Wal-Mart past zich aan de Chinese smaak aan

Wal-Mart, grootste winkelketen ter wereld, wil de Chinese markt veroveren. Toch blijft de scheve handelsbalans intact - in de schappen liggen nauwelijks Amerikaanse producten....

De varkenslappen zijn in de aanbieding vandaag, en dat is te merken. Rijen dik staan de klanten voor de lange toonbank van de slagerij, waar jonge slagers met grote messen het vlees te lijf gaan. Tien renminbi - omgerekend een euro - per kilo, alleen de bevroren kippenvleugels zijn goedkoper, die doen 58 cent per kilo.

Waar vind je nog zulke koopjes?

Bij Wal-Mart in China. Meer precies, bij het onlangs geopende filiaal van de Amerikaanse winkelketen in Shanghai. Ruim vijftig Supercenters heeft de grootste winkel ter wereld inmiddels in China, en als de voortekenen niet bedriegen zullen er de komende jaren nog vele bijkomen.

De firma uit Bentonville, Arkansas - ruim zesduizend warenhuizen wereldwijd, 1,6 miljoen werknemers, elke week 140 miljoen klanten - heeft al jaren een opmerkelijke band met China. Chinese fabrieken zijn met hun goedkope productie de favoriete leverancier van Wal-Mart geworden. Van alles wat er in al die winkels ligt komt 70 procent al uit China, en elk jaar wordt het meer.

Was het concern van Sam Walton een land geweest, dan zou Wal-Mart nu de achtste handelspartner van China zijn. Dit jaar bestelde het bedrijf voor ruim twintig miljard dollar spullen in China, weer 20 procent meer dan in 2004. De winkels dragen daarmee krachtig bij aan het reusachtige handelsoverschot dat China met de VS heeft opgebouwd.

Bij de Amerikaanse vakbonden mag Wal-Mart onder meer daarom niet populair zijn, in China kan het bedrijf zich verheugen in een stijgende populariteit, zowel bij de regering als bij het winkelpubliek. Zelfs de Chinese staatsvakbond kan het sinds kort aardig met de Amerikanen vinden, na een aanvankelijke aanvaring omdat Wal-Mart ook in China geen bond binnen wilde hebben.

De keten uit Arkansas wil niet alleen groot inkopen, de Amerikanen willen ook een flink deel van de Chinese winkelmarkt veroveren. Bijna tien jaar geleden ging het eerste filiaal open, en inmiddels is Wal-Mart al druk bezig in kleinere steden in de provincie. In Yuxi, in het zuid-westelijke buitengebied Yunnan, ging op 9 december de tweeënvijftigste winkel open. De plaatselijke afdeling van de Communistische Jeugdliga kreeg een cheque van 25 duizend dollar om waterputten te graven voor armlastige boeren.

Het is voor buitenlandse winkelbedrijven niet eenvoudig op de Chinese markt te opereren. Chinezen hebben een eigen smaak en eigen winkelgewoonten, en het kost westerse supermarkten veel tijd, aandacht en geld om zich aan te passen. Ahold probeerde het, maar gaf op. De Duitse cash and carry Metro zet door, maar maakt nog steeds geen winst. Alleen het Franse Carrefour verdient naar eigen zeggen sinds kort wat in China.

Wal-Mart geeft geen cijfers, maar uit de drukte in het Supercenter in Shanghai valt af te leiden dat de beproefde concernformule 'De Laagste Prijzen - Altijd' aardig aanslaat bij de prijsbewuste Chinese consument. Vooral op de reusachtige versafdeling, met zijn vele groente, vlees en vis. Alles is op de Chinese smaak gericht: hier vind je malse eendenkoppen, varkenstongen en koeiendarmen te kust en te keur, plus een indrukwekkende collectie tofu-varianten.

Om in te spelen op de behoeften van de drukke Shanghaise middenklasse zijn er ook opvallend veel kant-en-klaarmaaltijden. Op de non-foodverdieping is het een stuk rustiger, ondanks scherpe aanbiedingen - zoals een dvd-speler voor 19 euro en een platte lcd-televisie voor 290 euro.

China's staatswinkels beginnen zich onderhand zorgen te maken over de opmars van de buitenlanders. Want bij Carrefour en Wal-Mart is het aangenamer winkelen: de service is beter, de winkels zijn moderner, de keuze is groter en de presentatie aantrekkelijker. Dat trekt zeker de stedelijke middenklasse, die inmiddels naar de honderd miljoen mensen groeit.

Sommige staatswinkels zijn daarom aan het moderniseren geslagen. In Shanghai is al een proefzaak geopend die weinig meer doet denken aan de traditionele, ietwat slonzige staatssupermarkt.

Maar er is nog een lange weg te gaan, wil men op het niveau komen dat vanuit Arkansas wordt gedicteerd. In het nieuwe Supercenter Shanghai hangt boven de kassa in koeienletters de slogan uit een andere wereld: 'Agressive Service! 200% Satisfaction Guaranteed!'. Het kassapersoneel glimlacht de klant toe, gecontroleerd door supervisors in hesjes met het smile-icoon van Wal-Mart op de rug.

Daar houdt het niet mee op. De jongens en meisjes die helpen bij het inpakken van de boodschappen hebben verplicht kerstmutsen op, terwijl uit de speakers in het plafond onafgebroken 'Silent Night, Holy Night' kweelt. De Wal-Mart kan bogen op redelijk schone toiletten, een klein wonder in China. Voor de liefhebbers hangt er een condoomautomaat.

Er is zelfs een uitpufzone, voor wie na het passeren van de kassa even bij moet komen van al dat Amerikaanse winkelgeweld. Boven de rustbanken hangen grote foto's van de oprichter. 'In 1992 Sam Walton received the Medal of Freedom from G. Bush', meldt het bijschrift.

Maar één probleem blijft. De opmars van de grootste winkel ter wereld in het land met de grootste bevolking ter wereld zal de scheve handelsbalans niet veranderen. In de vele honderden meters winkelschappen van het Supercenter zijn slechts met moeite een paar Amerikaanse producten te vinden.

Zoals een tamelijk prijzig zakje Tim's Cascade Style Chips. 'Op de ouderwetse manier gemaakt', werft chipsmaker Tim Kennedy uit Algona, Washington, achterop de verpakking. 'Thank you for buying our product'.

Meer over