We vallen te snel voor lange leiders, de 'bokito's'

Steeds weer trappen we erin. We denken dat we weloverwogen onze leiders kiezen, maar in werkelijkheid vallen we voor lange mannen met een lage stem, zegt Jaap van Ginneken.

De langere Mark Rutte (links) valt als leider beter in de smaak dan de kleinere Diederik Samsom.Beeld Martijn Beekman

Er zijn veel theorieën waarom vrouwen maar mondjesmaat de top bereiken: ze zijn niet ambitieus genoeg, of ze werken te veel in deeltijd. Maar er is nog een mogelijke verklaring: in de hoogontwikkelde technologische informatiesamenleving van tegenwoordig kiezen en benoemen we onze hoogste leiders nog steeds op basis van instinctieve of intuïtieve voorkeuren die stammen uit het stenen tijdperk. Daardoor hebben lange (blanke) mannen met een lage stem een flinke voorsprong, stelt massapsycholoog en communicatiewetenschapper Jaap van Ginneken in zijn nieuwe boek Het profiel van de leider. Zij weten het beter en nemen het voortouw. Van Ginneken (71) baseert zich onder meer op de 'evolutionaire leiderschapstheorie'. De kern van de zaak, en van het boek: we denken dat we onze premiers, partijleiders en topbestuurders in het bedrijfsleven rationeel en op basis van hun kwaliteiten benoemen, maar we vallen - ook anno 2015 - vrij snel voor bokito's.

Jaap van GinnekenBeeld anp

U pleit voor een bokito-quotum. Hoe zou dat eruit moeten zien?

'Minstens een aantal mensen onder de 1,80 meter. Minstens een aantal mensen met een stem van 10 hertz boven het gemiddelde; de bazen van de Fortune 500-bedrijven zitten eronder. Vrouwen blijken dus ook het nadeel te hebben dat ze kleiner zijn en hogere stemmen hebben. Als mannelijke bestuursvoorzitters veel praten, gaat hun competentiescore 10 procent omhoog, bleek uit een onderzoek. Bij vrouwelijke CEO's ging die score 14 procent omlaag. Waanzinnig. Daarover moet worden gepraat.'

Veel leiders zijn juist klein, toch? Sarkozy bijvoorbeeld, en Poetin. En Diederik Samsom.

'Natuurlijk. De verbanden zijn complex, en het klopt ook niet altijd. Ik heb honderden onderzoeken bekeken. De afzonderlijke kenmerken - naast de achtergrond en persoonlijkheid ook de lengte, de diepte van de stem, linkshandigheid, de vorm en de symmetrie van een gezicht - zijn op zichzelf marginaal. Maar alles tezamen genomen vormt het een overtuigend patroon. En dat is dat onze reacties nog steeds voornamelijk aangestuurd worden door het prototype van de voorouderlijke leider. Overigens is Sarkozy geobsedeerd door zijn lengte; hij voelde zich van jongsaf aan gekleineerd door zijn omgeving.'

Poetin is 1.70.Beeld anp

En Samsom?

'Voor mijn vorige boek over hubris (hoogmoed, overmoed) werd me naar Nederlandse voorbeelden gevraagd. Samsom was net gekozen tot PvdA-leider. Toen hij voor de tv-camera's kwam, zag je die testosteronrush. Eindelijk aan de top van de piramide, hij straalde. Ook opvallend: hij is de kleinste partijleider. Hij moet meer moeite doen om gezag uit te stralen.'

Maar er zijn tegenwoordig toch breed uitgemeten verkiezingen? En commissarissen benoemen toch niet zomaar een nieuwe topman?

'Dat is waar. Maar tegelijk zijn we 'suckers' met z'n allen. We weten het wel, maar we trappen er toch steeds weer in. We zijn ons daar nu helemaal niet van bewust, waardoor vrouwen en minderheden nog steeds een kleinere kans hebben de top te bereiken in de politiek en het bedrijfsleven. Dat is belangrijk om te weten, want dan kunnen we er wat aan doen.

Springt Nederland er internationaal uit?

'Ja, toch wel. Nederland is kleinschalig en relatief braaf. Ik heb eerder gekeken naar machtsmisbruik, seksaffaires en corruptie bij de leiders van de grote landen; er bleef bijna niemand over die er niet aan deed.'

Wij hebben dan Mark Rutte.

'Hij heeft natuurlijk een prettige uitstraling. Dat is een tendens in de hele westerse wereld: het opperste leiderschap wordt overgelaten aan mensen die iets sympathieks hebben en goed kunnen communiceren. Dat heeft Rutte. Beleid ligt voor 95 procent vast. Dan is vooral de vraag of je het een beetje aardig kunt verkopen. Dat kan Rutte goed, en Dijsselbloem trouwens ook.'

Beeld anp

De ongelijkheid tussen arm en rijk groeit. Heeft dat te maken met de bokito's die we kiezen?

'Ik weet niet of er een rechtstreeks verband is. Maar er is wel van alles mis. Ik kom uit de derdewereldbeweging. Nu ik zie dat het allemaal niet zo veel heeft uitgehaald, word ik op mijn oude dag toch wat cynisch. Zelfs uit wetenschappelijk perspectief. De dingen gaan zoals ze gaan, zo werkt de macht: pappen en nathouden, vooral niet te veel tegen de stroom ingaan. En als je dat wel doet, word je afgebrand. Nederland zal de VS nooit voor het hoofd stoten.'

Moet Nederland, gezien de internationale ontwikkelingen, niet juist wat meer bokito's hebben?

'Nee. Bij Nederlandse bokito's denk ik aan Rijkman Groenink en oud-Ahold-baas Cees van der Hoeven. Aan Bram Moszkowicz - je ziet ook vaak vrouwengeschiedenissen bij dit soort mensen - en aan de omhoog gevallen directeuren van woningcorporaties en onderwijs. Daar moeten niet meer van komen, maar minder.'

Meer over