vier vragen oversteunmiljarden

Waar haalt Nederland al die steunmiljarden vandaan?

Met een ongekend steunpakket ter waarde van 10 tot 20 miljard euro hoopt het kabinet de economie de komende maanden door de coronacrisis te sleuren. En als dat niet genoeg is, kan Nederland volgens minister Hoekstra van Financiën probleemloos 90 miljard euro bijlenen. Waar komt dat geld vandaan? En zijn de ‘diepe zakken’ van het kabinet ongelimiteerd diep in crisistijd? Vier vragen.

Ministers Wouter Koolmees, Wopke Hoekstra en Eric Wiebes tijdens een persconferentie over het financiële steunpakket tijdens de coronacrisis.Beeld EPA

Nederland legt miljarden op tafel om de economie voor omvallen te behoeden. Hoe komt het kabinet aan dat geld?

De 10 tot 20 miljard euro, bedoeld om onze economie de eerste drie maanden door te helpen, vallen binnen de overheidsbegroting. Arnoud Boot, hoogleraar corporate finance aan de Universiteit van Amsterdam: ‘Als de eigen begroting tekortschiet, leent de overheid bij. En dan kan een belastingclaim op ons pensioensysteem ook nog, daar zit via uitgestelde belastingen heel veel overheidsgeld in. Die 20 miljard is lang niet de limiet, de overheid kan nog veel meer uitgeven.’

En die 90 miljard waarover Hoekstra het heeft? Is dat dan het maximum?

De minister van Financiën refereerde aan het bedrag dat Nederland mag bijlenen zonder in de problemen te komen met de Europese begrotingsregels. In het verdrag van Maastricht (1992) is vastgelegd dat de staatsschuld van een Europese lidstaat niet meer dan 60 procent van het bruto binnenlands product mag zijn. 

De Nederlandse staatsschuld is met 48,8 procent ruim aan de veilige kant. En Hoekstra is er klaar voor om ver te gaan, zei hij. ‘Onze zakken zijn echt heel diep en ik ben bereid om ze allemaal te legen.’

Voor Nederland zou 90 miljard euro de maximale staatsschuld zijn. Toch kan ons land probleemloos meer uitgeven, zegt hoogleraar banking & finance Harald Benink van de Tilburg Universiteit. ‘Een aantal Zuid-Europese landen zit met zijn staatsschuld rond de 100 procent. Zouden wij als Nederland ook naar die 100 procent gaan, dan kunnen we nog wel een paar honderd miljard erbij uitgeven. Er is dus nog heel veel mogelijk.’

Hoe gaat dat lenen in zijn werk voor een overheid?

Het Agentschap van de Generale Thesaurie plaatst namens het ministerie van Financiën leningen op de obligatiemarkt. Hoogleraar economie Bas Jacobs van de Erasmus Universiteit Rotterdam: ‘Beleggers kopen die leningen. Dat kunnen banken zijn, maar ook verzekeraars, pensioenfondsen en soms ook particulieren die in fondsen beleggen.’

Vanwege zijn kredietwaardigheid en goede financiële positie – tenminste, tot voor de coronacrisis – wordt Nederland met open armen op de obligatiemarkt ontvangen. Jacobs: ‘De rentes voor overheden zijn voor alle looptijden negatief. Dus het kost een overheid niets om te lenen, sterker, ze krijgt geld toe. En er is geen enkele zorg over de kredietwaardigheid van Nederland.’

Tot voor kort daalde de rente die overheden voor zulke leningen betalen, constateert Jacobs. ‘Maar sinds een week lopen de rentes op de obligatiemarkten op. Ik kan nog niet precies duiden waarom. Het kan zijn dat de financiële markten in paniek zijn en hun obligaties inruilen voor cash of dat ze denken dat de aanbodproblemen door het virus groter worden dan de vraaguitval.’

Benink: ‘Mensen wisten tot voor kort niet waar ze in moesten beleggen. Nu heeft elke overheid geld nodig om zijn economie te stabiliseren.’ Het gevolg is dat de rentes op de obligatiemarkt stijgen en de nervositeit onder beleggers stijgt: schuldpapier wordt immers minder waard.

Wat gebeurt als er een land geen geld meer kan lenen?

Vooral een land met een toch al zwakke economie als Italië krijgt het moeilijk, zegt Boot. ‘Ongelimiteerd bijlenen wordt voor Italië spannend als de financiële markten het vertrouwen verliezen. De Italiaanse regering kan dan niet meer lenen. Die onzekerheid vereist dan dat de EU bijspringt. En gaat het helemaal mis, dan is het niet verbazingwekkend als de Europese Centrale Bank de geldpers aanzet voor Italië.’ 

Daarbij is Italië alleen al aan rente veel meer geld kwijt dan Nederland, zegt Benink: 2,8 procent tegen nul procent. ‘Bij zo'n verschil kan het om enorme bedragen gaan, als je het over duizenden miljarden hebt.’

De economen zijn vol lof over het steunpakket. De Nederlandse regering heeft immers als taak de economie overeind te houden, zegt Boot. ‘Maar je hebt ook de verantwoordelijkheid om mee te denken en meer risico te dragen dan economieën die het zwaarder hebben. Dat zijn we ook aan onze stand verplicht, wij zijn van iedereen afhankelijk.’ 

Benink: ‘Als Italië omvalt, hebben we een veel groter probleem dan alleen de situatie in ons eigen land. Maar welke politicus durft het nu te hebben over een reddingspakket voor een ander land, als de economie hier zulke harde klappen krijgt?’

Lees ook

Cafés en restaurants zijn dicht, middenstanders vrezen grote problemen nu klanten massaal thuisblijven. Is de overheidssteun genoeg om massaal faillissement te voorkomen?

De verregaande maatregelen tegen het coronavirus treffen vooral een groep die het toch al moeilijk had: de flexwerkers. Waar het werk stilvalt, dreigen zij als eerste hun baan te verliezen.

De miljardensteun aan bedrijven op de juiste plek krijgen, het is een zware taak die de Belastingdienst en UWV erbij krijgen.

Als aandelen het slecht deden, werden obligaties en goud meer waard, zo luidde de beursregel. Maar nu lijkt alles in de ramsj te gaan.

Meer over