Wet 96 maakt Egyptische boer rechteloos

Er is geen brug over de Nijl naar het eiland Warak, ofschoon het door het ongelooflijk snel groeiende Caïro bijna is omsingeld....

The Guardian

CAIRO

Wijlen president Gamal Abdel Nasser noemde dit gebied ooit 'het echte Egypte', het donkere land van de boeren dat zij eeuwenlang noest hebben bewerkt. Het weelderige mozaïek van piepkleine stukjes land vol met maïsvelden en bananenbomen, doorsneden met irrigatiekanaaltjes, is maar weinig veranderd sinds de tijd van de farao's.

Terwijl hij voor zijn lemen onderkomen zit, vertelt Husni Timsah over de woede, de angst en het diepbeleefde gevoel van onrechtvaardigheid die heersen over het Egyptische platteland. 'Zelfs de jeugd huilt over Nasser, hoewel ze hem nooit hebben gekend. Met deze regering van boeven, weet alleen God wat er zal gebeuren.'

Per 1 oktober werd Wet 96 van kracht. De wet bepaalt de nieuwe relatie tussen landeigenaren en hun pachters en hij pakt buitengewoon ongunstig uit voor de zo dociele fellahin, de kleine boeren. Ze zullen wel niet in opstand komen, maar zo gezeglijk als vroeger zijn ze niet meer. Meer dan twintig mensen zijn omgekomen bij schermutselingen tussen boeren, politie en landeigenaren. Honderden zijn opgepakt, gebouwen zijn geplunderd.

Toen Nasser in 1952 de macht greep, was zijn eerste daad het onteigenen van de landerijen van gevluchte grootgrondbezitters. Het land werd verdeeld onder de arme boeren. Zij kregen elk een stukje land ter grootte van vijf feddans, ongeveer vierduizend vierkante meter, in eeuwigdurende pacht. Zij betaalden een vaste, lage pachtsom.

Ofschoon de tijd lijkt stil te staan op plekken als Warak, vormen de 45 jaar na Nassers besluit een van de meest turbulente perioden uit de geschiedenis van de kleine boeren. Tegen een achtergrond van globalisering, vrije-markteconomieën en Egyptes aspiraties een 'Tijger aan de Nijl' te worden, werden de eersten die profiteerden van Nassers visie, ook de eerste slachtoffers van de maatregelen die werden genomen om zijn hervormingen weer terug te draaien.

Er zijn veel landeigenaren die onrechtvaardig zijn behandeld, maar pogingen om dat te herstellen, zullen leiden tot een nog grotere onrechtvaardigheid jegens de arme boeren. Bovendien leidt dat bepaald niet tot een grotere doelmatigheid in een land dat wordt geteisterd door overbevolking, landhonger, verstedelijking, milieuproblemen en een corrupte heersende klasse.

In 1952 was driekwart van de twintig miljoen inwoners boer. Vandaag de dag maken de fellahin een veel kleiner deel uit van de totale bevolking. Maar omdat deze is verdrievoudigd, leven nu 33 miljoen mensen letterlijk van het land. Dankzij opleiding en een beetje welvaart zijn velen niet meer alleen afhankelijk van het stukje land dat ze hebben om te kunnen leven.

De grote landerijen van voor de tijd van Nasser hebben afgedaan, maar nog steeds bezit 7 procent van de drie miljoen landeigenaren de helft van het land. De rest scharrelt zijn kostje bij elkaar op piepkleine stukjes grond. Het aantal pachters - 1,25 miljoen - wordt steeds groter in vergelijking met de hoeveelheid land dat ze in bezit hebben. Helemaal onderaan staan vier miljoen mensen die geen enkel stukje land bezitten of pachten.

Hoewel de productiviteit enorm is verbeterd, is de oppervlakte van het bewerkte land niet veel groter geworden. Bovendien komt een deel van dat land in gebruik als bouwland, deels door verstedelijking, maar ook doordat groepen armen uit de steden weer naar het platteland trekken.

Veel funester zijn echter de nieuwe rijken die de vervuilde steden ontvluchten en op het platteland gaan wonen. Door de wet lopen zes miljoen mensen, en diegenen die van hen afhankelijk zijn, het gevaar land en werk kwijt te raken.

Sommige landeigenaren kunnen met de wet in de hand de pachtprijzen opdrijven en de pachters kunnen eigenlijk slechts toegeven. Andere grondbezitters voelen zich slachtoffer van Nasser en zijn uit op wraak. En weer anderen dromen van hotels, villa's en zwembaden.

Er zijn mensen die land willen verkopen. De prijzen zijn vertienvoudigd sinds Wet 96 is aangenomen. Als er toestemming is de grond te bebouwen, worden werkelijk astronomische bedragen neergeteld. Ofschoon de fellahin nog steeds de ruggengraat van de samenleving vormen, hebben ze geen enkel politiek gewicht. 'Onder deze regering hebben we geen enkele stem', zegt Husni Timsah.

Officieel gaat de Nationale Vergadering natuurlijk nog steeds uit van het Nasseriaanse decreet dat de helft van de zetels is gereserveerd voor 'boeren en arbeiders'. Tegenwoordig rijden deze zogenaamde boeren echter rond in een dikke Mercedes en zijn ze loyale apparatsjiks van de heersende Nationale Democratische Partij. In het parlement zijn nog slechts een klein groepje Nasser-aanhangers en enkele communisten die het opnemen voor de arme boeren.

De invloedrijkste beweging in Egypte, de verboden Moslim Broederschap, is vóór Wet 96 omdat de sharia - de islamitische wet - 'vrije overeenkomsten' propageert. Verbazingwekkend genoeg steunen ook de al-Gama'a al-Islamiya, militante islamistische groepen die zeggen op te komen voor verpauperde stedelingen en plattelanders, de wet.

Intussen onthoudt de regering de arme boeren niet alleen hun stem, maar zij zet ook een heel arsenaal van wetten tegen hen in. President Mubarak heeft dan zogenaamd afgerekend met de meer despotische trekjes van Nasser. Zijn repressie is groter dan die van Nasser ooit was.

Boeren die in verzet komen tegen de Wet 96, worden gebrandmerkt als terroristen, evenals activisten uit de steden die voor hen opkomen. Dat overkwam de journalist Hamdien Sabbahi en enkele van zijn collega's: zij werden aangehouden en gefolterd. Minister Hassan al-Alfi van Binnenlandse Zaken heeft alle politieverloven opgeschort en belooft dat hij elk opstootje zal smoren met noodwetten en gevangenenkampen.

Meer over