Reportage

Waarom gaat het zo goed met sociale ondernemingen?

Uit vandaag gepubliceerd onderzoek blijkt dat sociale ondernemingen het goed doen. Bij het Limburgse Emma Safety Shoes wordt duidelijk waarom.

Jarl van der Ploeg en Jurriaan Nolles
Medewerkers van Emma Safety Shoes maken veiligheidsschoenen in een fabriek in Brunssum. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Medewerkers van Emma Safety Shoes maken veiligheidsschoenen in een fabriek in Brunssum.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

'Foei, foei, foei', joelen de mannen achter de opzoolmachine. Voordat een robotarm een schoen oppakt, heeft Ursel Hunte precies 12 seconden om tussenzolen op de schachten te lijmen. 'Dat gaat weleens mis en daar moeten wij dan flink om lachen', zegt collega Guus van Mil.

Van Mil is de trotse voorman van de opzoolmachine en een van de 95 werknemers van Emma Safety Shoes met een zogenoemde 'afstand tot de arbeidsmarkt'. Dat betekent dat het gros van de werknemers bij de Zuid-Limburgse producent van veiligheidsschoenen een fysieke of mentale aandoeningen heeft, zoals borderline of faalangst. Ook staan er langdurig werklozen op de fabrieksvloer.

Het is even zoeken op de website van het bedrijf, maar Emma is een 'social enterprise'. Dat zijn zelfstandige ondernemingen die allereerst de wereld willen verbeteren, en pas op de tweede plaats geld willen verdienen - meestal omdat dat nou eenmaal nodig is voor het voortbestaan van het bedrijf. Het zijn dus geen goede doelen, ook geen bedrijven die vooral winst nastreven, maar ze zitten ertussen in.

Voor de wind

Uit de vandaag gepubliceerde Social Enterprise Monitor 2015 blijkt dat het deze sector voor de wind gaat. Uit een analyse van driehonderd social enterprises blijkt dat het aantal werknemers de afgelopen twee jaar met gemiddeld 36 procent steeg en de omzet met 24 procent groeide. De driehonderd ondervraagde bedrijven hebben een gezamenlijke omzet van 476 miljoen euro en 10.709 werknemers in dienst. Bijna 40 procent maakt winst, eenderde draait quitte en veel van de verlieslijdende bedrijven zitten nog in de start-upfase.

Ook bij Emma, een van die driehonderd, gaat het goed. De schoenenfabrikant maakt 1.500 schoenen per dag en de winst liep vorig jaar op tot 1,5 miljoen euro.

Social enterprises zijn grofweg te verdelen in twee categorieën: zij die een nieuw groen of sociaal product of dienst aanbieden, en zij die een bestaand product of dienst op een groenere of socialere manier willen produceren. De bekendste voorbeelden zijn chocolademaker Tony's Chocolonely, duurzame supermarkt Marqt en telefoonproducent Fairphone. Maar social enterprises zijn er in alle soorten, groottes en maten. Van regionale bedrijven als Uit je eigen Stad, dat lokale voedselproductie probeert te stimuleren, tot een bedrijf als TTC, dat sms-diensten in ontwikkelingslanden aanbiedt. De gemene deler is altijd dat het overhemd, de telefoon of het eten wél eerlijk wordt geproduceerd, zonder sweatshops of verwoestende landbouwgiffen.

En dat is ook het grootste verschil met bedrijven die naast hun normale werkzaamheden ook maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo), zegt Stefan Panhuijsen van Social Enterprise NL, het landelijk platform voor maatschappelijke ondernemingen en de motor achter de jaarlijkse Social Enterprises Monitor. 'Maatschappelijk verantwoord ondernemen komt meestal neer op zo min mogelijk schade aan mens en milieu toebrengen. Dat is natuurlijk goed, maar het zou eigenlijk de norm moeten zijn. Niet iets om trots mee te adverteren, wat veel bedrijven doen. De grotere uitdagingen op bijvoorbeeld het gebied van klimaat en arbeid worden niet opgelost door enkel de schade te beperken. Daarvoor zijn bedrijven nodig die de problemen echt willen aanpakken.'

Advies

Afgelopen week gaf de Sociaal-Economische Raad (SER) dan ook het advies aan de overheid dat er meer erkenning en herkenning nodig is om het zwart-wit denkbeelden over deze vorm van ondernemen tegen te gaan. Succesvolle sociale ondernemingen, aldus de SER, kunnen behoorlijk bijdragen aan het realiseren van belangrijke maatschappelijke doelen.

Dat advies is nodig, vinden de bedrijven zelf. Uit de Social Enterprise Monitor 2015 blijkt dat overheidsbeleid wordt gezien als het belangrijkste obstakel voor het vergroten van de maatschappelijke impact. Dat kan het aanbestedingsbeleid zijn van de gemeente - een taxibedrijf dat de scherpste prijs aanbiedt bijvoorbeeld verkiezen boven een bedrijf dat werkt met elektrische auto's - maar ook algemene regels over werken met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals Emma Safety shoes doet. Zo duurt het bij Emma tegenwoordig aanzienlijk langer voordat een geschikte arbeidskracht op de fabrieksvloer staat, omdat zowel de Bijstandswet als de Wet op sociale werkvoorziening inmiddels onder de nieuwe Participatiewet vallen. En veel gemeenten zijn daar nog niet op ingesteld.

Wat de groei ook enigszins belemmert, is dat dit type onderneming vaak met wantrouwen wordt bekeken, zegt Panhuijsen van Social Enterprise NL. 'In Nederland denken we vaak: als er geld wordt verdiend, kan het toch eigenlijk niet goed zijn?' Dat merken ze ook bij Emma, zegt fabrieksdirecteur Tom Keulen. Jullie halen een flinke omzet over de ruggen van arbeidsgehandicapten, wordt weleens gezegd. Keulen: 'Dat is onterecht. Wij zien onze mensen als echte werknemers. Sterker nog: ze hebben talenten die ik niet heb. Het lukt mij niet om vier uur achter elkaar veters in te rijgen. Maar deze mensen varen wel bij ritme en structuur.'

null Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Gemeentelijke instantie

De werknemers van Emma staan niet op de reguliere loonlijst, maar worden betaald door Werkvoorzieningschap Oostelijk Zuid Limburg (WOZL), een gemeentelijke instantie. Voor een werknemer betaalt Emma tussen de 10 en 15 euro per uur aan WOZL; ongeveer de helft van het bedrag voor een reguliere arbeidskracht. Daarmee zet Emma goedkope arbeidskrachten slim in, is een ander veelgehoord kritiekpunt. Volgens Keulen wordt dat echter rechtgetrokken door de extra begeleiding van de andere werknemers. 'Bovendien ligt het werktempo van een reguliere arbeidskracht hoger.'

'Bij Emma staat omzet op nummer één', zegt Keulen. Vroeger was het bedrijf anders georganiseerd. Uitgebluste mijnwerkers met bijvoorbeeld een kapotte rug gingen boven de grond werken in de kleding- en schoenmakerij, die zo uitgroeide tot sociale werkplaats. Maar sinds Emma een commercieel bedrijf is, hebben ze sommige mensen moeten laten gaan. 'We hebben nu eenmaal mensen nodig die echt kunnen produceren. Tien mensen met alleen een bezem is ook bij ons te veel van het goede.'

Meer over