CDU) en minister van Financiën Peer Steinbrück (SPD) uitgezette koers.

Over de juistheid van die koers heerst bovendien een brede consensus. Coalitiepartner CSU en oppositiepartij FDP zouden weliswaar graag een verdere lastenverlichting voor de burger zien, maar fundamentele verschillen van inzicht over de crisisbestrijding zijn tot dusverre niet aan het licht gekomen. Kritiek in binnen- en buitenland op het weinig doortastende optreden van de Duitse regering in de eerste fase van de bankencrisis is verstomd sinds de afkondiging van het tweede, 50 miljard euro kostende conjunctuurprogramma, dat onder andere voorziet in investeringen in de infrastructuur en het onderwijs.

De vraag in Duitsland is momenteel niet of de regering te weinig heeft gedaan, maar of ze zich te diep in de schulden heeft gestoken. Duitsland kampt nog met de budgettaire gevolgen van zijn bewogen geschiedenis. Pas in 2010 zullen de laatste schulden uit de Eerste Wereldoorlog worden afgelost. Elke belastingplichtige draagt maandelijks nog met enkele tientallen euro’s bij aan de ‘solidariteitstoeslag’ voor de wederopbouw van de vroegere DDR.

Politici van alle gezindten leggen bij zichzelf indringend rekenschap af over de gevolgen van de crisisbestrijding voor toekomstige generaties (die toch al de last van de vergrijzing moeten dragen). De bereidheid schulden te maken getuigt in hun ogen niet van politieke moed, maar van lichtzinnigheid. In Duitsland is het Stabiliteitspact, waarvoor de degelijke D-mark werd opgeofferd, geen dode letter.

Dat blijkt ook uit het voorstel van de commissie die mogelijkheden voor de hervorming van het federale stelsel heeft geformuleerd: wat haar betreft, wordt in de Grondwet een verbod op het aangaan van nieuwe schulden vastgelegd.

Meer over