Zes vragenInflatie

Wat nou 2,7 procent inflatie, de prijzen stijgen toch veel harder?

De energierekening vliegt omhoog, benzine kost voor het eerst meer dan 2 euro per liter en ook de prijzen in de supermarkt beginnen vervaarlijk te stijgen. Plotseling is de doodgewaande inflatie springlevend. Hoe kan dat? En is de geldontwaarding een blijvertje?

Ook bij bakkerij Alsady in Assen stijgen de prijzen, want grondstoffen worden duurder.  Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Ook bij bakkerij Alsady in Assen stijgen de prijzen, want grondstoffen worden duurder.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

1) Hoe erg is dat, inflatie?

‘Je energiecontract verlengen? Bekijk het aanbod hier’, aldus wervende mails van de gas- en stroomaanbieders deze maand. Wat volgt zijn bedragen die in woningen door heel Nederland tot schrik en chagrijn leiden. Het oude maandbedrag: 115 euro. De nieuwe rekening: ruim 242 euro. Ruim een verdubbeling dus.

Voor dezelfde hoeveelheid energie meer dan het dubbele betalen, dát is inflatie. Die munt van twee euro ziet er nog precies hetzelfde uit als een jaar geleden. Toch kun je er minder spullen en diensten van kopen. Zoals benzine. Twee weken geleden ging de adviesprijs van een liter voor het eerst door de grens van 2 euro. Wie zijn huis wil laten verbouwen, ziet de offertes omhoog schieten – als er al een vakman of -vrouw te vinden is. Ook de dagelijkse boodschappen beginnen merkbaar duurder te worden. Bier kost bijna 7 procent meer dan een jaar geleden, becijferde marktonderzoeker GfK. Schoonmaakproducten stegen gemiddeld ruim 6 procent in prijs.

Dat is vervelend voor consumenten. Zeker als hun loon of pensioen niet meestijgt. Inflatie valt dan ook te vergelijken met een enorme, uiterst complexe herverdelingsoperatie. Inclusief winnaars en verliezers. Overheden en bedrijven met veel schulden behoren tot de gelukkigen. Hun leningen worden vanzelf minder waard. Het is degene die het geld heeft uitgeleend die erop achteruit gaat. Want tegen de tijd dat hij of zij het geld terug krijgt, kan er minder mee gekocht worden. Wie juist veel geld opzij heeft gezet, is de pineut. Al zijn er ook binnen die groep verschillen, bijvoorbeeld tussen kleine spaarders en grotere beleggers. Die laatsten profiteren van de gekte op de beurzen.

2) Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bedraagt de inflatie in Nederland 2,7 procent. Maar de prijzen stijgen toch veel harder?

Dat hangt er maar van af welke kant je opkijkt. Het CBS meet de inflatie door de kosten van een ‘mandje’ van goederen en diensten bij te houden. Vroeger gingen interviewers, pen en papier bij de hand, langs duizenden winkels om de prijzen te noteren. Tegenwoordig wordt die informatie elektronisch verzameld. Dat gebeurt onder andere via de scanners van supermarkten.

Het hieruit resulterende inflatiecijfer is een gemiddelde. Tegenover de forse prijsstijgingen die iedereen voelt, staan ook zaken die de afgelopen decennia goedkoper zijn geworden. Denk aan de kleding van discounters als Primark of TK Maxx. Vooral digitalisering drukt de kosten voor de consument. In plaats van een peperdure (en kastruimte slurpende) Winkler Prins Encyclopedie kwam het gratis Wikipedia. Voor de prijs van één ouderwetse cd kunnen muziekliefhebbers tegenwoordig anderhalve maand lang, zonder reclame, miljoenen nummers luisteren via streamingdiensten.

3) Er is jarenlang gewaarschuwd voor te lage inflatie. Hoe kan die ineens zo hoog zijn?

Het inflatiespook leek inderdaad op sterven na dood. Centrale banken pompten duizenden miljarden in de economie, zonder veel effect op de prijzen. Tot voor kort vreesden economen zelfs het omgekeerde: deflatie. Dan wordt het geld niet minder, maar meer waard. Klinkt fijn. Maar het kan ertoe leiden dat mensen hun bestedingen massaal uitstellen, in de verwachting dat die nieuwe televisie over een half jaar vanzelf een stuk goedkoper is geworden. Het doemscenario is een diepe, hardnekkige depressie zoals in de jaren dertig van de vorige eeuw.

Corona heeft alles overhoop gehaald. Inflatie ontstaat als te veel geld op te weinig goederen en diensten jaagt. Veel vraag dus, weinig aanbod. Wat die vraag betreft: Nederland trok 82 miljard euro extra uit om het virus en de economische gevolgen te bestrijden. Europa tuigde een speciaal coronafonds op van 750 miljard euro, grotendeels nog te besteden. In de Verenigde Staten gaat het zelfs om duizenden miljarden die de regering in de economie pompt. Daar komen de tijdens de crisis opgepotte spaarcenten van burgers nog bovenop.

Tegelijkertijd piept en kraakt het aan de aanbodzijde van de economie. Eerst brachten de lockdowns fabrieken, mijnen, havens en bedrijven tot stilstand. De productie werd razendsnel afgeschaald. Nu is het plotseling topdrukte. Met het gevolg dat er tekorten zijn aan alles: van scheepscontainers tot hout, van computerchips tot brandstof. Die schaarste stuwt de prijzen op. Zo bleek woensdag dat de verkoopprijzen in de Chinese industrie met het sterkste tempo ooit zijn gestegen. De tijdelijke opstopping in het Suez-kanaal en de Brexit hebben het er bepaald niet beter op gemaakt.

4) Waarom tellen de huizenprijzen niet mee in het officiële inflatiecijfer?

De verkoopprijzen van bestaande koopwoningen stegen het afgelopen jaar met 19 procent. Er valt iets voor te zeggen om dat een vorm van hyperinflatie te noemen. Starters betalen immers meer geld voor minder huis. Het is niet zo dat het CBS hier helemaal geen rekening mee houdt. De kosten van wonen worden wél meegenomen. Huurstijgingen in de vrije sector – 5,8 procent voor woonhuizen en 4,5 procent voor appartementen, meldden makelaars en vastgoedmanagers woensdag – komen dus terug in de inflatie.

Europa gaat nu iets soortgelijks doen. De Nederlandsche Bank (DNB) schat dat het inflatiecijfer voor de eurozone hierdoor met 0,1 tot 0,2 procent zal toenemen. Er is daarnaast weleens discussie geweest over de vraag of investeringen als vastgoed en aandelen, ook opgenomen moeten worden in de prijsindex. Een van de nadelen is dat het inflatiecijfer, door de wisselende stemming op de beurzen, als een jojo op en neer zou kunnen schieten. Niet handig voor centrale bankiers en politici die op basis daarvan stabiel beleid moeten uitstippelen.

Ook de prijzen van bouwmaterialen stijgen flink. Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Ook de prijzen van bouwmaterialen stijgen flink.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

5) Zijn de huidige prijsstijgingen tijdelijk?

De meeste deskundigen denken van wel. Zo ging het Centraal Planbureau met Prinsjesdag uit van een geldontwaarding van 1,9 procent voor dit jaar, en 1,8 procent in 2022. Niks om je zorgen over te maken. Langzaam maar zeker begint er echter wel iets te schuiven. Deze week hielden zowel DNB-president Klaas Knot als het Internationaal Monetair Fonds een flinke slag om de arm. Alles hangt af van de lonen. Hoe langer de huidige aanvoerproblemen duren, hoe hardnekkiger de inflatie blijkt, hoe groter de kans dat werknemers compensatie eisen via hun salaris.

In de ramingen van het CPB is zo’n effect nog niet te zien. Met 2,2 procent zou de loonstijging volgend jaar amper genoeg zijn om de stijgende prijzen goed te maken, maar het kan verkeren. Het aantal vacatures is inmiddels groter dan de hoeveelheid werkzoekenden. Het is lang geleden dat de factor arbeid zo sterk stond. Verdi, de grote Duitse vakbond voor werknemers in de dienstensector, eiste woensdag duidelijk merkbare loonsverhogingen. Zou de werkvloer er in slagen om forse looneisen te verzilveren, dan kunnen bedrijven op hun beurt die kosten doorberekenen in de prijzen. Het resultaat zou een zogenoemde ‘loon-prijsspiraal’ zijn. Dan is de inflatie die we nu meemaken pas het begin.

6) Sommige deskundigen hebben het al over een dreigende ‘stagflatie’. Wat is dat?

Antwoord een: dat is toekomstmuziek. Afgespeeld door analisten bij financiële instellingen, die betaald worden om de kranten te halen met telkens nieuwe, tot de verbeelding sprekende economische voorspellingen.

Antwoord twee: stagflatie is een samentrekking van economische stagnatie en inflatie. Dan stijgen de prijzen, terwijl de economie krimpt. Zéér vervelend. In zo’n geval kunnen centrale banken de bedrijvigheid niet aanjagen met renteverlagingen of obligatie-aankopen. In de jaren zeventig gingen Westerse landen hier onder gebukt. Ter geruststelling: de Nederlandse economie groeit dit jaar met bijna 4 procent. Zelfs als de huidige inflatie here to stay blijkt, is van een recessie nog allerminst sprake.

Meer over