'We doen het voor onze dochters'

Een vrouwennetwerk, dat is toch een theekransje? Jarenlang was dit het imago van clubs voor topvrouwen. Maar inmiddels is het fenomeen bezig aan een opmars, en zoeken topvrouwen elkaar op om hun krachten te bundelen....

Ze noemen zichzelf Leading Lady’s, Flunch (Female Lunch) of Salomé – de club voor sigaar rokende businessvrouwen. Ze ontmoeten elkaar in het Hilton, Le Garage of Hotel de l’Europe. Ze kleden zichzelf in een onberispelijk, maar vrouwelijk zakenkostuum. Om hun hals dragen ze imposante, modieuze sieraden. En mannen? Die nodigen de meeste clubs vooralsnog zelden uit voor hun besloten bijeenkomsten.

Welkom in de wereld van de vrouwennetwerken. Je kunt je er zelf niet voor aanmelden maar moet ervoor worden uitgenodigd. Eenmaal binnen, kun je deelnemen aan gesprekken over zaken als corporate governance, leiderschap en ambitie.

Aanvankelijk werden ze afgedaan als onzinnige theekansjes of babbelclubs, maar inmiddels hebben honderden vrouwen op hoge posities de meerwaarde ontdekt van deze formele en informele netwerken. En: ze laten steeds vaker van zich horen. In publieke discussies over – het gebrek aan – topvrouwen en de meerwaarde van diversiteit voor bedrijven.

Het borrelt van ongeduld bij veel vrouwen. Ondanks talrijke initiatieven om de doorstroom naar de top te bevorderen, is er van een echte doorbraak nog geen sprake. Al jaren schommelt het percentage topvrouwen in Nederland rond de 7 procent. Zonde van het talent, oordeelt de steeds zelfbewustere carrièrevrouw. Helemaal nu de kredietcrisis – die mede het gevolg zou zijn van ‘typisch mannelijk’ risicogedrag – de reflex om voor benoemingen te putten uit het old boys network, niet heeft doorbroken. ‘Sterker nog’, zegt Hélène Vletter-van Dort (onder andere toezichthouder bij Fortis en hoogleraar bank- en effectenrecht). ‘Vrouwen zijn het slachtoffer van de crisis. Men valt terug op wat men kent: de old boys.’

Het is een dinsdagavond in het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid, en Vletter-van Dort heeft zojuist in het restaurant Le Garage een lezing gehouden over het nieuwe fenomeen ‘de overheidscommissaris’. Aan de ovale tafel wordt instemmend gereageerd op haar constatering. ‘Ik voorspel dat over een jaar nóg minder vrouwen in de top zitten’, zegt ze.

Het verbrijzelen van het glazen plafond gaat niet vanzelf, vinden de meesten. ‘Je moet op de doorstroom van vrouwen blijven hameren’, zegt Els de Wind, partner van Van Doorne Advocaten, lid van de Ronde Tafel en mede-oprichtster van het informele Flunch; een club van vijftig vrouwen die in Amsterdam werken en elkaar maandelijks ontmoeten. Onder het motto ‘Vrouwen moeten vrouwen helpen’ weten ze elkaar te vinden.

Met resultaat.

Zo lobbyden Heleen Mees (columniste en oprichtster van Women on Top) en Mirjam de Blécourt (partner van advocatenkantoor Baker en McKenzie en mede-oprichter van de Ronde Tafel) voor de invoering van streefcijfers in de top van het bedrijfsleven. Vorige week nam de Tweede Kamer dit mede door hen geschreven plan aan.

Tweehonderd andere vrouwen toonden op een andere wijze hun ongeduld: trokken ze er vorig jaar nog een vies gezicht bij, onlangs onderschreven ze een pleidooi voor de invoering van quota in raden van toezicht en commissarissen.

Maar de vrouwen netwerken niet alleen om over hun werk en de vrouwenzaak te praten. ‘Hoe hoger je komt, hoe eenzamer het wordt aan de top’, zegt Annet Aris. Ze is deze dinsdag te gast bij de Ronde Tafel. Als toezichthouder bij onder meer de Opta, Sanoma en Beeld en Geluid heeft ze een verhaal gehouden over hoe je een goede commissaris wordt.

‘Lange tijd dacht ik: nee, ik wil niet bij zo’n dameskransje. Wat moet ik daar? Uiteindelijk ben ik toch een keer gegaan, en wat bleek: het was een feest van herkenning. Inspirerend en nog leuk ook.’

‘Bovendien’, vervolgt Aris, ‘ik heb gewoon weinig tijd voor vriendinnenavondjes. En de vrouwen die je tegenkomt op het schoolplein, leiden vaak een ander leven.’ Onder het genot van een kabeljauw gegaard in miso-marinade, op een bedje van spinazierisotto én een bescheiden glaasje wijn – de aanwezigen moeten immers vanavond nog werken of morgen weer vroeg aan de slag – ontmoet ze op een avond als deze gelijkgestemden. ‘In je professionele leven word je vooral omringd door mannen. Deze vrouwen zitten op dezelfde golflengte, ze hebben het net zo druk als ik en denken na over dezelfde thema’s.’

Want wat doe je bijvoorbeeld als je tijdens een bijeenkomst met nieuwe cliënten weer eens de opmerking ‘jij gaat zeker notuleren’ krijgt? ‘Hoe ga je bijvoorbeeld om met ‘schoolpleinterreur’, ofwel: andere ouders die jou het gevoel geven dat je er te weinig bent voor je kind en je niet inspant voor de school. En wat te denken van terreur op het werk? ‘Ik heb zo vaak tijdens een zakelijk diner te horen gekregen dat het toch wel heel zielig is voor mijn kinderen dat ik zo weinig thuis ben’, zegt Mirjam de Blécourt. ‘Bij mij krijgen zulke mensen een standaard antwoord: Laten we over tien jaar nog eens kijken hoe onze kinderen zijn terechtgekomen.’

Je geeft elkaar tips, helpt elkaar en relativeert de dingen die mislopen, voegt Els de Wind toe. ‘Vergeten om je kind van de crèche te halen? Dat kan een keer gebeuren. Daar moet je niet te dramatisch over doen’, zegt ze lachend.

Hoewel de geschiedenis van de vrouwennetwerken ver teruggaat – tot de vereniging van plattelandsvrouwen aan toe – ziet menigeen een kentering . ‘In Nederland werd er lange tijd laagdunkend over gedaan’, zegt Carolien Kattenpoel Oude Heerink van OSR Juridische Opleidingen. Maar sinds enkele jaren ziet ze een opleving. Sommige netwerken richten zich meer op een doorbraak in de vrouwenzaak, andere vrouwen zoeken elkaar op om van elkaar te leren en om te netwerken.

OSR is verantwoordelijk voor de organisatie van diverse vrouwennetwerken in de juridische wereld en vroeg De Blécourt en Marry de Gaay Fortman (partner bij advocatenkantoor Houthoff Buruma en nummer 126 in de Volkskrant top-200 van invloedrijke Nederlanders) vijf jaar geleden om deze Ronde Tafel voor topadvocates op te richten. ‘In de VS zijn vrouwennetwerken al jaren gewoon en heel effectief’, zegt ze. ‘Vrouwen denken vaak: als ik maar hard genoeg werk, dan kom ik er wel. Uit zichzelf zullen ze vaak niet netwerken. Mannen doen dat sneller. Bovendien zijn mannelijke bestuurders tijdens een netwerkbijeenkomst eerder geneigd een jonge mannelijke collega mee te nemen. Niet expres. Maar ze herkennen zichzelf in hem of zijn bang dat mensen er wat van denken als hij een jonge vrouw bij zich heeft.’

Hoewel er volgens Kattenpoel Oude Heerink inmiddels een sneeuwbaleffect optreedt in de vrouwennetwerken, zoeken de vrouwen niet de publiciteit. Laat staan dat ze alleen op de foto in de krant willen.

‘We zijn niet zo van de barricaden’, verklaart Monika Milz, directeur communicatie bij de Rabobank. ‘Dat kunnen we ons vanwege onze zware functies ook niet veroorloven.’ Enkele jaren geleden richtte ze de Commissie Rosenblatt op. Deze club – waar mannen wél welkom zijn – was een reactie op de inmiddels legendarische uitspraak van Unilevertopman Morris Tabaksblat dat hij graag vrouwen in de top van het bedrijfsleven zou willen hebben, maar dat ze er niet zijn. Met behulp van elf andere ‘Rozenbladeren’ – onder wie Angelien Kemna (directielid bij APG, belegger van pensioenfonds ABP), Alexandra Cook-Schaapveld (tot voor kort in dienst bij de bank RBS) en Jacqueline Rijsdijk (verzekeraar ASR) – wilde ze laten zien dat het vrouwelijk talent er wel degelijk is. Hun methode: elk half jaar dineren mét de mannelijke elite. Het gesprek aan tafel: ‘Wat kunnen wij eraan bijdragen om de impasse te doorbreken?’

Achter de schermen roeren de vrouwen zich dus wel degelijk. ‘Maar als vrouw moet je oppassen als je je hoofd boven het maaiveld uitsteekt’, zegt Milz. Door zich te verzamelen in netwerken, worden talentvolle vrouwen als groep wel zichtbaar, maar worden ze er als individu niet op afgerekend. Die bescherming is nodig. ‘Binnen een bedrijf kunnen vreemde afstotingsverschijnselen ontstaan. Het gaat heel sluipenderwijs. Allerlei krachten bundelen zich tegen je: ineens wordt alles wat je doet, kritisch tegen het licht gehouden. En voor je het weet gaan er allerlei nare verhalen over je rond.’

Ook mannen die zichzelf zichtbaar maken, hebben hier last van, zegt Milz. Maar bij vrouwen is het anders. Erger. ‘Vrouwen zijn extra kwetsbaar omdat ze vrouw zijn. Je krijgt niet alleen verhalen over professionele fouten, maar ook roddels over dat je jezelf omhoog zou hebben geslapen. Dat je de slaaf van de baas bent. Dat je die functie hebt, omdat je man thuis zit of omdat je een slechte moeder bent.’ Wat je ook doet, het is nooit goed, wil ze maar zeggen. ‘Wij als Rozenbladeren hebben het doorstaan en hebben de top bereikt. Maar het moet wel veranderen. We doen dit voor onze dochters.’

Het is niet altijd makkelijk, dat beamen ook de dames van Flunch een paar dagen later tijdens een lunch in het Amsterdamse café Oud-Zuid. Maar het is zeker niet alleen kommer en kwel, zegt Gabrielle Reijnen van RBS. ‘Het is gewoon erg leuk met elkaar.’

Al genietend van een vijgen tarte tartin met blauwschimmelkaas en een glaasje witte wijn is een zestal bijeengekomen om de journalistes te vertellen over hun netwerk. ‘Na een Flunch-afspraak ben ik altijd helemaal opgeladen’, zegt Fiona de Vilder, manager van de aan het Amstel Hotel verbonden Amstel Club. Flunch bestaat uit inspirerende vrouwen, vinden ze. Doorzetters. ‘Sommigen van ons zijn als een boksbal’, zegt De Wind. ‘We krijgen een klap en hup we komen terug.’

Bang voor het ontstaan van een Old Girls-club, die nieuwkomers net als de old boys uitsluit, zijn ze niet. ‘We helpen elkaar, ja dat wel’, zegt De Wind. ‘Als ik iets hoor over een mooie baan, denk ik aan mijn netwerk. Maar nee, wij worden geen old girls. We zijn nog van een generatie die weet hoe het is om als nieuwkomer te worden buiten gesloten. Ons streven is dat straks niemand de ander op basis van geslacht de bal toespeelt.’

Meer over