Wet moet een nieuwe Fazio-operette voorkomen

De levenslange benoeming van bankpresident Fazio heeft maandenlang het aanzien van de Italiaanse centrale bank geschaad. Een nieuwe wet perkt de macht van de functionaris in....

De nieuwe president van de centrale bank van Italië wordt voor een periode van zes jaar benoemd. Dat is de belangrijkste uitkomst van het Italiaanse kabinetsberaad, dat gisteren volledig aan de perikelen rond de leiding van de bank was gewijd.

Vorige week had minister-president Silvio Berlusconi die vergadering al uitgeschreven, omdat de patstelling tussen de in kwaad weer belandde president van de bank, Antonio Fazio, en het kabinet al maanden voortsleepte en tot onwerkbare verhoudingen had geleid. Het vertrek van Fazio, waartoe hijzelf maandag besloten bleek te hebben, klaarde de lucht tussen de belangrijkste verantwoordelijken voor de financiën van Italië weliswaar, maar dat loste de problemen niet op.

Daarom is er een nieuwe wet op de centrale bank nodig, een wet die lering trekt uit de huidige problemen en probeert die in de toekomst te voorkomen. Maar ook een wet die tegelijkertijd de onafhankelijkheid van de bank waarborgt. Naar dat laatste wordt vooral vanuit Brussel (de Europese politieke instituties) en Frankfurt (de Europese Centrale Bank) argwanend gekeken. Niets is immers griezeliger dan een regering die het met haar centrale bank op een akkoordje kan gooien terzake het monetaire en financiële beleid.

Het kabinet had de nieuwe wet al in voorbereiding, omdat de crisis rond Fazio aantoonde hoe hinderlijk de modaliteiten van diens positie konden zijn. Na een twaalf jaar durend directoraat, waarover geen onvertogen woord viel, bleef hij, ook nadat bekend was geworden hoe onbezonnen en eigengereid hij had geopereerd in de kwestie rond de overname van de bank Antonveneta, halsstarrig op zijn post. Dat kon doordat hij voor het leven was benoemd en zijn benoeming zich onttrok aan iedere competentie van de regering.

Dat leverde een volslagen onwerkbare situatie op, die er mede aanleiding voor vormde dat de vorige Minister van Financiën, Domenico Sinsicalco, aftrad. Diens opvolger, Giulio Tremonti, had een uitgesproken afkeer van Fazio en dientengevolge spraken de minister en de bankpresident niet meer met elkaar. Tijdens een monetair topberaad in Washington, eerder dit najaar, door beide heren bezocht, was de wereld getuige van een beschamende vertoning: de twee voornaamste vertegenwoordigers van Italië konden niet aan een tafel plaatsnemen.

Het nieuwe wetsontwerp beperkt de zittingsduur van de bankpresident tot zes jaar. Vooral Tremonti heeft op die termijn aangedrongen, om te voorkomen dat die duur parallel gaat lopen met de Italiaanse parlementaire cyclus die eens per vijf jaar verkiezingen voorschrijft en de benoeming zo een machtspolitieke aangelegenheid wordt. Berlusconi nodigde gisteren de oppositiepartijen uit deel te nemen aan de beraadslagingen over het wetsontwerp. Dat moet ook wel, want wil de wet aangenomen worden, dan is er een gekwalificeerde meerderheid nodig. Berlusconi zei het wetsontwerp, nog voor de kerstdagen naar het parlement te willen sturen.

Terugkijkend op de opera van Fazio’s hardnekkig aanblijven, zijn media en politici in Italië het over een ding eens: hij is ergerlijk lang blijven zitten. De dramatische ontknoping kwam maanden te laat. Het polemiseren en over en weer beschuldigen heeft bijna een halfjaar geduurd. Dat was een vermakelijk spektakel, maar het heeft het aanzien van Italië danig geschaad. Fazio laat het instituut gehavend achter. ‘Ik heb mij vergist bepaalde personen te vertrouwen’, verklaarde Fazio. Hij zegt dat op een moment dat er twee strafrechtelijke vooronderzoeken naar hem lopen.

Meer over