columnpeter de waard

Was Philips oliedom om zijn chipsfabricage niet te behouden?

null Beeld

In 2006 veranderde Philips zijn naam: Philips Electronics werd Koninklijke Philips. Reden was de verkoop van de chipsdivisie (nu NXP) voor 6,4 miljard. Hiermee sloot Philips het hoofdstuk van een traditioneel verticaal elektronicabedrijf af, zo zei het concern dat toen onder leiding stond van Gerard Kleisterlee. Eerder was de chipsmachinefabrikant (ASML) al verkocht.

Nu klaagt Philips over chipstekorten, waardoor het mogelijk levensreddende defibrillators niet kan leveren. Topman Van Houten zei maandag een voorkeursbehandeling van de leveranciers te willen. Maar Philips heeft een dikke laag boter op het hoofd. Het heeft zichzelf volkomen afhankelijk van die toeleveranciers gemaakt. Toen het concern zijn chipsdivisie verkocht, was het idee dat het vanaf nu de leveranciers op de wereldmarkt tegen elkaar uit kon spelen en daardoor de laagste prijs bedingen. Nooit is er rekening mee gehouden dat er in de toekomst misschien wel een tekort aan chips zou kunnen ontstaan en het concern aan de heidenen zou zijn overgeleverd.

Verticale integratie was ooit de basis van het succes van Philips. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de glasimport uit Duitsland geblokkeerd, zodat de gloeilampenproductie stil kwam te liggen. Anton Philips besloot niet alleen eigen glasfabrieken te beginnen, maar ook eigen energiecentrales, machinefabrieken en een natuurkundig laboratorium dat in de decennia daarop talrijke producten zou verbeteren, maar ook helemaal nieuw zou ontwikkelen zoals cassettebandjes en dvd’s.

Eind jaren tachtig kwam de grote ommekeer. In de neoliberale golf vond het concern zichzelf te groot, te inefficiënt en onvoldoende winstgevend. In drie decennia werd het conglomeraat met 400 duizend werknemers ontmanteld. Alles ging eruit: kabels, machines, telefoons, computers, Polygram en ASML. Van Houten mocht de uitverkoop voltooien: audio, video, licht en huishoudelijke apparatuur zijn inmiddels ook afgestoten. Philips is nu uitsluitend nog een fabrikant van medische apparatuur met 80 duizend werknemers, waarvan 11 duizend in Nederland.

Philips is niet de enige die nu in de tang zit van Aziatische leveranciers die een monopolie hebben bij de productie van metalen, kunststoffen en halffabrikanten die hier met containers naartoe moeten komen. En als er tekorten zijn, kiezen de leveranciers voor de afnemers die de hoogste prijs bieden of waar hun strategische of politieke belangen liggen.

Ook nu worden concerns onder druk gezet de verticale integratie los te laten ter verhoging van de winstgevendheid en ten dienste van het milieu. Shell zou moeten opsplitsen in upstream en downstream, Tata Steel in Nederland zou de productie van ruwstaal moeten opgeven. Nederland heeft staal en chemische producten nodig, maar de staal- en chemische industrie kan het land missen als kiespijn.

Als Philips het Nederlandse Samsung was gebleven, waren er geen chipstekorten geweest.

Meer over