Vroege Pasen, dure Britse pond en lage pensioenlasten krikken winst op Winstgroei Unilever kan niet bekoren

Een vroege Pasen, lagere pensioenlasten en een hogere koers van het Britse pond hebben bijgedragen aan de winstgroei van Unilever....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Behalve de incidentele factoren als de vroege Pasen, waardoor de ijsverkoop eerder dan vorig jaar op gang is gekomen, hebben volgens Unilever ook de herstructurering van de organisatie en verkoop van minder renderende onderdelen bijgedragen aan de winstgroei. De omzet van het concern steeg met 5 procent tot ruim 20,9 miljard gulden.

Vooral in Europa, waar Unilever het meest driftig aan het reorganiseren is, draaide het concern goed. Het resultaat nam hier, ondanks een zeer beperkte stijging van de omzet, met meer dan 40 procent toe. Bijna een kwart van deze stijging was te danken een boekhoudkundige ingreep bij de pensioenkosten.

Unilever hoeft, vanwege het goede beleggingsresultaat van het pensioenfonds, namelijk geen pensioenpremies te betalen. Dit voordeel telde het concern vorig jaar pas in het vierde kwartaal bij de winst. Nu spreidt het concern dit voordeel gelijkmatig over het hele jaar. In het eerste kwartaal was hiermee 66 miljoen gulden gemoeid.

Europa is voor de omzet en de winst veruit de belangrijkste markt voor Unilever. In een aantal Europese landen, zoals Frankrijk en Duitsland, blijft het nog kwakkelen met de afzet. Daar staat tegenover dat de verkopen in Oost-Europa sterk stijgen. 'Met de margarine in Rusland gaat het bijvoorbeeld heel erg goed', zegt de woordvoerder van het concern.

Na Europa is Noord-Amerika de belangrijkste markt. In het eerste kwartaal namen de verkopen daar toe, maar dat was vooral het gevolg van overnames.

Zo kocht Unilever aan het eind van het eerste kwartaal van 1996 het Amerikaanse haarverzorgingsbedrijf Helene Curtis. De verkopen van dit bedrijf tellen nu mee in de cijfers, in het eerste kwartaal van 1996 nog niet.

Ondanks de hogere verkopen zakte de winst in VS en Canada terug. De krappere marge heeft te maken met de grote concurrentie op de Amerikaanse markt. 'We hebben nogal wat geld besteed aan marktondersteuning, zoals reclame, om onze positie te verdedigen', aldus de woordvoerder.

De reorganisaties, vooral in Europa, zijn bedoeld om een einde te maken aan de versnippering van de productie. De kleine fabrieken gaan dicht, terwijl de grote eenheden gaan produceren voor meerdere landen. Een voorbeeld van zo'n inmiddels bijna afgeronde operatie is Mora Veldhoven. Die fabriek gaat volgend jaar dicht, terwijl de productie wordt overgebracht naar de Unilever-fabrieken in Helmond, Maastricht en het Belgische Mol.

De Maastrichtse fabriek gaat heel Europa voorzien van diepvrieskipproducten. Naast die Limburgse vestiging kent Unilever binnen Europa slechts één andere fabriek voor diepvrieskip.

De voortdurende reorganisaties gaan gepaard met aanzienlijke voorzieningen. Hiermee is jaarlijks zo'n zes- tot zevenhonderd miljoen gulden gemoeid. In het eerste kwartaal werd nog eens 199 miljoen opzij gezet. Dat is aanzienlijk meer dan in dezelfde periode van vorig jaar toen nog geen veertig miljoen werd gereserveerd. Dit verschil heeft een nadelige invloed gehad op de ontwikkeling van de winst.

Een andere factor die een goede vergelijking bemoeilijkt is de wisselkoers van het Britse pond. Vergeleken met het eerste kwartaal vorig jaar lag de koers van het pond zo'n 20 procent hoger.

Deze koersstijging heeft een gunstig effect op de in guldens gemeten winst. Die ligt in het eerste kwartaal 11 procent hoger. Zonder rekening te houden met het duurdere pond bedraagt de winststijging slechts 2 procent.

Meer over