Waarom blijft de stemming zo somber?

De oude wijsheid luidt: het nationaal humeur van een land verbetert als de economie aantrekt. Maar hoe opgewekt het kabinet tijdens Prinsjesdag ook deed, het onbehagen bij burgers is onverminderd groot. Wat gaat er mis?

Sander van Walsum
Toeschouwers bij Prinsjesdag. Beeld anp
Toeschouwers bij Prinsjesdag.Beeld anp

Een paar jaar geleden, in het holst van de economische crisis, zouden we heel blij zijn geweest met het goede nieuws en de positieve verwachtingen die het kabinet deze dagen over ons heeft uitgestort. Nu oogst het kabinet er geen waardering mee. Nu het economisch beter gaat, gaat het ineens niet meer om de economie maar om andere dingen. Dingen die, in de gangbare perceptie, minder goed gaan.

Zoals de zorg en de manier waarop we in Nederland met elkaar omgaan. En als Nederlanders zich in enquêtes al positief zouden uitspreken over individuele politici, strekt die waardering zich niet uit tot hun partij. Dat is de tragiek voor met name de PvdA, zegt socioloog Paul Schnabel, lid van de Eerste Kamer (voor D66) en oud-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). 'Er is ontzettend veel om opgewekt over te zijn, maar het lijkt wel of het niet goed mág gaan.'

Het lijkt een trendbreuk. Ooit stond vast dat een bloeiende economie gunstig was voor de regeringspartijen. 'It's the economy stupid' en 'Eerst het zuur, dan het zoet' waren spreuken die het electoraal belang van voorspoed tot uitdrukking brachten. Nu lijken ze niet meer op te gaan. Is koopkrachtherstel als politieke toverstaf uitgewerkt?

Menselijk trekje

Het is een menselijke trek om het positieve enigszins te wantrouwen, meent SCP-onderzoeker Paul Dekker. 'Defensive pessimism, heet dat in de psychologie. Een manier om je tegen teleurstelling en frustratie te wapenen. Evolutionair zijn we meer ingesteld op negatieve dan op positieve signalen. Negatieve signalen vereisen actie. Met positieve signalen kunnen we eigenlijk niet zoveel.'

En als we ons, zoals aan de vooravond van de Olympische Spelen, eens overgeven aan 'branieachtige verwachtingen', komen we van de koude kermis thuis. 'De teleurstelling is ingebouwd in hooggespannen verwachtingen', aldus Dekker.

In dat opzicht waren de Belgen beter af, zegt Schnabel. 'Objectief gezien, deden zij het vele malen slechter in Rio de Janeiro, maar daar hebben ze bij mijn weten niet erg onder geleden.'

Wat gaat er mis?

De economie zit in de lift, maar het onbehagen is gebleven. Wat gaat er mis? Zes Nederlanders over het nationale humeur. Lees hier het artikel.

En dan is er nog iets dat verklaart waarom het kabinet geen waardering oogst: de neiging om positiever te zijn over het persoonlijk leven dan over de buitenwereld. 'Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht': die paradox is in ongeveer elk SCP-rapport gesignaleerd sinds de jaren van Pim Fortuyn, die de bloeiende landschappen van de jaren negentig reduceerde tot 'de puinhopen van Paars'.

Deze waarneming gaat gepaard met de zekerheid dat vroeger alles beter was. Wat dat laatste betreft, vormen in Nederland de jaren vijftig het toonbeeld van gelukzaligheid. 'Dan gaat het steevast om de keukendeur die je onbekommerd kon laten openstaan', zegt Schnabel. 'Men vergeet dan daarbij te vertellen dat de deur kon blijven openstaan omdat moeder bijna de hele dag aan het aanrecht stond en omdat er in huis niets te halen was.'

In vergelijking daarmee is de huidige toestand, zeker in materieel opzicht, bijna paradijselijk. 'Je hoeft maar naar oude filmopnamen van Amsterdam in de jaren zestig te kijken om te beseffen hoe fantastisch het land er momenteel bijstaat. En dan heb ik het nog niet eens over het bruto binnenlands product van 700 miljard euro, over de dalende werkloosheid en de stijgende export. Het lijkt wel of dat allemaal niet gehoord of gezegd mag worden. Nu is dat overigens een algemeen Europees, en tegenwoordig zelfs een Amerikaans trekje. Ooit was het vooruitgangsgeloof de religie van de Verenigde Staten. Nu werft Donald Trump aanhangers met een enorm somber verhaal over de stand van het land.'

Geen onderdeel van de collectiviteit

Dat mensen zo negatief zijn over de wereld die achter hun eigen straat begint, hangt volgens Schnabel samen met het feit dat ze zich geen onderdeel voelen van de collectiviteit - het grote geheel. Op hun eigen omgeving hebben ze wel vat, maar niet op de wereld die zich in haar gruwelijkheid in de krant en op televisie voor hen ontvouwt. En voor hun gevoel komt die wereld steeds dichterbij. Zo kan het idee postvatten 'dat de samenleving verhardt' en 'dat je op straat zo een mes tussen de ribben hebt'. Schnabel: 'Allemaal flauwekul, maar in de perceptie van veel mensen toch de werkelijkheid van alledag.'

De perceptie draagt meer bij aan de stemming in het land dan de feiten. 'In de tijd van de verzuiling waren er gezaghebbende figuren die perceptie en feiten van elkaar scheidden. Nu worden feiten vaak door meningen verdrongen. Je zag dat deze week bij De Wereld Draait Door, waar Jan Mulder, nauwelijks weersproken door drie goed geïnformeerde economen, de ene onzinnigheid na de andere debiteerde. Over pensioenen en de eigen bijdrage. Het leek wel of het gezond verstand door dit geklets werd geïntimideerd.'

Minder boos

Volgens SCP-onderzoeker Dekker kan het geklets gedijen omdat politici niet de neiging hebben het te weerspreken - bang als ze zijn om ervan te worden beticht de stem van het volk te negeren. Het volk is volgens hem veel minder boos dan het doet voorkomen.

'Als je burgers wier mening we hebben gepeild bij elkaar zet in een focusgroep of als je hen nog eens belt over een krasse opvatting die ze hebben geuit, blijken ze vaak veel genuanceerder en tevredener. Maar ze hebben het gevoel dat ze moeten schreeuwen om gehoord te worden.'

Aan politici de taak om slecht geïnformeerde burgers gedecideerd te weerspreken. En aan de media de taak om negatieve sentimenten niet uit te vergroten. De kloof tussen de opgewektheid van de Troonrede en de stemming in het land is echt minder breed dan de kranten deze week deden voorkomen, denkt Dekker.

'Het is niet zo dat de mensen miskennen dat het beter gaat. Van alle macro-indicatoren van de stemming in het land is de economie nog altijd de belangrijkste. Maar de economie en de stemming over de politiek lopen niet altijd parallel. In 2008 ging het bergafwaarts met de economie, maar toonden de burgers zich tevreden met de politiek omdat die daadkracht toonde in de bankencrisis. En daar houden de mensen van, van daadkracht.

'Daarna nam de tevredenheid af, om weer toe te nemen toen het economisch beter ging. Inmiddels zijn de mensen er zo aan gewend dat het beter gaat, dat de economie en het nationaal humeur niet parallel lopen. Maar dat wil natuurlijk helemaal niet zeggen dat ze buitengewoon ontevreden zijn.'

Meer over