ColumnFrank Kalshoven

We zeggen contracten op met bedrijven, de overheid, de politiek. Wat blijft er dan over?

null Beeld

Wethouders van Beverwijk, Heemskerk en ­Velsen zegden deze week het ‘stilzwijgende sociale contract’ op met staalproducent Tata. ‘Iedereen profiteerde van de Hoogovens, als belangrijke werkgever en als aanjager van de economie in de regio’, aldus een van hen in de Volkskrant, ‘Overlast en mogelijke gezondheidsrisico’s werden daarbij voor lief genomen.’ Dit ‘contract’ is nu eenzijdig opgezegd.

Het geval Tata staat niet op zichzelf. Het regent contract-opzeggingen, zowel bij bedrijven als bij de overheid, én in de politiek. Kijk maar.

PME, het pensioenfonds voor metaal en techniek, meldde vorige week de afgelopen maanden alle beleggingen in de olie- en gassector te hebben verkocht. De opbrengst stopt het pensioenfonds in de energietransitie. ‘De gevolgen van klimaatverandering voltrekken zich op dit moment onder onze ogen’, aldus de PME-voorzitter.

Bij bedrijven hangt het opzeggen van contracten vrijwel direct samen met bijwerkingen van de productie, die consumenten of bestuurders niet langer op de koop toe nemen. Bij Tata zijn het de gezondheidsrisico’s, bij olie en gas gaat het wereldwijd om de CO2-uitstoot, en lokaal natuurlijk om aardbevingen. Bij banken was het (onder meer) de hulp bij terrorisme en witwassen. Volkswagen? Sjoemelsoftware. Landbouw? Stikstof. Luchtvaart? CO2.

De gebruikelijke term als het om bedrijven gaat, is dat zij hun ‘license to operate’ (dreigen te) verliezen. Letterlijk: hun werkvergunning. Het werken wordt hen niet langer gegund door klanten en andere burgers. Bedrijven verliezen de ‘gunfactor’. Daarmee zijn ze niet een, twee, drie failliet, maar bedreigend is het wel.

Maar dan. In landen als de onze is het goed gebruik dat de overheid de ongewenste bijwerkingen van productie door bedrijven in goede banen leidt. Tata is al lang aan vele regels gebonden, banken waren al lang verplicht onfrisse types diensten te ontzeggen, de Groningse gaswinning was aan een woud aan regels gebonden. Regelmakers, toezichthouders, handhavers konden en kunnen hun rol niet altijd waarmaken. De bijwerkingen van de productie bleven en blijven lang dooretteren.

En de overheid heeft zelf inmiddels óók te maken met contractopzeggers. Kinderopvangtoeslag is geen marktproduct, maar een rechtvaardigheidsproduct, ontworpen en geproduceerd door de overheid zelf. Met, zoals bekend, ongewenste bijwerkingen waar het ging om het opsporen van fraude. De kinderopvangtoeslag-affaire staat niet op zichzelf, zoals de jaarverslagen van de Nationale Ombudsman illustreren. Overheidsproductie van rechtvaardigheid is niet zonder bijwerkingen.

Maar wat kun je doen als je het contract met de overheid wilt opzeggen? Er is er immers maar één van. ­Behalve emigreren zijn er geen mogelijkheden om de (eigen) overheid te ontwijken. Wantrouwen, dat is wat overblijft. En zo komen we van bedrijven via de overheid bij de politiek. Want anders dan de overheid kunnen mensen zich hieraan wél onttrekken. Niet stemmen. Of: wel stemmen, maar dan op anti-partijen. De Kamer zit er vol mee. Het afbrokkelen van de middenpartijen, dat deze formatie (ook) zo ingewikkeld maakt, kun je bezien als het opzeggen van het contract dat burgers ­decennialang hadden met deze middenpartijen. Te veel ongewenste bijwerkingen.

Deze denksels leiden tot een bange vraag: als we zo energiek contracten verbreken met bedrijven, overheid en politiek – steeds met goede redenen –, met wie willen en kunnen we dan nog wel een contract sluiten? Alleen is maar alleen..

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over